Deuteronomium 6:4: ‘Hoor Israel, de HERE uw God, de HERE Hij is Eén, Echad!’
Voor de stelling dat het Germaanse woord god afgeleid is van het Hebreeuwse ‘êchod
(Ashkenazisch-Germaanse uitspraak voor ‘echád= één) is geen volledig gefundeerd wetenschappelijk bewijs. Maar er is een prachtige aanwijzing in die richting.
Deze Hebreeuwse taalkundige aanwijzing betreft de woorden ‘ghomri’ en ‘galati’. Ghomri is de naam van een koning die wij kennen als Omri, de stichter van de stad Samaria, de vader van koning Achab. De eerste letter van het woord omrí is een Ajin ע, een keelklank die vanouds als ‘gh’ wordt uitgesproken, vandaar: ‘ghomri.’ In de Assyrische inscripties wordt heel het Tienstammenrijk in Noordelijk Israël aangeduid met de term ‘het huis van Ghomri.’ Heel dit ‘huis’ is later door de Assyriërs weggevoerd naar Noord-Irak. Volgens een overlevering zouden een aantal van deze Ghomrianen uitgezwermd zijn o.a. via de Zwarte Zee naar Noord West Europa, waar de Ghomrianen als Germanen bekend werden.

Keltische boerenhut.
De tweede taalaanwijzing zit in het woord ‘galati,’ dat te zien is als een verbuiging van het woord ‘galuti,’ letterlijk de mensen van de Galuth. Galuth is Hebreeuwse woord voor ballingschap. De taalstap van Galuti naar Galaten en Galliërs is klein. Het is een algemeen aanvaard gegeven dat de namen Galliers en Kelten doelen op dezelfde bevolkingsgroepen.
Wellicht nog eerder dan de Germanen waren de Kelten uitgestroomd over Noord West Europa en Groot-Brittannië. Ook neemt men algemeen aan dat de Galaten, die we kennen van Paulus’ brief aan de Galaten, een Gallisch-Keltische stam is die weer in de richting van het Midden Oosten is getrokken. De Israëlitisch wortels van deze Galaten blijkt wellicht ook uit hun haast fanatieke liefde voor de Hebreeuwse Torah.
Wel, wat is er dan zo interessant aan deze volken: zij kenden God als de Eén, de Echad en zij namen die kennis mee naar Europa! Op z’n ashkenazisch uitgesproken is Echad: Echod, met een o-klank in plaats van een a-klank. Het is maar een heel klein stapje van Echod naar God.
Deze uitleg van waar de naam god vandaan komt lijkt stevig. Steviger dan de gangbare opvatting dat het woord god zou samenhangen met het oud Indische woord purûhta, dat de ‘veel aangeroepene’ betekent en een zogenaamd epitheton is van de (af)god indras. Althans, dit klinkt veel hypothetischer en veel minder gefundeerd dan de zo voor de hand en klank liggende samenhang tussen God en Echod.