In Jesaja 11:12 komen we de volgende tekst tegen: “En Hij zal een נס nés, een banier oprichten onder de heidenen en Hij zal de verdrevenen van Israel verzamelen en de verstrooiden uit Juda vergaderen van de vier einden des aardrijks.”
Het woord נס nés, banier is afgeleid van het werkwoord נסס násas, wat betekent oprichten, zoals te lezen staat in Zacharia 9:16 b: “Want gekroonde stenen zullen als een banier* opgericht worden.”
Een mooi woordverband met נסס násas, vinden we in het woord נסע nása`, uitrukken, (van een tentharing of stok), opbreken, doorreizen Het lijkt het tegenovergestelde te betekenen; een banier oprichten doe je door de banier in de grond te slaan terwijl nása` juist betekent een tentharing verwijderen, echter door de volgende Bijbelteksten in dit artikel zal blijken dat de banier in een aantal gevallen alles met opbreken te maken heeft.
Als wij in het militaire woordenboek van H.M.F. Landolt kijken voor een definitie van het woord banier, zien wij het volgende: ‘Een banier is een groot vierkant vaandel, gewoonlijk een stads- lands- of gewestelijk vaandel.’ Het gewone woordenboek komt met de uitleg: ‘Een banier wordt, in tegenstelling tot een vlag, van boven bevestigd aan een stok, niet aan de zijkant. Op een banier staat gewoonlijk alleen een wapen afgebeeld.’
Braamstruik als banier
Het Hebreeuwse woord voor braamstruik is het woord סנה seneh. Het is vast geen toeval dat dit woord verband heeft met het woord voor banier, נס nés. Als je het woord seneh omdraait staat er ha nés, dé banier, dat is diepzinnig. In dit geval is de brandende braamstruik in Exodus 3:2 als het ware de banier waarmee God Mozes oproept om het volk te zeggen dat zij uit Egypte mogen opbreken, נסע nása en zich mogen verzamelen rondom Hem. In vers 5 van deze wonderlijke geschiedenis draagt God aan Mozes op om zijn sandalen uit te doen, want de grond waarop hij staat is heilig. Sandaal is het woord נעל na‘al, wat woordverband heeft met נסע nása, opbreken, doorreizen. Met zo’n sandaal is meer aan de hand. In de tijd van de Bijbel was het uittrekken van je sandaal tevens het afstand doen van je rechten, zie ook de geschiedenis van Ruth over dit onderwerp in hoofdstuk 4:7-8. Doordat de grond te heilig was voor schoenen, wist Mozes ook gaandeweg tijdens deze opzienbarende ontmoeting met God, dat hij afstand moest doen van zijn recht als aangenomen zoon van de Farao, als hij daar nog wat mee zou hebben. Hij stond daar met lege handen en op blote voeten. Geen wonder dat hij nogal wat tegenwerpingen had om naar zijn vroegere familie in het Egyptische paleis terug te keren. Mozes was sowieso heel bescheiden; werd later in Numeri 12:3 zelfs de meest ‘bescheiden man van alle mensen die op de aardbodem waren’ genoemd. Niet bepaald een held, zou je zeggen… עניו ánáv is hier het Hebreeuwse woord voor bescheiden. Is het niet verwonderlijk dat ook dit woord verband houdt met נסע nása? Dat woordverband zien we aan de twee gelijke letters ajin en nun: נע. Die bescheiden Mozes, die zijn broer nodig had om het woord te doen, leidde Gods volk uit Egypte en schreef nog even de Torah. Met bescheidenheid komt men verder dan men denkt.
Een woordverband met נסע nása, opbreken, doorreizen, vinden we in het Hebreeuwse woord voor wolk: ענן ánán. De wolkkolom mocht fungeren als de banier waarmee God Zijn volk opriep tot opbreken en verder trekken.
God is mijn Banier
Mozes noemde God later in de geschiedenis zijn Banier in Exodus 17:15: ‘En Mozes bouwde een altaar en hij noemde zijn naam: De HEERE is mijn Banier, יהוה נסי JHWH nisi.’ Het is niet
verwonderlijk dat Mozes dit uitsprak na de overwinning in de strijd tegen Amalek. Hij had met de hulp van Aaron en Hur de armen omhoog geheven. Ze moeten daar de Nabijheid van de Aanwezige heel diep hebben gevoeld. Voor Jozua, die de strijd daadwerkelijk aanging tegen Amalek, waren de opgeheven armen van Mozes de banier, maar God moet erachter hebben gestaan als een voor de ogen onzichtbare Banier.
In oorlogen verzamelden de troepen zich rondom de banier waar de bevelhebber was. Doordat de banier op zijn plaats bleef, wist men op het slagveld dat men moest blijven vechten; trok men de banier echter terug, dan wist men op het slagveld dat de strijd verloren was en blies men een snelle aftocht om het vege lijf te redden.
Het gaat echter niet alleen om oorlog. In Numeri 2:2 staat dat men bij de banier van zijn eigen familie moest verzamelen, iedere familie had een herkenbare banier. Is het niet ontroerend dat waar God in Jesaja 11:12 zegt dat Hij een banier zal oprichten onder de heidenen, dat dan de zijnen Hem zullen herkennen als hun familie en zich bij Hem verzamelen? Op dit moment is dit unieke gegeven in volle gang; het volk komt samen met Hem thuis bij Zijn woonplaats: “Hij zal ons na twee dagen levend maken; op de derde dag zal Hij ons doen verrijzen en wij zullen voor Zijn Aangezicht leven,” (Hosea 6:2). De tweeduizend jaar van onuitsprekelijk lijden zijn voorbij, het volk verzamelt zich, wat een ongelooflijk wonder!
Banier ook stok, staak of standaard
Er waren nog meer redenen in de Bijbelse geschiedenis om een נס nés, banier op te heffen. Nés betekent ook stok, staak of standaard. In Numeri 21:8 draagt God aan Mozes op om een vurige koperen slang te maken en ze op een נס nés, een staak te plaatsen en zo staat er in dit vers: ‘En het geschiedde als een slang iemand beet, zo zag hij de koperen slang aan en bleef levend.’ Wie het geloof had om op te zien naar de nés met de slang eraan, die genas. Ook een wonder! In Johannes 3:14-15 refereert Jehoshua, Jezus, aan deze opmerkelijke tekst: “En gelijk Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, alzo moet de Zoon des mensen verhoogd worden, opdat een ieder die in Hem gelooft niet verderve, maar eeuwig leven hebbe.”
De koperen slang werd later door Hizkia in 2 Koningen 18:4 kapot geslagen omdat: ‘De Israëlieten tot die dagen aan haar gerookt hadden; en (Hizkia) noemde ze נחשתן nechustan,’ wat afgeleid is van het werkwoord נחש náchash, waarzeggen, voortekens duiden. Dat mocht niet. De betekenis van de slang was een eigen leven gaan leiden en trok het volk van God af.
Jehoshua verhoogd
Helaas lijkt ook de verhoogde Jehoshua van God losgetrokken te kunnen worden en een eigen leven te kunnen gaan leiden in de geloofsbeleving van Christenen. Hij wordt vergriekst, losgehaald van Zijn volk Israël en als een genadige lieve genezende Jezus gezien, Die niet meer lijkt op wie Hij eigenlijk is, namelijk de verschrikkelijke God Zelf (Jesaja 2:10, Deuteronomium 6:4) én de Joodse Rabbi. Men kan Hem niet lostrekken van Zichzelf –Hij is immers Eén- noch kan men Hem loshalen van Zijn volk Israël, van Zijn familie, velen hebben Hém wel herkend als de Banier, maar hebben niet Zijn familie,** het Joodse volk herkend en dat is een kapitale fout. Door Hem toch los te trekken is het zaad gelegd voor de grootste en pijnlijkste vergissing in de menselijke geschiedenis: de vervangingstheologie. De genade van Jezus is tegenover de wet van de Vader komen te staan, zo redeneert men. Het Oude testament heeft afgedaan want Jezus heeft de wet vervuld,*** zo zegt men. Degene die de wet nog houdt, raakt in de vergetelheid… Arm Joods volk; het heeft afgedaan in de ogen van veel puur Nieuwtestamentisch gerichte Christenen. Maar het volk heeft, evenals de Torah, niet afgedaan in de ogen van God Zelf, gelukkig maar! De vervangingstheologie is sinds 1948 niet meer vol te houden, ook al blijven velen er hardnekkig aan vasthouden. Petrus zegt: “Deze tweede zendbrief, geliefden, schrijf ik nu aan u in welke beide ik door vermaning uw oprecht gemoed opwek; opdat gij gedachtig zijt aan de woorden die van de heilige profeten tevoren gesproken zijn, (2 Petrus 3:1-2a)” Wie de profeten leest, weet hoe het met Gods eeuwige liefde voor het volk Israël zit. De apostel Petrus riep er in zijn tijd al toe op: Lieve mensen, lees de profeten, daar staat het allemaal, veel staat nog te gebeuren, nu zijn de profeten actueler dan ooit; ook wij moeten de profeten te ‘her-inneren,’ opnieuw laten verinnerlijken.
De banier tussen de heidenvolkeren
Het volk Israël trekt uit van de volkeren, de banier tegemoet, zoals in de tijd van de uittocht uit Egypte. Jeremia 23:7-8: “Daarom, zie de dagen komen, spreekt de HEERE, dat zij niet meer zullen zeggen: Zo waarachtig als de HEERE leeft, Die de kinderen Israëls uit Egypteland heeft opgevoerd, maar zo waarachtig als de HEERE leeft, Die het zaad van het huis Israëls heeft opgevoerd en Die hen aangebracht heeft uit het land van het noorden en uit alle landen waar Ik heb heengedreven had; want zij zullen wonen in hun land.” Is het niet geweldig om in deze tijd te mogen leven? Om dit met eigen ogen te zien voltrekken? Zoals God zijn banier oprichtte voor Mozes zodat het volk uit Egypte mocht opbreken, zo richt Hij zijn נס nés, banier op voor Zijn familieleden, opdat ze zich rondom Hem verzamelen, opnieuw.
Inmiddels leven we in de tijd van Jesaja 62 aan het komen; in vers 10, 11 en 12 draagt God op om de banier omhoog te steken voor Zijn volk omdat Hij hen naar huis roept, terug naar Sion, wat van
oudsher beloofd is aan dit volkje Israël en God vergeet Zijn beloften niet: “Zie de HEERE heeft doen horen tot aan het einde der aarde: zegt der dochter Sions: Zie, uw heil komt; zie, Zijn loon is met Hem en Zijn arbeidsloon is voor Zijn aangezicht. En zij zullen hen noemen het heilige volk, de verlosten des HEEREN; en gij zult genoemd worden de gezochte, de stad die niet verlaten is.” Wat is de banier in deze tijd? Het lijkt niet meer dan een עניו ánáv, bescheiden fluistering dat over de aarde gaat naar alle uiteinden toe (Jesaja 62:11). Maar mensen worden wakker en weten ineens waar ze naartoe moeten, meer en meer Joden keren terug naar huis, naar het land waar hun voorvaders hebben gewoond, het land van Adonai Zelf, Die ervoor kiest om Zijn woonplaats in Jeruzalem te hebben (Zacharia 1:17).
Dezelfde God, Die als een diep verdrietige huilde om het verlies van Zijn geliefde volk in Jeremia 10:19-20: “O wee Mij over Mijn breuk, Mijn plaag is smartelijk en Ik had gezegd, dit is immers een krankheid die Ik dragen zal. Mijn tent is verstoord en al mijn zelen zijn verscheurd; Mijn kinderen zijn van Mij uitgegaan en zij zijn er niet; er is niemand meer die Mijn tent uitspant en Mijn gordijnen opricht,” zal Zijn geliefde kinderen weer thuis ontvangen en hen troosten. Echter, als we zo de tekst uit Jeremia lezen dan lijkt het erop dat in eerste plaats Zijn eigen tranen afgewist mogen worden. Israëls Banier is van opvallende zachtmoedigheid en nederigheid ענו ánáv. ‘Hij zal de zogenden zachtkens leiden (Jesaja 40:11b).’ Hij Zelf leidt hen naar huis! Daarmee is de geschiedenis niet afgelopen want het is Gods bedoeling om uiteindelijk heel de wereld aan Hem te binden. Er is werk aan de winkel voor het heilige volk: עניו injáv, werk, taak, zaak. Het kleine voorbeeldvolkje Israel mag een licht voor de wereld zijn, wel wat anders dan het meest gehate volk ter wereld. Psalm 102:14-16: “Gij zult opstaan, Gij zult u ontfermen over Sion, want de tijd om haar genadig te zijn, want de bestemde tijd is gekomen. Want Uw knechten hebben een welgevallen aan haar stenen en hebben medelijden met haar gruis. Dan zullen de heidenen de Naam des HEEREN vrezen en alle koningen der aarde Uw heerlijkheid.” In Jesaja 66:18 zegt God: “Hun werken en hun gedachten! Het komt dat Ik vergaderen zal alle heidenen en tongen; en zij zullen komen en zullen Mijn heerlijkheid zien.” En verderop in vers 23: En het zal geschieden, dat van de ene nieuwe maan tot de andere en van de ene sabbat tot de anderen, alle vlees komen zal om aan te bidden voor Mijn Aangezicht, zegt de HEERE.” Wat een geweldige toekomst!
*In deze tekst wordt in de Statenvertaling voor het woord banier het Hebreeuwse woord נזר nézer gebruikt, wat mooier vertaald had kunnen worden met kroon. Hier wordt bedoeld dat het volk als mooie edelstenen in een kroon zullen zijn in het land. Opvallend is hier het woordverband met het woord נצר nétser, rijsje, wat een benaming is voor de komende Messias. Zie voor uitleg hierover het artikel over de Spruit de Telg en het Rijsje.
**Met Jehoshua los te trekken van Zijn familie, het Joodse volk, en Zijn Naam te verbasteren naar Jezus, hebben we hem vervreemd van Zijn Joodse familie, men herkent Hem niet meer. We hebben Hem als het ware een ander mutsje opgezet: lange blonde haren en blauwe ogen die deemoedig, zelfs een beetje zielig de wereld inkijken, zo stond Hij afgebeeld op de kleding van een aantal Christenen die op bezoek waren in Jeruzalem. Hij lijkt in niets meer op de Joodse rebbe die Hij was in de tijd van het Nieuwe Testament.
***Het grondwoord van vervullen betekent niet afgedaan zijn, maar onthullen, uitleggen. Jehoshua kwam om de wet voor te leven, uit te leggen. Niet om haar af te doen. Vergelijk ook Spreuken 28:9; Lukas 16:16; Hosea 4:6b; Hosea 8:12 en Romeinen 3:31.