20-10-2022

God, ons DNA en Psalm 139

Door Sabine Plat

“Uw ogen hebben mijn ongevormd begin gezien, en zij alle werden in Uw boek beschreven, de dagen dat zij gevormd werden, toen er nog niet één van hen bestond.” Psalm 139:16 (HSV)

Een voor de meesten van ons bekende tekst. En heel troostvolle tekst: God die onze dagen kent, onze levensloop, het begin en het einde en alles ertussenin, en ons al kende en liefhad vóór Hij zelfs maar aan Zijn schepping begon. Maar zit er misschien nóg een bijzondere betekenis in? Had God, behalve onze levensdagen, en wie wij als mens zouden zijn, misschien nóg iets in Zijn Boek geschreven, wat pas in onze tijd is ontdekt?

Wist koning David al van het menselijk DNA? Nee, natuurlijk niet. Maar hij kende wel zijn God…

Laatst hoorde ik professor Robbert Dijkgraaf in zijn De Wereld Draait Door-lezingen uitleggen, hoe fenomenaal het menselijk lichaam in elkaar zit. En hoeveel de wetenschappers al ontdekt hebben van hoe alles werkt. De geleerden zijn al ver gekomen met het niet alleen begrijpen hoe bijvoorbeeld onze cellen en genen werken, maar ook met het sleutelen eraan… om ziektes uit te bannen, u begrijpt het wel. Hij noemde het DNA, de instructies in onze genen, waarin alle informatie zit over ons lichaam. En ik dacht: “En hóe verklaar je nou toch dat dat instructieboek, dat DNA heet, er überhaupt gekomen is… ?” En dan zegt hij: “De natuur heeft, door middel van de evolutie, een handboek geschreven…” (Hij bedoelt: het DNA-handboek.) Ik dacht “Wáát?? En de werken van Shakespeare zijn ontstaan doordat een enorme berg lettertjes miljoenen jaren in de zon (energie, he) heeft liggen bakken? Dacht het niet, toch!” Zo’n knappe kop die man, en dan zo’n totale blinde vlek voor de meest voor de hand liggende vraag van allemaal?

Maar ja, hij kent God niet…

Als je een apparaat wilt maken dat een bepaalde functie moet uitvoeren, moet je daarvoor allereerst uitvinden hoe dat precies moet. En als je dat allemaal hebt uitgeknobbeld, en je maakt je eerste exemplaar van het beoogde apparaat, en het wérkt allemaal – dan moet je daarna een handleiding maken, zodat er meerdere exemplaren op de juiste manier gemaakt kunnen worden. Alle apparaten die tot nu toe door de mensen vervaardigd zijn, hebben één ding gemeen: eerst werd er over nagedacht (“er moet een apparaat komen dat zus en zo kan…”), vervolgens werd er van alles uitgeprobeerd, er werd getekend, gerekend en proefapparaten gemaakt, en uiteindelijk werd er een werkend apparaat geproduceerd. En daarna werd er nog van alles aan verbeterd, in de loop van de tijd. Dus: eerst heeft iemand een idee en een doel, dan gaan mensen hun intelligentie inzetten voor het reken- en tekenwerk, ze verzamelen materiaal, stoppen er energie in, ‘bloed zweet en tranen’, stellen alles samen en tenslotte… is er het gewenste apparaat (en dit geldt ook voor bouwwerken). Zo zijn er gereedschappen gemaakt, machines, radio’s en televisies, bruggen, kathedralen, computers, mobiele telefoons en vul verder maar in. En hoe complexer een apparaat of bouwwerk, hoe uitgebreider de werkinstructie ervan is geworden.

Nu geldt dit ook voor alle levende organismen. Planten, dieren, mensen. In elke cel van elk organisme, zit zo’n werkinstructie. Een uitgebreide “hoe te maken”-handleiding. Dit is het DNA (*1).

DNA is de codetaal die in elke levende cel zit. Die codetaal beschrijft voor elk levend wezen tot in de kleinste details, hoe dat levende wezen eruit moet zien, en hoe het moet werken. Het DNA is een soort instructiehandboek. De taal van dat boek bestaat uit maar 4 “letters”, die in lange strengen aan elkaar zitten. Die vier “letters” zijn vier verschillende stofjes, te weten adenine, thymine, cytosine en guanine. Oftewel A, T, C, G.

Die DNA-moleculen zitten er opgerold en in elkaar gedraaid in, net als een telefoonsnoer. Zo vormt het een zogenaamd chromosoom. Die chromosomen bestaan dus uit DNA, die zijn onderverdeeld in heel veel afgebakende gedeelten. Elk gedeelte beschrijft weer een ander stukje van het lichaam. Zo’n gedeelte heet een gen.

De mens heeft tussen de 20.000 – 25.000 verschillende genen (*2) ; en als je alle informatie bij elkaar zou uitschrijven, heb je een hoeveelheid tekst van ongeveer een miljoen pagina’s! (*3)

Een chromosoom kan je vergelijken met een boek; genen zijn dan de “zinnen”, en groepen genen bij elkaar vormen “hoofdstukken” (*4).

Chromosomen zitten altijd als paren bij elkaar (want de één komt van de moeder, de andere van de vader). Er zijn 23 soorten chromosoomparen in het menselijk lichaam.

Een cel kan je ook vergelijken met een fabriek. In de kern van de cel, zit het hoofdkantoor. In dit hoofdkantoor zit de DNA-code. Die code verlaat het hoofdkantoor nooit. Er worden kopieën van gemaakt, en die worden vervoerd naar acht afdelingshoofden. Die vertalen en bewerken de codes in die kopieën. (Ze bewerken het deel ervan dat ze nodig hebben.) Dan worden die codes ingevoerd in gespecialiseerde productiemachines (die heten ribosomen). Elke machine moet de codes eerst wel op de juiste manier begrijpen, dus ze moeten die taal spreken.

(NB: Die codes hadden wel iemand nodig die de vertaling kende, en die een machine (het ribosoom) had gemaakt die de vertaling kon uitvoeren. Wie was dat? Ook heeft de cel een energiecentrale (het mitochondrium). Maar de cel heeft brandstof nodig om de eerste brandstofproductie op te starten in die centrale… Wie voorzag in de eerste brandstof?

Alles in de cel: de boodschappers, de vervoerders, de vertalers, de werkers en de machines, moeten er tegelijk vanaf het begin zijn, zodat de hele cel-fabriek kan functioneren. Het één moet niet hoeven wachten op het ander, anders werkt er helemaal niets!)

En tenslotte maken die machines de benodigde onderdelen, van het lichaam of organisme.

U begrijpt, er gebeurt van alles in de cellen. Het is leuk om te zien hoe de wetenschappers deze processen beschrijven. Ze spreken van coderen, decoderen, vertalen, blauwdrukken, bewerken (redactie), supervisie (fouten voorkomen en/of herstellen), instructies… dit spreekt van informatie, taal, woorden, doelgerichte communicatie! En deze termen zijn niet verzonnen door creationisten…

Hoe schiep God? Door te spreken. Genesis zegt herhaaldelijk: “En God zeide… en het was alzo.”

Hij spreekt de schepping tot aanzijn. Zijn woorden zijn zo krachtig, dat wat Hij uitspreekt, er onmiddellijk is.

Hij is het Woord. Hij spreekt ook met ons, Hij communiceert. Ook een heel boek vol!

Die chromosomen zitten dus in de kern van de cel. De cel werkt dus als een fabriek. Deze fabriek krijgt boodschappen, instructies, van het DNA. Dat DNA moet z’n instructies en kennis dus ook weer ergens vandaan hebben. Er moet dus een auteur zijn, van deze instructies. En een fabrikant van alle machines. En deze fabrikant moet de handleiding en de uitleg van alle codes erbij gegeven hebben.

Dan naar het Hebreeuws.

Hebreeuws is Gods unieke taal. De taal van de Bijbel, en Gods unieke scheppingsinstrument.

Gods naam in het Hebreeuws heeft 4 letters, JHWH, Jod, Hé, Wav, Hé.

In het DNA zitten 4 afzonderlijke stofjes, vier “Hoofdletters”.

De mens heeft 23 chromosoomparen (46 chromosomen). Eéntje daarvan bepaalt of je man of vrouw bent (het X- of Y-chromosoom, *5).

De overige 22 dragen alle informatie over hoe het menselijk lichaam eruit moet zien en hoe het moet functioneren. En: het Hebreeuwse alfabet heeft 22 letters!

Jesaja 55:11 zegt: “het woord, dat uit Mijn mond uitgaat, … zal doen wat Mij behaagt, en dat volbrengen, waartoe Ik het zend.” Zijn woorden hebben altijd Zijn gewenste effect.

Dus je kan zeggen: God schiep door Zijn gesproken woord, en dit woord zit ahw ook “letter-lijk”, “woord-elijk” in ons DNA. Hij schreef het handboek “hoe maak je de mens”, en plantte dit in ons DNA.

Joh. 1: 1-4 “In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God en het Woord was God. … Alle dingen zijn door het Woord geworden.”

(Het Woord is hier ook de Heer Jehoshua Zelf, het Vleesgeworden Woord, Joh. 1:16.)

Gen. 2:8 “Hij plaatste daar (in de Hof van Eden) de mens, die Hij geformeerd had.”

Hij formeerde de mens, van dezelfde elementen als waar de aarde uit bestaat.

Maar er is dus geen formatie, zonder in-formatie.

Dan naar Psalm 139, de verzen 13-16.

Uit de Herziene Statenvertaling:

“13. Want Ú hebt mijn nieren geschapen, mij in de schoot van mijn moeder geweven. 14. Ik loof U, omdat ik ontzagwekkend wonderlijk gemaakt ben; wonderlijk zijn Uw werken, mijn ziel weet dat zeer goed. 15. Mijn beenderen waren voor U niet verborgen, toen ik in het verborgene gemaakt ben en geborduurd werd in de laagste plaatsen van de aarde. 16. Uw ogen hebben mijn ongevormd begin gezien, en zij allen werden in Uw boek geschreven, de dagen dat zij gevormd werden, toen er nog niet één van hen bestond.” De oude Statenvertaling heeft hier Uw ogen hebben mijn ongevormde klomp gezien; en al deze dingen waren in Uw boek geschreven, de dagen als zij geformeerd zouden worden, toen nog geen van die was.”

Nu keek ik met name naar vers 16, en naar hoe verschillende vertalingen dit vers weergeven. Biblehub.com somt ergens 28 vertalingen op. (*6).

De meeste vertalingen zeggen iets als “de dagen, die zouden komen…” of “geformeerd zouden worden”. Andere vertalingen zeggen iets als “in uw Boek stonden al mijn delen opgeschreven, toen er nog niet een bestond”, etc.

En nog eens 2 à 3 vertalingen zijn wat onduidelijk.

En dat is opvallend. Wat staat hier nu precies? Gaat het hier over een beschrijving van onze levensdagen? Veel commentaren gaan daar wel van uit. (*8) Of gaat het hier (ook) om een beschrijving van … onze “delen”? Lichaamsdelen? Worden die ook beschreven in Gods Boek?

Als je kijkt naar het eerste deel van vers 16, lijkt dat wel zo. Want er staat: “Uw ogen zagen mijn vormeloos begin;“. Zagen dus de vorm. En hoe die vorm begon, en zich ontwikkelde in de loop van de tijd.

In de Tenach staat Psalm 139 vers 16 zo in het Hebreeuws:

גָּלְמִי רָאוּ עֵינֶיךָ וְעַֽל־סִפְרְךָ כֻּלָּם יִכָּתֵבוּ יָמִים יֻצָּרוּ ולא [וְלוֹ] אֶחָד בָּהֶֽם

galmi / ra-oe / einecha / we-al / sifrecha / kulam / jikatevoe / yamim / yoetzaroe/ we lo / echad / bahem

en dat is, zonder meer vertaald:

mijn nog ongevormde / zagen / Uw ogen / en in / Uw boek / al(le) / werden zij geschreven / de dagen (of de tijd, periode) / geformeerd voor mij / wanneer niet/toen nog geen / één / van hen

Zo staat het er in het Hebreeuws, de grondtekst. Hier staat dat al in Gods Boek stond geschreven… al onze… onze wat? Onze dagen, ons leven? Dat wordt door de meesten zo vertaald, maar niet door allen. Het woord “yamim”, betekent veel meer dan “dagen”; maar ook iets doorlopends, weg, route, bepaalde (beperkte) tijd, etc.

De meeste commentaren (*7) stellen dat in het Hebreeuws met “werden zij geschreven”, verwezen zou worden naar een woord dat volgt, dus dan zou het over de (levens)dagen gaan. Maar omdat de Psalm vanaf vers 13 spreekt over het lichaam en hoe “gans wonderbaar” dit “geweven” is, en spreekt van “mijn gebeente”, my substance, my frame, mijn “substantie” etc., lijkt het logisch om aan te nemen, dat het hier minstens ook gaat om de vorming van “onze leden, delen van ons lichaam”. (Matthew Poole ziet het in elk geval wel zo.)

Met precies vastgelegd op welke dag van de ontwikkeling van het ongeboren kind, welke lichaamsdelen geformeerd zouden worden, zodat alles binnen zo’n 40 weken/9 maanden klaar is. Een doorlopend proces, tot in de finesses bepaald door onze Schepper.

En dat dus volgens de instructies in Gods Handboek, Zijn levensprogramma, zoals dat is geschreven in het DNA in onze cellen.

DNA is een taal, daar wist Darwin nog helemaal niet van, in zijn tijd. Wetenschappers breken zich nog een hele tijd het hoofd, hoe dat DNA er toch gekomen is. Want evolutionair is het ook niet te verklaren. Hoe verklaar je een duizend-delige encyclopedie, als die door toeval en mutaties moet zijn ontstaan? Dat kan niet! Een Handboek zoals dit moet geschreven zijn door een (Super)Intelligentie, een Auteur, met een specifieke bedoeling, en plan. Wat wetenschappers “het menselijk genoom” noemen, noemt de Bijbel in Psalm 139 “Gods Boek”.

(Zie ook dit artikel van Karen, over het kunstig opgevouwen pakketje…)

******************************

Afb: iPad (bovenaan): “National Human Genome Research Institute”. Gebruikt met toestemming.

Diagram van chromosoom in cel: Wikimedia.

47 chromosomen op rij: Wikipedia.

Noten

(*1) DNA = de afkorting van het Engelse “Deoxyribonucleic acid”, in het Nederlands: desoxyribonucleïnezuur.

(*2) zoals in kaart gebracht in het Human Genome Project (door het National Human Genome Research Institute, NHGRI; www.genome.gov) dat in 2003 werd afgerond. Amerikaans geneticus dr. Francis S. Collins was en is de directeur en leider van het project, dat het menselijk genoom ontcijferde. Collins is auteur van het boek “De Taal van God” (ook in het Nederlands verschenen.) Misschien niet verrassend, dat deze man christen is!

(*3) Uit: The Origin and Destiny of Life, dr. E.K. Victor Pearce, pag. 27

(*4) Uit: The Origin and Destiny of Life, dr. E.K. Victor Pearce, pag. 24

(*5) https://nl.wikipedia.org/wiki/Chromosoom#cite_note-1

“De 46 menselijke chromosomen bestaan dus uit 23 paren: te weten 22 paren autosomen en 1 paar geslachtschromosomen.”

(*6) hier staan er 28 (Engels).

https://biblehub.com/psalms/139-16.htm

(*7) https://biblehub.com/commentaries/psalms/139-16.htm

Bronnen:

– Psalm 139

The Origin and Destiny of Life, dr. E.K. Victor Pearce, Engeland, 2001 – hfst 1 t/m 3.

De Taal van God, dr. Francis S. Collins

– biblehub.com