24-10-2022

Egypte bespot door de tien plagen

Egypte werd vernederd door de tien plagen die het over zich heen kreeg. Tien was ook het aantal Woorden die het volk Israël ontving toen zij bij de berg Sinaï waren. Tien is een volheid: de tien vingers, tenen, tien zonen van Jaakov, het Noordelijke Tienstammenrijk e.d.

Voordat de plagen begonnen, maakte de God van Israël de farao ervan bewust dat zijn slangen machteloos waren. De farao droeg een hoofdbedekking met het symbool van een uraeusslang met cobrakop erop. Deze slang was het symbool van de cobragodin Edjo uit de Nijldelta.

De eerste plaag is ‘dám’, bloed. (Ex. 7: 20). De bron van leven was voor Egypte de rivier de Nijl. Door het bloedwater stierf al het leven in de Nijl en werden de Nijlgoden Osiris en Hapi van hun voetstuk geduwd. De kikkers overspoelden daarna het geteisterde Egypte. De godin van de vruchtbaarheid, Hekt, een wezen met een kikkerkop werd daarmee belachelijk gemaakt.

De steekvliegen en muggen, die daarna massaal Egypte bedekten, waren het symbool van de god Kepher, een wezen met een mestkeverkop. Door de veepest werden de afgoden Apis en Hathor, afgebeeld met koeienhoofd, gekleineerd.

De zweren kon de godin Sekhmet niet doen verdwijnen en de godin Noet kon het vuur en de hagel die door de God van Israël op Egypte werd afgevuurd niet voorkomen. Senehem, de god met het sprinkhanenhoofd, kon niet voorkomen dat sprinkhanen de hele oogst opvraten.

De duisternis die kwam, was een directe aanval op de zonnegod Ra. De farao werd gezien als de zoon van de zonnegod Amon-Re, ook wel Ra genoemd.

Met de dood van de eerstgeboren zoon stierf ook de goddelijke troonopvolger. Hiermee sloot de God van Israël de reeks oordelen af. Horus was de Egyptische hemelgod en die kon niet voorkomen wat er allemaal gebeurde. Egypte was nu volledig krachteloos gemaakt. Het is precies gegaan zoals God voorspelde in Exodus 12:12: “Ik zal alle Egyptische goden van hun voetstuk stoten, want ik ben de HEER’’.

Bron: deels uit ‘Hier gebeurde het toen’ van Johan Knigge.