26-10-2022

Lessen uit het Joodse leven, les 1, 2 en 3

Van de Joden willen leren in plaats van hen te willen bekeren, is dat geen moderne dwaasheid? Karel de Grote, de grondlegger van het huidige Europa, was een wijs mens. Hij nodigde Joodse leraren uit om het onderwijs in zijn onderontwikkelde keizerrijk op een hoger peil te brengen.* Toen in de 17e eeuw onze Staten Generaal opdracht gaf om de Bijbel vanuit de Hebreeuwse grondtekst opnieuw te vertalen, gingen de Nederlandse vertalers regelmatig op bezoek bij Joodse rabbijnen om van hen te leren. Ook vandaag, nu Israël als nooit te voren toegerust is om de volken van dienst te zijn, is het wijs te willen leren van de Joden. Wat kunnen we leren? Er zijn minstens negen lessen te leren. Hieronder de eerste drie.

* Joden zijn de eeuwen door voortrekkers geweest als pedagogen, artsen, musici, schrijvers, dichter en last but not least als kenners van de Hebreeuwse Bijbeltaal en de Hebreeuwse grondtekst.

Les 1: Leren denken vanuit de Overkant

Israël kan ons leren anders te denken, te denken vanaf de Andere Kant. Eeuwenlang is onze Westerse wijze van denken gestempeld door de Grieks Hellenistische cultuur die de mens in het centrum zet. Grieks denken is denken vanuit onszelf, zonder vooronderstellingen die van buitenaf gekomen zijn. Ons uitgangspunt is wat we zelf zien en zelf ervaren. Waar is wat we kunnen meten en wegen, waar is wat we logisch kunnen beredeneren. Wat niet meetbaar, berekenbaar of beredeneerbaar is, wat niet wetenschappelijk- empirisch is vastgesteld, heeft geen werkelijkheidswaarde en dus geen geldingskracht.

Het is merkwaardig dat we deze manier van denken ook uitdrukken in onze manier van schrijven, die eveneens aan de Griekse taal is ontleend. Wij schrijven van links naar rechts en daarbij beginnen wij altijd dicht bij onszelf, met de hand in de buurt van ons hart en van daaruit schrijven we van ons af naar omhoog. In ons letterschrift zit een beweging van links naar omhoog. We schrijven zoals we denken.

Precies tegenovergesteld is de Hebreeuwse schrijfwijze, die van rechts naar links gaat en van bovenaf naar beneden geschreven wordt. Als de Hebreeërs gaan schrijven, beginnen zij niet bij zichzelf, maar buiten zichzelf: met een boog beweegt men de hand van zichzelf af en dan begint men van bovenaf de letters te vormen. Dus niet vanuit onszelf, maar naar onszelf toe. Niet van onderop, niet uitgaande van wat we zelf denken, voelen en ervaren, maar van wat vanaf de Overkant naar ons toegekomen is. Het woord ‘Hebreeuws’ betekent ook letterlijk: ‘komend van de overkant’.

Leren van Israël is leren denken vanaf de Overkant; Israël is het volk dat als geen ander kennis van de Overkant gekregen heeft: ‘zo deed Hij met geen ander volk’ (Psalm 147:19,20). Het kernwoord dat het Joods orthodoxe denken typeert is: ‘Hoor Israël’ (Deut. 6:4)!  Het uitgangspunt voor het Joodse denken ligt niet bij de mens, niet bij wat ik zelf vind of voel, of wat logisch lijkt, maar bij wat naar mij toegekomen is vanaf de Andere Kant: Shêma` Jisraël! Daarom ligt in het Joodse orthodoxe onderwijs ook steeds alle nadruk op de vraag: niet wat vinden jullie zelf, hoe zien jullie dat, maar wat is gezegd, wat staat geschreven? Dat is les 1: leren ‘horen’! Ook samen leren horen, saamhorig zijn, samen met het Joodse volk. Want de Godswoorden van de Overkant zijn via hen tot ons gekomen: ‘hun zijn de Woorden Gods toevertrouwd’, schrijft de apostel der heidenen aam de christenen in de hoofdstad van het Romeinse Rijk (Rom. 3:2). Ook de oorspronkelijk in het Hebreeuws gestelde Evangelieverhalen zijn via het Joodse volk tot ons gekomen, in de schatkamer van de Hebreeuwse taal. In een eeuwenlange geschiedenis van lijden en verdrukking hebben zij deze taalschat voor ons bewaard. Alleen in saamhorigheid met hen zullen de Hebreeuwse oerwoorden voor ons weer gaan oplichten en kunnen ze een verrassend perspectief bieden op radicale bevrijding en vernieuwing van mens en samenleving.

Les 2: Leren opnieuw de Bijbel te bestuderen: Bijbelwoordstudie

Israël kan ons leren de Bijbel te herwaarderen, de Bijbelwoorden opnieuw te wegen. Als geen ander is het Joodse volk gespitst op de betekenis van woorden, van elk Bijbelwoord apart. Men leest de Bijbel woord voor woord, want elk woord telt (ook letterlijk: men telt de woorden!). De. betekenis van het Woord Gods zit niet alleen in de zinnen, maar ook in de woorden zelf.

Dat is les 2. Van Israël kunnen we een nieuwe vorm van Bijbelstudie leren: de Bijbel woord voor woord te lezen, elk Bijbelwoord apart te leren ontdekken door woordvergelijking en woordontleding.

Woordvergelijking wil allereerst zeggen – en dat in feite een toegespitste vorm van het aloude ‘Schrift met Schrift vergelijken’- dat men een woord in een bepaald zinsverband gaat vergelijken met hetzelfde woord in een ander zinsverband. Dat kan soms een verrassende lichtval geven op het te onderzoeken woord en daardoor op de hele zin, waarin het functioneert. Bijvoorbeeld het eerste Bijbelwoord – בראשית beré’shít, dat wij vertalen met ‘in het begin’, komt o.a. ook voor in Exodus 23:19 en in Psalm 111:10, en daar betekent het achtereenvolgens eersteling en beginsel. Beide woordbetekenissen mogen in de vertaling van be-ré’shít meeklinken: ‘met beginsel (of met de eersteling) heeft  God de hemel en de aarde geschapen’. Een vertaling die geheel in lijn ligt met heel de Heilige Schrift: door het Woord (hét Beginsel, dé Eersteling) schiep God de hemel en de aarde ( Psalm 33:6, Johannes 1:1 en Openbaring 3:14). Maar de Joodse methode voor woordvergelijking is veel breder: men zoekt ook betekenisverband tussen woorden die minstens twee letters gelijk hebben. Zo legt men in de Hebreeuwse taaltraditie verband tussen גלה gáláh, in ballingschap gaan, verdwijnen, geheel opgaan in de volkerenwereld én געל gá’al, vrijkopen, bevrijden: Israëls ballingschap betekent nooit het definitieve einde, nooit zal  het geheel opgaan in de volkerenwereld en verdwijnen als volk, wat Israëls vijanden beogen (Ps.83:5). Waarom niet? Omdat Israëls God niet los laat wat Zijn Hand begon, Hij koopt Zijn volk vrij (Jesaja 43:1-3).

Woordontleding wil zeggen dat men altijd nauwkeurig let op de letters waaruit een woord is opgebouwd. De reden daarvoor is dat elke Hebreeuwse letter een naam (en dus betekenis) heeft die kleur geeft aan een woord. Zo begint het tweede Bijbelwoord ברא bárá’, scheppen, herscheppen, scheiden met de letter Beth. De Beth is de tweede letter van het Hebreeuwse alfabet en betekent niet alleen ‘huis’ maar vertegenwoordigt tegelijk ook getal twee. God heeft geschapen door te scheiden, door in tweeën te scheiden: hemel én aarde, land én water, man én vrouw, Shabbat én weekdagen. En deze schepping is een tehuis voor mens en dier, met in het centrum een Huis voor God Zelf.

Behalve op de letters, let de Joodse Bijbelwoordstudent er ook op of in het betreffende woord mogelijk nog een ander woord schuilgaat. De Joodse taaltraditie leert ons bijvoorbeeld dat in het woord ציון Tsion – Tsion is de Bergtop waar eens alle volken zullen samenkomen om te horen naar de Goddelijke Onderwijzing (Jes.2:1-4) – het woord יון Jávan schuil gaat. ‘Jávan’ is de Hebreeuwse naam voor Griekenland, en Griekenland staat voor kennis en kunst, voor filosofische en wetenschappelijke kennis én voor literaire kunst en kunstzinnige vormgeving. Volgens de Hebreeuwse traditie wil deze woordsamenstelling van ‘jávan’ dat is opgenomen in het woord Tsion, ons zeggen dat Javan/Griekenland als wegwijzer en voortrekker der volken pas tot zijn recht komt als het zich verbindt met Tsion. In Genesis 9:27 staat dat ‘Jávan moge wonen in de tenten van Sem.’ Dat is een Goddelijke raadgeving, een advies van de Overkant. Als Javan zich koppelt aan Tsion, als het uitgangspunt voor kennisverwerving en kunstbeoefening ligt in het Woord en de lofprijzing van Israëls God, zullen kennis en kunst, wetenschap en filosofie, literatuur en kunstvaardigheid zich ten volle kunnen ontplooien. Maar als Jávan, de Griekse geest, zich verzelfstandigt, wegtrekt uit de tent van Sem gaan kennis en kunst, wetenschap en literatuur etc. ontaarden en hebben ze een verderfelijke en vernietigende uitwerking**. Niet alleen op mens en milieu, maar ook op het verstaan van Gods Woord. De Grieks gestempelde kerkelijke leer en de Grieks gekleurde Bijbelwetenschap hebben de Bijbel in veel opzichten ontkracht en het antisemitisme aangewakkerd. Een cultuur, een wetenschap, een theologie die zich afkeert van Tsion, krijgt afkeer van Tsion, gaat haatgevoelens koesteren. In de afkeer van Tsion ligt de wortel van het antisemitisme, een afkeer krijgen.

* Volgens Joodse visie is de Bijbel een literair kunstwerk van Hoger Hand, waarbij elk woord, zelfs elke letter op z(Z)ijn plaats staat.

** Psychiater Erich Fromm stelt dat er een complexe relatie bestaat tussen creativiteit en narcisme (‘The anatomy of human destruction’, pag. 229).

Les 3. meerlijnig leren denken

Anders leren denken kent nog een tweede aspect: meerlijnig leren denken. Ons Westerse denken, onder invloed van de Griekse geest, verloopt meestal éénlijnig, waarbij we van de ene stap logisch naar de andere gaan om dan uit te komen bij een duidelijke slotsom, een helder éénduidig standpunt: ‘zo is het en niet anders, en wie het niet met ons eens is die heeft het mis of die is achterlijk’. We houden van rechtlijnige, éénlijnige redeneringen en hebben de grootste moeite met zaken of thema’s die niet in één formule te vatten zijn, waar meerdere aspecten aan zitten. Daarom hebben we ook vaak moeite met de Hebreeuwse Bijbel of beter: met de God van de Hebreeën. Want Hij, de Altijd Aanwezige is veelzijdig, niet in één begrip te vatten. Hij is barmhartig, Hij is mateloos goed, onbegrijpelijk genadig: Hij neemt onze zonden op Zich en draagt ze weg naar de zee van eeuwig vergeten. Dat is één lijn. Maar Hij is ook rechtvaardig, betrouwbaar, Hij vergeet nooit wat Hij ooit heeft gezegd, nooit wat Hij beloofd heeft of waarvoor Hij ons gewaarschuwd heeft. Soms is Hij huiveringwekkend rechtvaardig en doet Hij wat Hij gezegd heeft! Dat is de andere lijn. Voor de ellende in de wereld kan men God niet verantwoordelijk stellen. Dat is één lijn. ‘Maar er is ook niets,’ aldus rabbijn Brodman,‘dat niet van God komt.’

Deze meerlijnigheid van de Hebreeuwse Bijbel weerspiegelt zich ook in het unieke Hebreeuwse-Aramese schrift: het zogenaamde kwadraatsschrift of vierkantsschrift. Ons schrift, althans ons schrijfschrift, verloopt in éénlijnige, ronde vormen als weerspiegeling van ons rechtlijnige, logische denken. Het Hebreeuwse schrift daarentegen is hoekig, meerlijnig net al het Hebreeuws Bijbelse denken.

Meerlijnig denken, vierkant, hoekig is typisch Joods denken. Het typeert de hele Joodse overlevering, die geen gesloten denksystemen kent, zoals de Christelijke theologie, maar het is een verzameling diverse gespreksverslagen met uitspraken die vaak tegengesteld zijn. Zo staat de mening van rabbijn Hillel tegenover die van  Shammaj, beide vertegenwoordigen een andere lijn. Van de Joden leren betekent zich oefenen in een voortdurend gesprek met wat van de Overkant naar ons toe gekomen is, en wat zijn neerslag gevonden heeft in de Hebreeuwse Bijbel.