22-11-2022

Chánukáh tegenover de nieuwe, universele religie

In 2009 is wereldwijd officieel in diverse wereldsteden, ook in Amsterdam, in de Mozes en Aäronkerk, het startsein gegeven voor een nieuwe wereldreligie. Daarbij is een speciaal handvest ‘Charter for Compassion’ gepresenteerd dat intussen in tal van talen is overgezet. Uitgangspunt is de principiële gelijkheid van alle wereldreligies: zij beogen in wezen hetzelfde. Alle religies zijn een zoektocht naar hetzelfde Grote Goddelijke Geheim, en alle religie zetten zich in voor naastenliefde, voor ‘compassie’, voor hartelijk en daadwerkelijk medeleven met elkaar.

Is dat niet een edel en weldadig initiatief?

Elk jaar opnieuw wil het Chanukahfeest ons waarschuwen en wakker schudden!

Een nieuwe volksreligie in wording

De nieuwe wereldreligie is niet nieuw. In ons land en heel Europa is allang een nieuwe volksreligie in wording: de zogenaamde Nieuwe Tijdsreligie die onweerstaanbaar opdringt en die in de Westerse wereld al miljoenen aanhangers telt. Hele volksmassa’s zijn in de ban van deze religieuze beweging.

Kenmerkend voor de Nieuwe Tijdsreligie zijn de woorden: ‘algemeen en hetzelfde of gelijk. Men richt zich op een algemene, universele godheid: het Al, het Alles en Allen Omvattende Geheel, waarvan wij een onderdeel vormen als druppels uit de Grote Goddelijke Oceaan of als vonkjes uit het onmetelijke Moederlijke LiefdesVuur. Een Grootheid waarin tenslotte ook alles en ieder zal terug keren. God en mens zijn in wezen dus van dezelfde grondstof.

* Ook in Israël, in het Hebreeuwse moederland, kent deze nieuwe religie tal van aanhangers. Zij keren zich tegen de ‘Joodse identiteit van de Staat Israël’. De Joodse ‘apartheidspolitiek’ moet plaats maken voor een algemene democratie, gebaseerd op een algemene, universele religie.

Geen sprake van schuld, geen noodzaak van verzoening

In deze algemene religie van de Algemene Godheid bestaat er geen ik tegenover Gij, is er geen persoonlijke verantwoordelijkheid tegenover een persoonlijke Godheid, is er ook geen sprake van schuld, alleen van een tekort schieten of hoogstens van onschuldig afdwalen. Dus is er ook geen noodzaak van verzoening met God. Immers alles ís al verzoend, alles is één en hetzelfde: verzoening, vergeving, bevrijding is uitsluitend een zaak van bewustwording. We zijn al verzoend en bevrijd, we moeten het alleen nog beseffen, ons realiseren.

De aarde uit het zicht

In deze algemene godsdienst die gericht is op het Hogere, streeft men ook steeds naar het hogere in zichzelf: naar zelfontplooiing en zelfverwerkelijking. En het ultieme einddoel van alle leven is:

geheel vrij te worden van alle bindingen, van mensen en van dingen, met name ook van de aardse, materiële dingen. Einddoel is zich los te maken van deze aardse, in wezen schijn-wereld, en zich op te lossen als een ik-loos wezentje in de Grote Goddelijke Oceaan of in het ons allen Koesterende OerVuur.

Bij deze naar Omhoog gerichte godsdienst raakt de aarde en het aardse tenslotte geheel uit het zicht.

De God der Hebreeën is anders

De God de Hebreeën is weliswaar een Algemene Grootheid: ‘in Hem bewegen wij ons en zijn wij’, zegt Paulus als hij met de Grieken in Athene spreekt over de God der Hebreeën. Deze unieke Grootheid omvat ons geheel en al. Hij is vóór ons en achter ons, en onder ons en boven ons: ‘waar zou ik gaan voor Uw Geest, waarheen vluchten voor Uw Aangezicht?’ (Psalm 139:7). Mens zijn is leven in de lichtkring van Zijn Aanwezigheid.

Maar er is meer: behalve de Algemene, de Altijd en Alom Aanwezige is Hij ook de Absoluut Bijzondere, de Ene, de Unieke, de Totaal Andere: ‘met wie dan wilt ge Mij vergelijken?’ (Jes. 40:25).

Israëls God is minstens vijf keer de Enige, de Unieke

Waarin is Israëls God anders, uniek?
a. Hij laat ons niet moeizaam omhoog streven, maar vanaf de Onbereikbare Overkant komt Hij Zelf naar ons toe.

Hij vereenzelvigt Zich met ons, neemt onze gebrokenheid, onze schuld op Zich en draagt die weg: ‘Zie het Lam Gods dat de zonden der wereld wegdraagt’ (Leviticus 16:21, Johannes 1:29). Hij is Immanuël, God met ons.

b. Hij is met ons hier en nu op deze aarde. In de Bijbelse godsdienst gaat het niet om het Hogere, om de hemel, maar om de hemel op aarde: ‘God komt op aarde wonen met groene eeuwigheid’. Hier op deze aarde wil Hij Zijn Koninkrijk stichten, Zijn recht en Zijn gerechtigheid, met Tsion, in het centrum van een nieuwe wereldsamenleving (Psalm 98:2,3,9; 132: 13,14, Jesaja 2:1-4, Micha 4:1-4). Hier en nu roept Hij ons in zijn dienst, heel persoonlijk.

c. Israëls God is geen onpersoonlijke Grootheid, geen Domme, Stomme Kracht, maar een Iemand, met oren die horen en ogen die zien en een mond die spreekt. Israëls God is een ‘Ik’ Die ons persoonlijk aanspreekt en persoonlijk verantwoordelijk stelt: ‘Adam waar zijt gij?’ (Gen. 3:9).

d. Hij wil een persoonlijke relatie met ieder van ons: ‘Mijn zoon, geef Mij Uw hart’ (Spreuken 23:26)! Hij wil ons hart, ons binnenste om ons van binnenuit te bevrijden en te vernieuwen = om Zichzelf, Zijn wezen, Zijn Karakter, Zijn Mentaliteit in ons te weerspiegelen. Hij wil ons van een kinderlijk, hinderlijk, narcistisch en egocentrisch driftwezen, dat gericht is op zelfbevrediging, zelfontplooiing en zelf verwerkelijking omvormen, bekeren tot een evenbeeld van Hem Zelf. Al op de eerste bladzij van de Hebreeuwse Bijbel staat Zijn unieke programma: ‘laat Ons mensen maken die op ons lijken’.

e. Hij wil Zich van ons bedienen als Zijn grondpersoneel. Hij wil ons inzetbaar maken voor het beheer van Zijn schepping, van Zijn aarde, Zijn bomen en bloemen, Zijn bijen, Zijn vogels, Zijn dieren, Zijn vee.

Oude religie in nieuw gewaad: heidens-Grieks

In feite is de nieuwe, universele religie een hernieuwde vorm van het oeroude heidendom en van de ‘onsterfelijke’ Griekse geest. Het heidendom, dat als kenmerk heeft de vlucht voor de Stem van de Overkant, Die ons ter verantwoording roept: ‘Adam waar ben je?’

Alle oude en moderne heidenen vluchten in de één of andere roes van hoger of lager orde: in hooggestemde ‘Griekse’ kunst, cultuur of wetenschap die de ondraaglijke leegte van God enigszins draaglijk maakt of men vlucht in seks, drank, drugs, in loos vermaak of lawaaierige, rimboemuziek, hoe harder hoe liever om de Stem van de Overkant te overstemmen.

Griekse dictatuur

In deze nieuwe religie, wil de ‘onsterfelijke Griekse geest’ alles en iedereen gelijkschakelen op basis van het ‘heilige beginsel’ dat alles en iedereen in wezen gelijk is: immers, wij zij allen van de zelfde goddelijke grondstof! Dit Griekse gelijkheidsbeginsel loopt altijd uit op dictatuur, want wat niet gelijk is, moet gelijk gemáákt worden, desnoods met meedogenloos geweld. Alles móet hetzelfde zijn, allen móeten één zijn. De Griekse geest die vrijheid predikt en ‘democratie’, is in wezen het meest dictatoriaal, Olympischcommunistisch of Spartaanfascistisch. Dat heeft Israël ervaren in de dagen van de door de Griekse geest bezielde dictator Antiochus Epifanes: voor hem waren alle godsdiensten hetzelfde, en dus moest ook de Joodse godsdienst gelijkgeschakeld worden. Daarom plaatste hij in de Tempel van Jeruzalem een beeld van de Griekse god Zeus, en verbood hij de viering van de Shabbat en van alle andere mó`adim (feesttijden, tijdstippen): men mocht geen Pesach meer vieren, geen Shabhu`oth (Pinksteren), geen Rosh Hashánáh (eerste dag van de zevende maand, nieuw jaar, dag van de bazuin), geen Jom Kipur (Grote Verzoendag) en geen Sukkoth (Loofhuttenfeest).

Chanukah is een jaarlijks appél, ook voor ons!

Het jaarlijkse Chanukahfeest in de donkerste tijd van het jaar houdt de herinnering gaande aan deze donkere tijd van de Grieks-heidense terreur. Maar Israël viert met Chanukáh ook vrolijk de nationale bevrijding en het herstel van de Bijbelse Hebreeuwse godsdienst, van het recht op een Bijbelse levensstijl, met als kern de ordening van de tijd volgens de Goddelijke Tijdstippen uit Leviticus 23.

En wij? Wat doet Chanukáh met ons? Chanukáh is een feest dat ons prikkelt om wakker te worden: ‘Wat Ik u zeg, zeg Ik allen: waakt’! (Markus 13:37). Maar het prikkelt ons ook om ons stevig toe te rusten voor de eindtijd die een eindstrijd is. Een zware geestelijke strijd, waarbij we geoefend moeten zijn in het onderscheiden van de geesten.

Toerusting voor de eindstrijd

Hoe kunnen we ons geestelijk toerusten en bewapenen voor deze eindstrijd? Door gebed en Bijbelstudie, door Woord en Geest. In de strijd met de Griekse geest kunnen wij de Bijbel, met name de Hebreeuwse Bijbel, niet missen. Wij zullen ons meer dan ooit moeten onderdompelen in dit unieke Boek: in de Hebreeuwse Psalmen en Profeten, maar ook in de Hebreeuwse Torah, in saamhorigheid met het Joodse volk.

De Hebreeuwse taal

Een onmisbaar hulpmiddel bij deze Bijbelstudie is: basiskennis van de Hebreeuwse taal. Hebreeuws leren maakt mensen mondig, zodat men zelfstandig Bijbelwoordstudie kan doen, onafhankelijk van geleerde (vaak Grieks gestempelde) tussenpersonen. Hebreeuws is niet alleen een onmisbare toegangstaal tot de Hebreeuwse Bron, maar de taal zelf is ook drager van de Hebreeuwse geest: in de taal, in de lettervormen en woordvormen weerspiegelt zich de Hebreeuwse spiritualiteit. Met andere woorden: de taal zelf is de neerslag van de Hebreeuwse apartheidsmentaliteit die zich verzet tegen de Griekse gelijkschakeling.