Niet de geloofsvisie maar de geloofsvrucht, niet het zien, maar het zijn
Niemand komt tot de Vader dan door Mij’, zegt Jêhoshua`/Jezus (Johannes 14:6). Meestal wordt dit gezegde exclusief opgevat, waarbij de Joden als ongelovigen worden buiten gesloten. Beter en Bijbelser is een inclusieve uitleg: niemand, wie en waar dan ook ter wereld kwam en komt tot God de Vader dan door Hem Die een unieke historische gestalte is van de Vergevende Liefde Gods. In hetzelfde Johannes-evangelie zegt Jêhoshua`:’Eer Abraham was ben Ik’ (Johannes 8:58, zie ook Johannes 1:1) In aansluiting hieraan schrijft de apostel Petrus over Hem als het Lam van ‘vóór de grondlegging der wereld’ (1 Petrus 1:20). De naam Jêhoshúa` betekent letterlijk: ‘Hij, Israëls God bevrijdt (Mattheüs 1:21). Israëls God is niet pas aan het begin van onze jaartelling begonnen met Zijn bevrijdingswerk, maar al vanaf het allereerste begin van de menselijke geschiedenis. Jêhoshua` omvat veel meer dan alleen Zijn verschijning in de Man van Nazareth. Jêhoshua`s 33-jarige verschijning op aarde is slechts de zichtbare zijde van de eeuwige Vergevende liefde Gods. Het is door deze Vergevende Liefde dat Abraham tot een ontmoeting kon komen met God de Vader, het is door deze Vergevende Liefde (= Jêhoshua`) dat ook Mozes kwam tot God de Vader en alle gelovige Israëlieten met en na Mozes. Zij kwamen tot God de Vader zonder dat zij Zijn historische gestalte hadden gezien. Zo komt ook nu iedere gelovige Jood of Jodin die een levende relatie beleeft met de God van Abraham en Mozes tot God, ook zonder Hem te zien of te herkennen in de historische gestalte van de Man van Nazareth. Niemand komt tot God zonder Hem, Hij dé Weg, de Enige Weg.
Het zien en erkennen van Jêhóshua`/Jezus als de Messias is wel van belang, van groot belang, maar het is niet beslissend. Alles beslissend is niet het zien, maar het zijn: of we ranken zijn aan Hem de wijnstok, of we ontvankelijk zijn voor Zijn Geest, Die de Geest is van Israëls God. Allesbeslissend voor het eindoordeel over ons leven is: of de Vergevende Liefde Gods (= Jêhóshua`) zich in ons leven heeft weerspiegeld. Allesbeslissend is of we de Geest van Israëls God hebben toegestaan om Zijn Torah in ons hart en verstand te schrijven (Jeremia 31:33; Hebreeën 8:10; 10:16). Allesbeslissend is niet onze geloofsvisie, maar onze geloofsvrucht (Galaten 5:22). Allesbeslissend is, zoals onlangs een Joodse vrouw in een interview het formuleerde: of we een ‘echt mens’ zijn geworden, naar Gods bedoeling (Genesis 1:26,27). Er staat een schokkend gezegde aan het slot van de Bergrede in Mattheus 7:23. Jêhóshua`zal zeggen tegen hen die in Hem geloofden die zelfs in Zijn Naam grote wonderen hebben gedaan: ‘Ik heb U nooit gekend. Ga weg van Mij, gij werkers van wetteloosheid’. Dit zegt Hij tegen degenen die geloofden dat Hij de Messias van Israëls was, maar die Zijn Wet, Zijn Torah niet in hun hart hebben laten schrijven, die wel geloofstaal spraken maar geen geloofsvrucht lieten zien.