08-12-2022

Woordstudie‭ ‬אהב‭ ‬‘áhabh‭: ‬liefhebben en‭ ‬אויב‭ ‬‘ojébh‭: ‬vijand‭

(in verband met Psalm 83)

Woordverband tussen‭ אהב ‬‘áhabh en‭ אויב ‬‘ojébh‭ ‬

Volgens de Hebreeuwse taaltraditie is er tussen twee woorden betekenisverband‭, ‬als er twee letters gelijk zijn‭. ‬Er is dus samenhang te zien tussen‭ אהב ‬‘áhabh‭: ‬liefhebben en‭ אויב ‬‘ojébh‭: ‬vijand‭, ‬of beter vijandige‭, ‬want‭ ‬‘ójébh‭ ‬is het deelwoord van het werkwoord‭ איב ‬‘ájabh‭, ‬vijandig zijn‭. ‬Het enige verschil tussen beide woorden is dat in het woord‭ אויב ‬‘ojébh‭ ‬de letter Jod‭ (‬י‭) ‬staat‭, ‬waar in‭ אהב ‬‘áhabh‭ (‬liefhebben‭) ‬de letter Hé’‭ (ה) ‬staat‭. ‬Wat hebben vijandschap en liefde met elkaar te maken‭? ‬In Psalm 83‭ ‬spreken de volken hun pure vijandschap uit tegenover‭ ‬Israël‭: ‬‘Zij beraadslagen een listige aanslag’‭, ‬‘zij zeggen‭: ‬‘Komt laten wij hen als volk vernietigen zodat aan de naam van Israël niet meer wordt gedacht’‭. ‬Dit is puur‭, ‬Hitleriaans antisemitisme‭. ‬Hoe kan men zulk soort vijanden nog liefhebben‭? ‬

De woorden‭ ‬‘áhabh en‭ ‬‘ojébh vormen samen de Godsnaam

Het woord‭ ‬‘áhabh‭, ‬liefhebben betekent niet alleen de ander respecteren‭, ‬de ander in zijn of haar eigenheid erkennen en waarderen‭, ‬maar ook naast‭ ‬de ander gaan staan‭, ‬zich met hem of haar vereenzelvigen‭, ‬in het uiterste geval zelfs de schuld van de ander op zich nemen‭*. ‬De‭ ‬spits van de Bijbelse liefde is vergeven‭, ‬is doen zoals God gedaan heeft en doet met ons‭. ‬Hij is het Die de schuld van ons‭, ‬die‭ ‬Zich vijandig tegenover Hem gedragen‭, ‬op Zich neemt en wegdraagt‭, ‬zoals gesymboliseerd wordt in het offerritueel op Jom Kipur‭ (‬Grote Verzoendag‭), ‬wat het hart vormt van Torah‭ (‬letterlijk betekent torah dat onderwijzing‭). ‬Het is veelzeggend dat de Jod in het woord‭ אויב ‬‘ojébh‭ ‬en de Hé’‭ ‬in‭ אהב‭ ‬‘áhabh‭ ‬samen de verkorte Godsnaam vormen‭: ‬JáH‭, ‬dat wij ook kennen in het woord‭ ‬‘hallelu‭-‬jáh’‭: ‬looft de HERE‭. ‬In de liefde voor de vijand verschijnt God Zelf‭, ‬de Altijd Aanwezige‭, ‬Die onder ons gestalte nam in de Man van Nazareth‭, ‬Die de Torah heeft vervuld en zijn volgelingen opriep‭: ‬‘Hebt Uw vijanden lief‭, ‬en bidt voor wie U vervolgen‭, ‬opdat gij kinderen moogt zijn van Uw hemelse Vader‭/‬’Abh‭ (‬Mattheüs 5:44‭, ‬45‭). ‬

Veelzeggend is ook dat zowel in het woord‭ אהב‭ ‬‘áhabh‭ (‬liefhebben‭) ‬als in‭ אויב ‬‘ojébh‭ (‬vijandige‭) ‬het woord‭ אב‭ ‬‘ábh‭ ‬schuilgaat‭. ‬Beide woorden verwijzen naar onze hemelse‭ ‬Vader‭ ‬Die in Zijn liefde voor ons als vijanden tot het uiterste gaat‭. ‬

‭* ‬Het‭ ‬‘Griekse’‭ ‬liefhebben is overwegend emotie en gevoel‭, ‬het Bijbelse liefhebben is ook daadwerkelijk doen‭: ‬zich vereenzelvigen met de ander‭, ‬desnoods de schuld van de ander opnemen en‭ ‬‘wegdragen’‭. ‬Het meest typerende Hebreeuwse woord voor‭ ‬‘vergeven’‭ ‬is‭ נשאnásá’‭: ‬opnemen en wegdragen‭ (‬Psalm 32‭: ‬5c‭). ‬

Niet de vijand vernietigen maar beschamen‭, ‬opdat Israëls God erkennen‮…‬‭ ‬

Het is opmerkelijk dat in Psalm 83‭ ‬waar de vijandige naburige volken uit zijn op de totale vernietiging van Israël‭, ‬waarbij ook‭ ‬God Zelf uitdrukkelijk betrokken is‭ ‬‮–‬‭ ‬‘zij hebben eensgezind tegen U beraadslaagd‭, ‬een‭ (‬volkeren‭)‬verbond‭ ‬gemaakt’‭ (‬vers 6‭) – ‬wel gebeden wordt om de ondergang van de vijanden‭, ‬maar niet om hun totale vernietiging‭. ‬Israël bidt niet dat de hele volkerenwereld rondom van de kaart geveegd wordt‭, ‬maar dat zij beschaamd worden‭: ‬‘bedek hun aangezicht met schande’‭, ‬‘laten zij schaamrood worden en‭ (‬op deze manier‭) ‬te‭ ‬gronde‭ ‬gaan’‭ (‬vers 17a,18‭).‬

Immers je gaat als het ware door de‭ ‬grond‭, ‬als je publiekelijk te schande wordt gemaakt‭. ‬We durven ons gezicht niet meer laten zien‭, ‬als we in het openbaar voor schut gezet zijn‭: ‬‘je schaamt je dood‭!‬’‭ ‬Het vervolg is nog opmerkelijker‭, ‬Israël bidt niet dat de volken voor altijd in hun schulp zullen kruipen en zich niet meer laten zien of horen‭, ‬maar Israël bidt dat de hele volkerenwereld de God van Israël‭, ‬de Ene‭, ‬de Unieke gaat zoeken en leren kennen‭: ‬‘opdat zij Uw Naam‭ ‬zoeken‭, ‬o HERE’‭ (‬vers 17b‭), ‬opdat zij weten dat Uw Naam is‭: ‬HERE‭ (‬JHWH‭, ‬de Altijd Aanwezige‭), ‬de Allerhoogste van de ganse aarde‭ (‬vers 19‭). ‬Israël bidt niet om de vernietiging van de vijanden‭, ‬maar van de vijandschap‭, ‬opdat‭ ‬het profetisch visioen verwerkelijkt wordt dat alle volken optrekken naar Tsion om te horen naar Gods Onderwijzing‭, ‬naar Zijn Torah‭, ‬zodat er vrede en welvaart komt voor allen‭: ‬‘ieder onder eigen wijnstok en vijgenboom’‭ (‬Micha 4:1-4‭).‬

Israël bidt om het definitieve einde van het‭ ‬‘eeuwige’‭ ‬antisemitisme dat ten diepste wortelt in de haat tegen hun God en de Torah die Hij hun gaf op de Berg Sinaj‭. ‬Antisemitsme is in‭ ‬de kern Sinaj-haat‭, ‬Torah-haat‭ (‬zie het‭ ‬artikel‭ ‬Antisemitisme zo oud als de mensheid’‭). ‬