Een blind mens is geen onmens, een blinde gelovige is geen ongelovige. Helaas was Luther blind voor de trouw van Israëls God aan Zijn volk en voor de blijvende betekenis van de Mozaïsche Torah, ook koesterde hij haat tegenover het door God geheiligde Joodse volk. In de ogen van Luther waren de Joden satanische vijanden. Luther schiep zodoende ‘het klimaat waarin de Shoa mogelijk werd’ (zie artikel ‘Christelijk Antisemitisme’), maar wie Luther een ongelovige noemt, vergist zich. Luther had een innige geloofsrelatie met de God en Vader van Jêhoshua`. Helaas heeft het Joodse volk in meerderheid er geen oog voor dat Jêhoshua` van Nazareth een unieke verschijning is van Israëls God, de Altijd Aanwezige, maar wie het Joodse volk een ongelovig, ‘heidens’ volk noemt, maakt een even grote of nog veel grotere vergissing. Een groot deel van het Joodse volk onderhoudt een innige geloofsrelatie met de God van Abraham en Mozes en David, met dezelfde God Die gestalte nam in de Man van Nazareth.