Het woord Pesach komt van פסח pásach: hinken, een hinkstap of hinksprong maken, over heen stappen/springen, overslaan) פסח. (Pesach is het feest ter herinnering aan de HERE God, Die met een hinkstap door Egypte trok en over de huizen heenstapte waar bloed van het paaslam aan de deurpost was gestreken (Ex.12:23). Pesach פסח betekent niet alleen Pesachfeest, maar vooral ook pesachlam (Ex.12:21). Deze betekenis geeft de diepste reden aan van het voorbij hinken en dus van de feestvreugde.
Het hele Pesachfeest draait om het Pesachlam, dat een verwijzing is naar het Lam Gods = naar de Liefde Gods, naar Zijn Zelfovergave, die zover gaat dat Hij zich met ons vereenzelvigd heeft tot in onze schuld en dood toe.
Er is een merkwaardig woordverband tussen פסח pesach en פסל pesel: eigen maaksel van hout of steen, afgodsbeeld. Een afgodsbeeld is een toonbeeld van mensenwerk, het pesachlam is het toonbeeld van Gods werk, van Zijn Inzet voor ons van Zijn plaatsvervangende, vergevende Liefde.