14-12-2022

Eten Van Vlees – Notitie over Bijbelse Richtlijnen

Wellicht gold als grondregel al vanaf Abel‭, ‬de‭ ‬‘eerste offeraar’‭: ‬alleen vlees eten aan de vrede-offermaaltijd‭. ‬Bij een vredeoffer werd wel zoals bij de brandoffers bloed gesprenkeld rond het‭ ‬altaar‭, ‬maar het offerdier‭ (‬van rundvee of kleinvee‭) ‬werd niet op het altaar verbrand‭: ‬alleen van het binnenste gingen enkele edele‭, ‬tere‭ ‬delen in rook‭ ‬op als reukoffer‭. ‬Nadat een groot gedeelte van het beste vlees aan de priesters was gegeven‭, ‬werd het overige door de offeraar zelf genuttigd in de kring van familie‭, ‬vrienden‭ ‬en‭ ‬kennissen aan een feestelijke maaltijd‭, ‬waarin de vrede‭, ‬de heelheid van de relatie met God en met elkaar gevierd werd‭. ‬De bloedsprenging vooraf was een wezenlijk onderdeel‭: ‬het symboliseert de genade van God‭, ‬Die in plaats van schuldig mensenbloed het bloed aanvaardt van een‭ ‬onschuldig‭ ‬offerdier‭. ‬Voor de slachting moest de offeraar dan ook zijn hand op de kop van het offerdier leggen‭, ‬waarmee hij zich vereenzelvigde met het offerdier en zichtbaar de belijdenis uitsprak‭: ‬ik heb geen recht op vrede met God‭, ‬maar dit offerdier neemt mijn plaats in‭, ‬net als het offerdier op de berg Moria voor Isaäk‭, ‬en dank zij deze verrassende genade Gods mag ik nu de vrede met Hem‭ ‬vieren in een vreugdevolle maaltijd‭.‬

Israël bracht dus geen offers‭ ‬óm‭ ‬God te verzoenen‭, ‬zoals de heidenen deden‭, ‬maar‭ ‬ómdat‭ ‬God verzoend wás‭.‬

Voordat Jeruzalem het liturgisch middelpunt was konden deze offermaaltijden nog gehouden worden in de eigen woonplaats‭ (‬al of niet met medewerking van de profeet/godsgezant‭): ‬Saul hield maaltijden in zijn paleis‭, ‬vader Isai in zijn woonplaats Bethlehem‭. ‬Maar na de bouw van het Heiligdom in Jeruzalem werden deze maaltijden daar geconcentreerd‭ (‬Deut.12:6,13,14‭).‬

Waarom het aannemelijk is‭, ‬dat ook Abel behalve de brandoffers van de eerstelingen‭, ‬ook al vredeoffermaaltijden hield‭? ‬Omdat hij‭ ‬blijk gaf de kern van de Torah te kennen‭. ‬Immers hij offerde van de eerstelingen van zijn vee volgens de grondwet van de Torah‭: ‬‘alles min één’‭, ‬van alle bomen mag U eten‭, ‬behalve van één‭. ‬In deze leefregel die God‭ ‬rechtstreeks‭ ‬aan vader Adam had meegegeven en die deze logischerwijs later ook aan zijn kinderen zal hebben doorgegeven‭, ‬zat als in een knop‭ ‬heel de Torah‭: ‬alles staat ons ter beschikking‭, ‬behalve één‭, ‬behalve één tiende‭, ‬behalve de eerstelingen‭, ‬die bestemd zijn voor‭ ‬God en Zijn dienst‭. ‬Kaïn stoorde zich niet aan deze kernregel‭, ‬hij gaf wat hem zelf goed dacht en daardoor had God geen welgevallen aan Kaïns offer‭. ‬Maar Abel leefde nauwgezet‭: ‬hij gaf God de Hem toekomende eerstelingen‭. ‬Het is aannemelijk dat Abel‭ – ‬mede‭ ‬door zijn nauwe contact met Adam‭ – ‬een diep inzicht had in heel de Torah zoals deze later aan Mozes bekend gemaakt is‭, ‬en dat hij dus ook kennis had omtrent de vredemaaltijden en het daarbij horende fijnzinnige en verootmoedigende ritueel van de bloedsprenging‭. ‬Het is ook aannemelijk‭, ‬dat Kaïn en zijn nageslacht tot aan de zondvloed‭ ‬‘geen boodschap’‭ ‬had aan deze Goddelijke instructies betreffende de vleesconsumptie‭: ‬zij aten wat hun zelf goed dacht‭, ‬zonder respect voor God‭, ‬maar ook zonder respect voor het dier als schepsel Gods‭.‬

De cultuur van vóór de zondvloed was gewelddadig‭, ‬bloeddorstig‭: ‬in plaats van het bloedsprengingsritueel beoefende men wellicht‭ ‬zoals ook in het latere heidendom‭ ‬het ritueel van het drinken‭ ‬van‭ ‬dierenbloed en het nuttigen van levend vlees‭.‬

Na de zondvloed verbood God niet meteen radicaal alle vleesconsumptie‭. ‬Waarom niet‭? ‬Omdat het water van de zondvloed wel lichamelijk gezien de aarde had gereinigd‭, ‬maar nog niet de menselijke ziel‭: ‬ook de kinderen van Noach waren mede door de ruwe bloeddorstige cultuur beschadigd‭. ‬Daarom ging God‭ ‬‘pedagogisch’‭ ‬te werk door enerzijds toegeeflijk te zijn‭, ‬maar door anderzijds duidelijk paal en perk te stellen aan deze ruwe‭, ‬bloeddorstige‭ ‬cultuur‭: ‬men mocht nog wel alle vlees eten‭ – ‬‘al wat leeft’‭ -, ‬maar geen vlees met bloed‭. ‬

Merkwaardig dat de eerste handeling van Noach op de vernieuwde aarde het offeren van brandoffers was‭, ‬net als Abel‭. ‬Toen Israël‭ ‬later bij de Sinaï uitdrukkelijke aanwijzingen kreeg over het dierenoffer en de vredeoffermaaltijd‭, ‬was er weer sprake van dezelfde pedagogie‭, ‬maar dit keer is het strenger‭. ‬Niet meteen werden radicaal alle andere vormen van vleesconsumptie verboden‭: ‬naast‭ ‬de offermaaltijden in Jeruzalem thuis mocht men in hun eigen woonplaats vlees eten zoveel men wilde‭ (‬Deut.12:15‭) , ‬maar wel weer met een nieuwe‭, ‬strikte beperking‭: ‬niet alleen geen vlees met bloed‭, ‬maar ook geen vlees van‭ ‬onreine‭ ‬dieren‭. ‬Mozes kreeg daarvoor uitdrukkelijke‭, ‬gedetailleerde spijswetten‭ (‬Deut 14:1.21‭). ‬Men kan deze toestemming zien als opnieuw een concessie‭, ‬een toegeeflijkheid of aanpassing aan de hardnekkige‭ ‬‘volkse vleeslust’‭, ‬die stamt uit het oude heidendom en die niet in één slag uit te roeien is‭. ‬De teneur van de nieuwe wetgeving is‭: ‬hoewel vlees‭ ‬eten niet direct in alle opzichten afkeurenswaardig is‭, ‬past het toch eigenlijk niet bij het Godsvolk‭. ‬Zoals ook echtscheiding niet past bij de kinderen Gods maar‭ ‬‘terwille van de hardheid der harten heeft Mozes het toegestaan’‭ (‬Matth.19:8‭).‬

Tegelijk betekenen deze spijswetten een enorme beperking van de vleesconsumptie‭: ‬de‭ ‬‘volkse vleeslust’‭ ‬wordt er door getemperd‭, ‬geremd‭. ‬Men kan niet zomaar naar hartelust eten wat opgediend wordt‭, ‬maar men moet zich steeds afvragen‭: ‬kan ik dit wel eten‭?‬

Het zich strikt houden aan de speciale spijswetten is een oefening in zelfbeheersing en een stap in de richting van het oerBijbelse consumptiepatroon uit de dagen van Abel‭: ‬alleen vlees van offermaaltijd‭.‬

Een goede gewoonte in het Jodendom en eveneens een goede oefening is het om‭ ‬met Shabhú’‭ ‬oth geen vleesspijzen te eten‭. ‬Een‬andere veel ingrijpender Joodse oefening is de kosjere keuken met de strenge scheiding tussen melk en vleesspijzen‭. ‬Deze scheiding ontleent men aan Deut.14‭: ‬21‭, ‬een merkwaardig op zichzelf staande tekst‭, ‬die vrijwel onmiddellijk volgt op de voorschriften over welke dieren men wel en welke men niet mag eten‭: ‬‘gij zult het bokje niet koken in de melk van de moeder’‭. ‬Hoewel men de vraag kan stellen of het exegetisch gezien wel terecht is om uit dit ene gezegde zo’n‭ ‬‘berg’‭ ‬aan praktische regels af te leiden‭, ‬is het praktische effect van deze uitleg een voortdurende oefening in zelfbeheersing en een‭ ‬stap de richting van de oerBijbelse regel‭: ‬alleen vlees bij vredeoffermaaltijden‭.‬

Het is niet geheel duidelijk wat de originele Bijbelse rictlijn is voor het eten van vlees maar de stelling lijkt aannemelijk‭, ‬dat vanaf Abel‭, ‬de eerste brandofferaar‭, ‬de regel is geweest‭: ‬alleen vlees aan de‭ ‬vredeoffermaaltijd‭. ‬Bij een vredeoffer werd wel zoals bij de brandoffers bloed gesprenkeld rond het altaar‭, ‬maar het offerdier‭ (‬van rundvee of kleinvee‭) ‬werd niet op het altaar verbrand‭: ‬alleen van het binnenste gingen enkele edele‭, ‬tere delen in rook op als een reukoffer‭. ‬Nadat een groot gedeelte van het beste vlees aan de priesters was gegeven‭, ‬werd het overige door de offeraar zelf genuttigd in de kring van familie‭, ‬vrienden en‬kennissen aan een feestelijke maaltijd‭, ‬waarin de vrede‭, ‬de heelheid van de relatie met God en met elkaar gevierd werd‭. ‬De bloedsprenging vooraf was wezenlijk onderdeel‭: ‬het symboliseert de genade van God‭, ‬Die in plaats van ons schuldige bloed het bloed aanvaardt van het onschuldige offerdier‭. ‬Voor de slachting moest de offeraar dan ook zijn hand op de kop van het offerdier leggen‭, ‬waarmee hij aangaf dat hij zich vereenzelvigde met het offerdier en in feite de belijdenis uitsprak‭: ‬ik heb geen recht op vrede‭ ‬met God‭, ‬maar dit offerdier neemt mijn plaats in net als het offerdier op de berg Moria voor Isaäk‭, ‬en dank zij deze verrassende genade Gods mag ik nu de vrede met Hem vieren in een vreugdevolle maaltijd‭. ‬Israël bracht dus geen offers óm God te verzoenen‭ (‬zoals de heidenen‭), ‬maar omdát‬Hij Zich met ons verzoend heeft‭!‬

Voordat Jeruzalem het liturgisch middelpunt was konden deze offermaaltijden nog gehouden worden in de eigen woonplaats‭ (‬al of niet met medewerking van de profeet/godsgezant‭): ‬Saul hield maaltijden in zijn paleis‭, ‬vader Isai in zijn woonplaats Bethlehem‭. ‬Maar na de bouw van het Heiligdom in Jeruzalem werden deze maaltijden daar geconcentreerd‭.‬

Waarom is het aannemelijk‭, ‬dat ook Abel behalve de brandoffers van de eerstelingen‭, ‬ook al vredeoffermaaltijden hield‭? ‬Omdat hij‬blijk gaf de kern van de Torah te kennen‭; ‬immers hij offerde van de eerstelingen van zijn vee‭, ‬volgens de grondwet van de Torah‭: ‬alles min één‭, ‬van alle bomen mag u eten‭, ‬behalve van één‭. ‬In deze leefregel die God rechtstreeks‬aan vader Adam had meegegeven en die deze logischerwijs later ook aan zijn kinderen zal hebben doorgegeven‭, ‬zat als in een knop‭ ‬heel de Torah‭: ‬alles staat ons ter beschikking‭, ‬behalve één‭, ‬behalve één tiende‭, ‬behalve de eerstelingen die bestemd zijn voor God en Zijn dienst‭. ‬Kain stoorde zich niet aan deze kernregel‭, ‬hij gaf wat hem zelf goed dacht en daardoor had God geen welgevallen aan Kaïns offer‭. ‬Maar Abel leefde nauwgezet‭: ‬hij gaf God de Hem toekomenden eerstelingen‭. ‬Het is aannemelijk dat Abel‭ – ‬mede‭ ‬door zijn nauwe contact met Adam‭ ‬‮–‬‭ ‬al een diep inzicht had in heel de Torah zoals die later aan Mozes bekend gemaakt is‭, ‬en dat‭ ‬hij dus ook kennis had met betrekking tot de vredemaaltijden en het daarbij horende fijnzinnige en verootmoedigende ritueel van‭ ‬de bloedsprenging‭.‬

Het is ook aannemelijk‭, ‬dat Kaïn en zijn nageslacht tot aan de zondvloed‭ ‬‘geen boodschap’‭ ‬hadden aan deze Goddelijke instructies met betrekking tot de vleesconsumptie‭: ‬zij aten wat hun zelf goed dacht‭, ‬zonder respect‭ ‬voor God‭, ‬maar ook zonder respect voor het dier als schepsel Gods‭. ‬De cultuur van vóór de zondvloed was gewelddadig‭, ‬bloeddorstig‭: ‬in plaats van de bloedsprengingsritueel‭, ‬beoefende men wellicht‭, ‬zoals ook in het latere‭ ‬‘Dionysische’‭ ‬heidendom‭, ‬het ritueel van het drinken dierenbloed en het nuttigen van levend vlees‭.‬

Na de zondvloed verbood God niet radicaal alle vleesconsumptie‭. ‬Waarom niet‭? ‬Omdat het water van de zondvloed wel lichamelijk gezien de aarde had gereinigd‭, ‬maar nog niet de menselijke ziel‭: ‬ook de kinderen van Noach waren mede door de ruwe bloeddorstige‭ ‬cultuur beschadigd‭. ‬Daarom ging Hij‭ ‬‘pedagogisch’‭ ‬te‬werk door enerzijds toegeeflijk te zijn‭, ‬maar door anderzijds duidelijk paal en perk te stellen aan deze ruwe‭, ‬bloeddorstige cultuur‭.: ‬men mocht nog wel alle vlees eten‭ – ‬‘al wat leeft’‭ -, ‬maar geen vlees met bloed‭. ‬Merkwaardig dat de eerste handeling van Noach op‬de‬vernieuwde aarde was het offeren van brandoffers‭, ‬net als Abel‭.‬

Toen Israël later bij de Sinai uitdrukkelijke aanwijzingen kreeg over het dierenoffer en de vredeoffermaaltijd‭, ‬is er weer sprake van dezelfde pedagogie maar dit keer is het strenger‭. ‬Niet meteen werden radicaal alle andere vormen van vleesconsumptie verboden‭: ‬men mocht naast de offermaaltijden in Jeruzalem thuis in hun eigen woonplaats vlees eten zoveel men wilde‭ (‬Deuteronomium12‭:‬20,21‭). ‬Wel weer met een nieuwe‭, ‬strikte beperking‭: ‬niet alleen geen vlees met bloed‭, ‬maar ook geen vlees van‭ ‬onreine‭ ‬dieren‭. ‬Mozes kreeg daarvoor uitdrukkelijke‭, ‬gedetailleerde spijswetten‭ (‬Deuteronomium 14‭). ‬Men kan deze toestemming zien als opnieuw een concessie‭, ‬als een toegeeflijkheid of aanpassing aan de hardnekkige‭ ‬‘volkse vleeslust’‭, ‬die stamt uit het oude heidendom en die niet in één slag uit te roeien is‭. ‬De teneur van de nieuwe wetgeving‬is‭: ‬hoewel vlees eten niet direct in alle opzichten afkeurenswaardig is‭, ‬past het toch eigenlijk niet bij het Godsvolk‭. ‬Zoals ook echtscheiding niet past bij de kinderen Gods‭, ‬maar‭ ‬‘terwille van de hardheid der harten heeft Mozes het toegestaan’‭ (‬Matth.19:8‭) .‬

Tegelijk betekenen deze spijswetten een enorme beperking van de vleesconsumptie‭: ‬de vleeslust wordt er door getemperd‭, ‬geremd‭. ‬Men kan niet zomaar naar hartelust eten wat opgediend wordt‭, ‬maar men moet zich steeds afvragen‭: ‬‘wat eet ik‭, ‬kan ik dit wel eten‭?‬’‭ ‬Het strikt houden van de speciale spijswetten is een oefening in zelfbeheersing en een stap in de richting van het oerBijbelse‭ ‬consumptiepatroon uit de dagen van Abel‭: ‬alleen vlees van offermaaltijden‭.‬

Een goede gewoonte in het Jodendom en eveneens een goede oefening is het om met‭ ‬Shabhú’oth‭ (‬het feest ter herinnering aan de Gods openbaring bij de Sinai‭, ‬waarop ons‭ ‬‘Pinksteren’‭ ‬stoelt‭) ‬geen vleesspijzen te eten‭. ‬Een andere veel ingrijpender Joodse oefening is de‭ ‬koshere keuken‭ ‬met de strenge scheiding tussen melk en vleesspijzen‭. ‬

Deze scheiding ontleent men aan Deuteronomium14‭: ‬21‭, ‬een merkwaardig op zichzelf staande tekst‭, ‬maar die vrijwel onmiddellijk volgt op de voorschriften over welke dieren men wel en welke men niet mag eten‭: ‬‘gij zult het bokje niet koken in de melk van de moeder’‭. ‬Hoewel men de vraag kan stellen of het exegetisch gezien wel terecht is om uit dit ene gezegde zo’n‭ ‬‘berg’‭ ‬aan praktische regels af te leiden‭, ‬is het praktische effect van deze uitleg een voortdurende oefening in zelfbeheersing en een‭ ‬stap in de richting van de oerBijbelse regel‭: ‬alleen vlees bij vredeoffermaaltijden‭.‬

‭* ‬De pelgrims namen niet meer een offerlam uit de eigen kudde‭, ‬maar kochten het óp of nabij het tempelplein van herders die zich‭ ‬met hun lammeren tegen het begin van de maand Abhib rond Jeruzalem verzameld hadden‭, ‬wellicht vooral ook in de velden van Efratah‭. ‬Als Jezus‭, ‬wat wel aannemelijk is‭, ‬geboren werd op de eerste van Abhíbh‭ (‬letterlijk‭: ‬‘korenaar’‭) – ‬de viering van Zijn geboorte zou net als de Nieuwjaarsviering passend zijn met Rosh Hashánáh en het daarop volgende Messiaanse Sukothfeest‭- ‬zouden juist‭ ‬deze‭ ‬herders de boodschap van de engelen gehoord hebben over geboorte van Jezus‭, ‬hét Lam‭ (‬Lukas 2‭: ‬10‭ ). ‬Het is ook niet onwaarschijnlijk dat later de‭ ‬‘koninklijke’‭ ‬Intocht‭ ‬van Jezus in Jeruzalem plaats vond juist op de 10e Nisan/Abhíbh‭, ‬precies op de dag dat van alle kanten de herders met hun‭ ‬‘koopwaar’‭ ‬‘intocht’‭ ‬hielden in Jeruzalem‭. ‬Vier dagen daarna‭, ‬in de namiddag van de 14e Abhíbh stierf Jezus‭, ‬precies op de tijd dat de lammeren door‭ ‬de priesters in de‭ ‬tempel geslacht werden‭.