21-12-2022

Woordstudie Máshal משל

Máshal‭: ‬Heersen als koning‭, ‬machthebber‭, ‬gouverneur

Het werkwoord máshal‭ ‬משל‭ ‬betekent heerschappij hebben over of regeren‭. ‬Deze betekenis hangt nauw samen met de betekenis van het werkwoord málakh‭ ‬מלך‭ (= ‬koning zijn‭, ‬als koning regeren‭). ‬Niet alleen is er woordverband tussen deze twee werkwoorden‭, ‬ook komen ze regelmatig in dezelfde Bijbelteksten naar voren‭ (‬o.a‭. ‬Genesis 37:8‭; ‬Richteren 9:1-6‭, ‬2‭ ‬Kronieken 23:20‭, ‬Nehemia 9:37‭). ‬Zo staat er over koning Sihon van de Amorieten en koning Og van Basan dat zij regeerden‭ ‬משל‭ ‬in Transjordanië‭ (‬Jozua 12:2-5‭). ‬

Ook Jozef droomde dat hij zou regeren‭ ‬משל‭ ‬en koning‭ (‬melekh‭) ‬מלך‭, ‬zou zijn over zijn familie‭ (‬Genesis 37‭: ‬8‭). ‬Later regeerde hij inderdaad over het land Egypte als een Egyptische koning onder Farao‭ (‬Genesis 45:8‭, ‬26‭). ‬

Opvallend is dat Jozef letterlijk regeerde‭ ‬in plaats van‭ ‬de Farao‭. ‬Jozef had een volmacht van de Farao en representeerde hem‭, ‬hij was op die manier een evenbeeld van Farao‭ (‬Psalm 105:20-21‭). ‬Een andere betekenis van het werkwoord‭ ‬משל‭ ‬máshal is dan ook‭: ‬lijken op1‭), ‬een‭ ‬evenbeeld‭ ‬zijn van of gelijk worden aan‭ (‬Job 30:19‭; ‬Psalm 28:1‭; ‬Psalm 49:12‭; ‬Jesaja 14:10‭). ‬Zo was het in Bijbelse tijden een gebruik dat‭ ‬de oudste knecht van een familie een‭ ‬volmacht‭ ‬had om huishoudelijke zaken te regelen‭. ‬Zo had de dienstknecht van Abraham heerschappij‭ ‬משל‭ ‬over al zijn eigendommen‭ (‬Genesis 24:2‭, ‬Spreuken 17:2‭). ‬De dienstknecht was‭ (‬als‭) ‬Abraham‭, ‬hij was zijn evenbeeld‭. ‬Degene die heerst‭, ‬Máshal weerspiegelt de superieure macht en geeft dit door naar anderen‭. ‬Vandaar dat het woord máshal zowel‭ ‬‘heersen over’‭ ‬betekent als‭ ‬‘evenbeeld zijn van’‭. ‬

Het is dus van belang wie degene is die deze voorbeeldfunctie vervult‭. ‬In Bijbelse zin is God dé ware heerser niet alleen over Israël‭, ‬maar ook over de gehele aarde‭ (‬Psalm 59:14‭; ‬Psalm 22:29‭, ‬Job 25:2‭, ‬2‭ ‬Kronieken 20:6‭). ‬Hij heeft heerschappij over de natuur en heerst voor eeuwig‭ (‬Psalm 89:10‭; ‬Psalm 66:7‭). ‬Dus al lijken aardse heersers hun macht eigenhandig te hebben verkregen‭, ‬zij‭ ‬ontlenen hun recht aan God‭ (‬Spreuken 29:27‭). ‬

Er is niemand hoger dan God die Zijn troon in de hemel heeft en met Zijn koninkrijk heerst over alles‭ (‬Psalm 103:19‭). ‬Elke aardse heerser moet dus feitelijk een evenbeeld van God zijn‭. ‬Zoals Jozef een volmacht had van Farao en de dienstknecht een volmacht‭ ‬van Abraham zo representeert een aardse heerser de hemelse ware heerser‭, ‬de God van Israël‭. ‬Een ieder die daarom regeert over anderen zoals een leider van het volk of de eigenaar van een slaaf‭ (‬2‭ ‬Kronieken 23:20‭, ‬Exodus 21:8‭) ‬heeft daarmee de verantwoordelijkheid het evenbeeld te zijn van de Allerhoogste‭. ‬

Een dienstknecht kreeg het mandaat van zijn meester‭, ‬omdat zijn meester erop vertrouwde dat deze zijn taak minstens zo goed zou‭ ‬volbrengen als hij dat zelf zou doen‭. ‬

Aardse heersers ten opzichte van De Hemelse Heerser‭ ‬

Niet iedere aardse heerser heeft de God van Israël als zijn voorbeeld‭. ‬Vóór de intrede in het Beloofde Land vertelt Mozes dat als het volk Gods geboden gehoorzaamt dan zal God hen zegenen en Israël zal regeren‭, ‬mashal‭ ‬over veel volkeren‭, ‬en niet andersom‭ (‬Deuteronomium 15:6‭). ‬Maar door ongehoorzaamheid van Israël geeft God hen in de macht van‭ ‬heidense koningen‭ (‬Psalm 106:40-42‭). ‬Zo heersen de Filistijnen met hun koningen over Israël ten tijde van Simson‭ (‬Richteren 14:4‭; ‬15:11‭). ‬Later spreekt Nehemia het volk toe dat het ongehoorzaam is geweest en dat vreemde koningen over hen zullen heersen‭ ‬משל‭ ‬en zij zullen zijn als slaven‭ (‬Nehemia 9:37‭). ‬De Bijbel vergelijkt slechte heersers met een leeuw‭ (‬Spreuken 28:15‭), ‬zoals een leeuw zijn prooi verscheurt‭, ‬zo verscheuren slechte heersers alles op hun pad en roven wat ze kunnen‭. ‬Als een goddeloze‭, ‬rasha`‭ ‬heerst‭, ‬dan klaagt het volk‭ (‬Spreuken 29:2‭) ‬en dit is wat ook gebeurde in de Richterentijd‭. ‬Iedere keer als het volk ongehoorzaam was geweest aan Gods geboden en overheerst werd door de vijand‭, ‬klaagde het volk en kwam God te hulp met richters die het volk telkens verlosten van de vijand‭. ‬Net zo als God de heerschappij verbrak van Egypte‭ (‬Jesaja 19:4‭) ‬en later ook van Babel‭ (‬Jesaja 14:5‭, ‬Exodus 2:23-25‭) ‬zo zond Hij ook verlossers naar Zijn volk‭. ‬Een van deze richters‭, ‬Gideon‭, ‬werd verzocht te regeren‭, ‬משל‭ ‬máshal‭, ‬over Israël‭. ‬Gideon antwoordde echter dat noch hij noch zijn zoon zou regeren‭, ‬omdat het God is die regeert over Israël‭ (‬Richteren 8:22‭, ‬23‭). ‬Later ging zijn zoon Abimelech toch regeren als koning‭, ‬ondanks het bezwaar van zijn vader Gideon‭ (‬Richteren 9:1-6‭). ‬

Mashal‭: ‬Heersen met Shálóm

Uiteindelijk blijkt het volk Israël een aardse koning te willen die lijkt op de wereldse koningen‭ (‬1‭ ‬Samuël 8:5‭), ‬en niet op God‭, ‬de Hemelse Koning‭. ‬Samuël waarschuwt dat een aardse koning niet voldoet aan het hemelse ideaal‭, ‬maar juist aardse rijkdommen zal verzamelen‭. ‬Toch krijgt het volk zijn zin en Saul wordt gekroond tot vorst van Israël‭. ‬Later zou God een verbond sluiten met‭ ‬Koning David dat al zijn nageslacht zal heersen‭ (‬2‭ ‬Kronieken 7:18‭). ‬Deze koningen uit het huis van David moesten volgens de Torah juist een evenbeeld van God zijn‭ (‬Deuteronomium 15:6‭). ‬Zij moesten heersen zoals God regeert met vrede‭, ‬shalom‭ (‬Job 25:2‭). ‬

Dit wordt benadrukt door het woordverband tussen het werkwoord‭ ‬משל‭ ‬mashal en‭ ‬שלום‭ ‬shalóm dat dezelfde stamletters heeft‭. ‬Het ware voorbeeld van heersen is dan ook een koning die God laat heersen‭ (‬1‭ ‬Kronieken 29:12‭; ‬Psalm 22:29‭). ‬Een van deze koningen wiens naam ook is afgeleid van het werkwoord shalóm is koning Salomo‭. ‬

Hoewel aardse koningen nooit voldeden aan het hemelse voorbeeld‭, ‬kwam Koning Salomo in bepaalde perioden gedurende zijn heerschappij wel in de buurt‭. ‬

Zo regeerde Koning Salomo over alle koninkrijken‭ (‬1‭ ‬Koningen 4:21‭) ‬en zelfs over de filistijnen‭ (‬2‭ ‬Kronieken 9:26‭). ‬Zijn koninkrijk was in dat opzicht een schaduw van het messiaanse koninkrijk‭. ‬

Zon en Maan als beeld van de Messias

Het messiaanse vrederijk is het voorbeeld bij uitstek van heersen in vrede‭. ‬In deze heerschappij zal de Messias heerser zijn‭. ‬God zal Israël verlossen door de knecht des Heren van de vreemde volkeren die hen overheersten‭ (‬Jesaja 40:10‭; ‬49:7‭). ‬Uiteindelijk‭ ‬zal de Messias als koning regeren over de mens(heid‭) (‬2‭ ‬Samuel 23:3‭, ‬Openbaringen 11:15‭). ‬Hier komt ook het woordverband tussen‭ ‬mashal en mashach naar voren‭. ‬

De eerste keer dat het woord‭ ‬משל‭ ‬mashál gebruikt wordt is in Genesis 1:18‭ ‬hier worden de zon en maan aangesteld als‭ ‬‘heersers’‭ ‬over de dag en de nacht‭. ‬Hier wordt de basis gelegd voor de‭ ‬grondbetekenis van het werkwoord‭ ‬משל‭ ‬mashál‭. ‬

De zon en de maan heersen over dag en nacht in een vaste orde en met duurzaamheid‭ (‬Psalm 104:19‭). ‬Dit dualisme is een beeld van‭ ‬God en zijn dus daarmee een voorbeeld voor aardse heersers‭ (‬Psalm 89:37-38‭, ‬Openbaringen 11:15‭). ‬Enerzijds wordt God vergeleken‭ ‬met de zon die wijd uitgestrekt is tot de einden van de wereld‭ (‬Psalm 50:1‭, ‬Psalm 19:2-6‭). ‬Anderzijds is de maan het beeld van Gods grootheid en geeft God eer als heerser‭ (‬Psalm 8‭, ‬Psalm 148:5-6‭). ‬Zoals de maan schijnt in de nacht‭, ‬zo is God aanwezig als lichtbron tijdens het laatste oordeel‭. ‬

Heersen op‭ ‬‘micro’‭ ‬niveau‭: ‬Hoofd van het gezin

Het werkwoord‭ ‬משל‭ ‬máshal wordt niet alleen gebruikt voor grote en machtige koningen die de aarde regeerden‭, ‬maar ook voor de individu‭. ‬Zo zegt God na de zondeval tegen de vrouw dat haar man over haar zal heersen2‭), ‬máshal‭ (‬Genesis 3:16‭). ‬Ook al komt in deze vloek naar voren dat er na de zondeval een bepaalde machtsverhouding zal zijn tussen man en vrouw‭, ‬toch geeft het werkwoord máshal aan op welke‭ ‬manier de man moet heersen over de vrouw‭. ‬Want ook hier geldt dat het woord‭ ‬משל‭ ‬máshal zowel‭ ‬‘heersen over’‭ ‬als‭ ‬‘evenbeeld zijn van’‭ ‬betekent‭. ‬De mens kan kiezen of hij antwoordt op de Roepstem van God‭, ‬kiezen wie hij als voorbeeld neemt om diens evenbeeld te‭ ‬zijn‭, ‬erop te lijken en op die manier te heersen‭. ‬Na de zondeval kon niet alleen een persoon over iemand heersen maar ook de zonde over de mens‭ (‬Genesis 4:7‭, ‬Psalm 19:14‭), ‬de zonde kan iemand zo beïnvloeden‭, ‬overheersen‭, ‬dat de persoon op de zonde‭ ‬‘gaat lijken’‭. ‬

Door de zondeval zal de zonde heersen over de mens en dus zal de man een tiran zijn over zijn vrouw‭. ‬Maar de mens is aangesteld‭ ‬door God om te heersen over de schepping als koning‭, ‬als evenbeeld van God‭ (‬Psalm 8:7-9‭). ‬Als de man kiest om te leven naar Gods‭ ‬gelijkenis‭ (‬Genesis 1:26‭), ‬en te heersen‭, ‬משל‭, ‬zoals God heerser is over de aarde‭, ‬zal de man heersen in het gezin naar het evenbeeld van God‭. ‬

Het regeren naar Gods gelijkenis‭, ‬naar het messiaanse voorbeeld is de ware opdracht van de man‭ (‬1‭ ‬Korinthiërs 11:3‭, ‬Efeziërs 5:23‭). ‬De mens heeft de opdracht om zich niet te laten beheersen door de zonde ook al kost dit de meeste moeite‭ (‬Spreuken 12:24‭, ‬Spreuken 16:32‭, ‬Romeinen 6:12‭, ‬14‭).‬

1‭) ‬De betekenis‭ ‬‘lijken op’‭ ‬komt terug in het zelfstandige naamwoord dat is afgeleid van het werkwoord mashál‭. ‬Dit woord máshál betekent spreekwoord‭, ‬spreuk of gelijkenis‭. ‬Het gaat hierom een uitspraak of verhaal dat lijkt op de situatie waarvoor het bedoeld is‭.‬

2‭) ‬Opvallend is wel dat in Jesaja 3:12‭ ‬kinderen als onderdrukkers en het heersen van de vrouw als beeld van zwakte wordt uitgedrukt‭.‬

Nog een toevoeging‭:‬

Een spreuk‭, ‬een wijs woord‭, ‬komt van de Overkant naar ons toe‭. ‬Door wijze gezegdes toont de koning‭ (‬melekh‭, ‬afgeleid van‭ ‬málakh‭: ‬voorgaan‭, ‬begeleiden en hangt samen met‭ ‬máshal‭!) ‬dat hij een relatie heeft met de Overkant‭, ‬dat hij een door God gezondene is‭. ‬