Het Hebreeuws-Bijbels woord צדקה tsêdaqah: gerechtigheid is een belangrijk politiek sleutelwoord geworden dat voortdurend door politici wordt gehanteerd in verband met de Midden Oosten problematiek. ‘Ook aan de Palestijnen moet gerechtigheid gedaan worden’ en dat betekent: ook zij hebben in principe evenveel recht op het oude land van Kanaän als de teruggekeerde Joden. Daarom moet het land evenals Jeruzalem eerlijk verdeeld worden.
Het Bijbelse woord gerechtigheid hangt echter onlosmakelijk samen met Gods gerechtigheid = met Zijn Betrouwbaarheid = met Zijn Trouw aan Zijn bondgenoot Israël aan wie Hij onder ede het land van Kanaän beloofd heeft (Genesis 15: 18). ‘God is rechtvaardig’ wil zeggen: Hij doet wat Hij gezegd heeft, beloofd is beloofd. Hij is niet corrupt, maar totaal integer!
Daarom zingt de door Gods Geest bezielde profetes Debora in haar lied, na de overwinning op Jabin, één van de overgebleven Kanaänitische koningen die het aan Israël beloofde land wilde terugveroveren: ‘daar bezingt men de rechtvaardige daden des HEREN, de rechtvaardige daden van Zijn leiders in Israël’. Zelfs noemt Debora de daad van Jaël om de veldheer Sisera in haar tent te lokken en daar om het leven te brengen een vorm van gerechtigheid: ‘Gezegend boven de vrouwen zij, Jaël’ (Richteren 5: 11,24).
Politici die zeggen de gerechtigheid als norm te hanteren, maar die Israëls unieke positie negeren, hen met andere volken op één lijn zetten, geen oog hebben voor Gods blijvende Trouw aan Zijn volk én aan Zijn land, Zijn Stad en Zijn Berg (Psalm 132: 13) begaan een politiek misdrijf waarvan de gevolgen nog niet te overzien zijn.
Moderne politiek is Polis-tiek
Politiek die zich baseert op de Bijbel heeft als pijler, behalve het woord tsêdáqáh, gerechtigheid, ook het woord Tsion. Israëls God heeft niet alleen een belofte van trouw afgegeven aan Zijn volk – en daar houdt Hij Zich aan: dat is Zijn gerechtigheid -, maar Hij is ook een relatie aangegaan met het bergplateau dat het hart vormt van Jeruzalem.
In Psalm 87 staat dat Israëls God Zich gevestigd (gegrond) heeft op ‘heilige bergen’ en dat Hij bovenal de ‘poorten van Tsion lief heeft’. Gods liefde is niet iets vaags en vluchtigs, maar is heel concreet en heeft de structuur van een onverbrekelijke verbondsrelatie.
Volgens de Hebreeuwse traditie is Gods relatie met Tsion al oer en oeroud: deze berg zou de eersteling van de schepping zijn, de zogenaamde ‘Ebhen Shêtijáh, funderingssteen, die als eerste boven de oerwateren uitstak.
Het zou ook het bergplateau zijn waarop de Ark van Noach gestrand is: op de ‘Berg van het Land’, harhá’árets, dat verbasterd is tot ‘Ararat.
Het is ook de Berg waar een offerlam de plaats innam van Isaäk, de stamvader van Jacob/Israël. Volgens de traditie zou exact op deze plek later in de voorhof van de Tempel het brandofferaltaar geplaatst zijn waarop het dagelijkse morgen- en avondlamoffer werd gebracht.
Maar er is nog meer, in Psalm 87 staat dat niet alleen God, maar de hele mensheid een oerrelatie heeft met Tsion: alle volken stammen af van deze Berg. Hoe dan? Volgens de Joodse traditie was deze Berg ooit ook het centrum van de Hof van Eden en uit de aarde van deze Berg is Adam gevormd die de stamvader is van de hele mensheid. Daarom kan God de Schepper zeggen van Babel, Egypte en van alle andere volken: deze is daar geboren, ja ieder van hen is daar geboren (Ps. 87:4,5).
Daarom verlangt de Schepper ook terug naar die Plek: ‘Want de HERE heeft Tsion verkoren, Hij heeft het Zich ter woning begeerd (Ps.132: 13). Tsion is Zijn originele Woonplek, van waaruit Hij wandelde in Zijn Hof (Genesis 3:8). Daarom wil Hij ook naar die Plek terug en wil Hij ook alle volken daar terugzien, om op die Plek hun ‘roots’ te ontdekken, én ook om WegWijs gemaakt te worden in Zijn Programma voor vrede en welvaart voor alle volken (Jesaja 2:1-4; Micha 4:1-4).
Moderne politiek is Polis-tiek, gericht op de Polis, de Stad Gods met Tsion in het centrum.
Politici die Tsion negeren als uitgangspunt voor hun beleid, zijn niet meer van deze tijd. Moderne politici hebben zicht op Tsion en zijn gehoorgevoelig voor de Stem die opklinkt uit de Mozaïsche Torah, met zijn originele Richtlijnen voor het ordenen van de tijd en het aardse bezit. Richtlijnen die perspectief bieden op het einde van de steeds meer onoplosbaar wordende ellende in onze huidige wereldsamenleving. Onze principiële ellende is onze ballingschap in deze neo-Babylonische oververstedelijkte wereldsamenleving: ellende betekent letterlijk ‘el’=ex= uit het ‘land’ zijn, landloos, weg uit het ons allen beloofde land. Want het door God aan de mensheid Beloofde Land is zo klein als Kanaän en tegelijk zo wijd als de wereld (zie ook ‘Lessen uit het Joodse Leven, Les 4).