‘Echád: één
We lezen de Bijbel nooit geheel onbevangen, maar steeds vanuit bepaalde, vaak onbewuste vooronderstellingen of fundamentele gezichtspunten. Hierna volgen een zestal van deze ‘punten’ die uit de Bijbel ‘gelicht’ zijn en die lichtgevend of richtinggevend zijn voor de Bijbelwoordstudie binnen Studiehuis Reshiet.
Deze zes zijn als een Zespuntige Davidsster samen te vatten in één uitgangspunt: in het woord ‘Echád (Eén)
Aleph
Israëls God is Eén: Hij is Woord én Geest. Beiden zijn niet verwisselbaar, maar wel onafscheidelijk: het Woord werkt niet zonder de Geest, niet zonder de Heilige Adem van Israëls God, en er is geen Geest, geen Heilige Aanraking Gods zonder het Woord of zonder een verwijzing naar het Woord.
Beth
De Vierletterige NAAM en Jêhóshúa` zijn Eén: de Hebreeuwse letters voor J.H.W.H. zijn ook de voornaamste bouwstenen voor het woord jêhóshúa`. De Altijd Aanwezige, Die er was, er is en er altijd bij zal zijn (Exodus 3:14), Die verschenen is aan Abraham en Mozes, Die neergedaald is op de Berg SinaJ en gesproken heeft door de mond van Israëls profeten, heeft historische gestalte gekregen in Jêhoshua`van Nazareth. Hij is de Bevrijdende Liefde Gods in eigen Persoon, Hij is de Torah in Levende Lijve.
Gimel
Het Geschreven Woord van Israëls God, de Heilige Schrift is Eén. Torah en Evangelie, het Oude en Nieuwe Testament zijn gelijkwaardig, niet verwisselbaar, maar wel wezenlijk verbonden. Het Evangelie van de bevrijding van schuld (= jêhóshua`) is ook het hart van het Oude Testament: het midden van het middelste Torahboek handelt over het Offerlam dat de zonden van het hele volk wegdraagt (Leviticus 16:21). De Torah in het hart geschreven voor heel het volk en alle volken is hét eigenlijke nieuws van het Nieuwe Testament. (Hebreeën10:16; Jeremia 31:33).
Daleth
De unieke Torah-leefregels voor de ordening van het bezit (het geven van de tienden, schulden kwijtschelden e.a) en voor de ordening van de tijd (wekelijkse rustdag, jaarlijkse feesttijden e.a.) zijn Eén. Immers Israëls God is niet alleen de Schepper van al het aardse, maar Hij is ook de Heer van de geschiedenis. De schepping door Zijn Woord (Genesis 1) én de geschiedenis die door Zijn Woord gestuwd en bepaald wordt (Genesis 12:1; 3:10) zijn Eén. De ruimte waarin wij ons bevinden, de aarde die ons is toebedeeld, is Zijn Ruimte én de tijd waarin wij mogen verkeren is Zijn Tijd: ‘in Hem bewegen wij ons en zijn wij’ (Handelingen 17:28). Daarom is het alleen aan Hem om te bepalen hoe Zijn aarde en Zijn tijd geordend moeten worden: Hij ordent Zijn volk en de volkerenwereld rond Jeruzalem én Hij bakent de tijden af waarop de mens rust mag vinden voor de ontmoeting met Hem en waarop de volken in saamhorigheid met Zijn volk kunnen optrekken naar Jeruzalem om Hem te loven en te prijzen.
Hé’
Het Godsvolk Israël en de gemeente uit de volken zijn Eén: de uitverkiezing van de eerstelingen uit de volken (de Christelijke of Messiaanse gemeenten) is een uitverkiezing binnen de uitverkiezing van Israël, zoals eerder de gezalfde (= messiaanse) koningen en profeten functioneerden binnen de roeping en verkiezing van Israël. Israël is geroepen om een licht voor de volken te zijn om de Bijbelse levensstijl met betrekking tot de aarde en de tijd vóór te leven, en de gemeenten uit de volken zijn geroepen om ter plaatse dit licht te verspreiden. Los van Israël gaan de Christelijke gemeenten verwereldlijken, verromeinsen, vergrieksen, vergermaniseren, verafrikaniseren etc. Een Christelijke gemeente die niet in Israël staat, maar er naast, komt tegenover Israël te staan.
Wav
Het draait in de Bijbel om Bevrijding (jêhóshlúa`), maar het gáát om het Koninkrijk Gods, dat gekomen is voor héél de mens en héél de volkssamenleving. De vernieuwing van ons persoonlijk menszijn raakt geremd of gestoord en komt niet tot volledige voltooiing zonder een radicale vernieuwing (heiliging) van heel het volksleven met betrekking tot de ordening van de tijd en het aardse bezit. Een Christelijke gemeente die zich alleen richt op de bekering van de enkeling en niet op de bekering en heiliging van de samenleving (= het voorleven van de Bijbelse levensstijl) blijft mijlenver beneden de Bijbelse maat.
De eenheid van Israëls God wil zich weerspiegelen in de naar Zijn beeld geschapen mens:
in de eenheid van verstand én gevoel, van het logische-ordelijke én het speelse-creatieve, van het mannelijke én het vrouwelijke.