Men zegt dat even ten noorden van ons dorpje Na’aleh op de heuvels van Efraim de geboorteplek van Jerobham, de zoon van Nebat, ligt. In 1 Koningen 11 vanaf vers 26 wordt geschreven over deze voormalige ambtenaar van koning Shlomo. De profeet Achia die destijds in Shilo woonde profeteerde over hem dat hij de koning zou worden over het later te vormen Tienstammenrijk. Achia waarschuwde Jerobham om de bevelen en de wetgeving van de God van Israël te volgen naar het voorbeeld van koning David (vers 38).
Echter, Jerobham ging zijn eigen weg en de zinsnede: ‘En hij deed als Jerobham, de zoon van Nebat, die Israël zondigen deed’ is het droeve refrein dat meer dan twintig maal herhaald wordt in de Bijbelboeken Koningen. Wat deed Jerobham dan? Uit angst dat de Israëlieten zich bij het Zuidenrijk van koning Rehabham (Juda) zouden aansluiten voerde hij, in plaats van de dienst die God had voorgeschreven in de Torah, een eigen eredienst in. Hij koos bovendien priesters uit die niet tot de stam van Levi behoorden en Hij stelde eigen gedenktijden/feesten in, in plaats van de ‘vastgezette tijden van JHWH’ (Lev. 23:2 ev.).
In 1 Kon.12:32 staat dat hij een feest, wat enigszins leek op het Loofhuttenfeest, van de zevende maand verplaatste naar de achtste maand en er dus een hele andere invulling aangaf. Hij zette vervolgens eigen centra van eredienst op in plaats van het volk te laten opgaan naar de Berg van Adonai in Jeruzalem. Hij plaatste een gouden kalf in Bethel, net ten noorden van Jeruzalem en één helemaal in het dorp Dan in het noorden.
Israël hoefde voortaan niet meer af te reizen en op te klimmen naar Jeruzalem! Zo veroorzaakte hij een scheiding in Israël, het huisgezin van God. Dat betekende tevens het begin van de ondergang van het Tienstammenrijk. In de eerste helft van de tweede eeuw van de Christelijke jaartelling is een dergelijk proces in de Kerk begonnen. De vastgestelde tijden (Feesten) van Adonai werden volledig anders ingekleurd en verplaatst naar data die God Zelf niet ingesteld heeft. Vervolgens verzon de Kerk eigen feesten (zoals o.a. Kerst). En Jeruzalem? Het centrum van de eredienst verplaatste zich naar Rome en Jeruzalem moest er eeuwenlang verlaten en verwoest bij blijven liggen totdat de tijden der heidenen vol zouden zijn en het volk mocht terugkeren. Voor vele kerkleiders en leden uit de verschillende Christelijke stromingen is de terugkeer van het Joodse volk naar het land der Belofte behalve verbazingwekkend vooral ook religieus shockerend geweest. Is de belofte voor het Joodse volk dan toch nog geldend of is het een eigen brutaal ingrijpen van de koppige Joden? In 1948, toen de staat Israël gesticht werd, is niet toevallig ook de wereldraad der kerken gesticht! De Kerken weten doorgaans niet goed raad met Israël. Gelukkig zijn er hele bijzondere uitzonderingen maar de meeste kerken willen niet een ‘Israëlkerk’ genoemd worden en zetten zich helaas dikwijls af tegen de Joodse Staat. Dat is niet alleen treurig maar ook onverstandig want Gods Beloften zijn voor Israël én de volkeren. We hoeven het niet met alles eens te zijn met wat er in en rondom Israël gebeurt, maar verbreek de band met het Godsvolk niet. Jehoshua/Jezus is geen vondeling, maar Joods en helemaal één met Zijn volk; God zal de band met het volk nooit verbreken.
We kunnen niet de weg terug, maar wel terug naar de Weg. Dat Hij, onze God en Bevrijder, die ons moge wijzen en ons onderwijzen!