Het verschil tussen ‘Grieks’ en ‘Hebreeuws’
Van de Middeleeuwse Joodse dichter Jehuda Halevi is het gezegde: Laat de Griekse wijsheid u niet misleiden, want zij brengt alleen bloesems voort en geen vruchten’. De Griekse wijsheid of filosofie (= letterlijk: liefde voor de wijsheid) is bespiegelend. ‘Schouwend’ met het geestesoog wil de filosoof het wezen der dingen ontdekken, dat achter alle uiterlijke verschijnselen schuil gaat. En al ‘beschouwend’ probeert de Griek zich met die diepere of hogere werkelijkheid te verbinden. Door de band met deze hogere realiteit, met die goddelijke kern der dingen kan hij zich onttrekken, onthechten aan deze uiterlijke, aardse, materiële werkelijkheid.
Griekse cultuur is gespleten
De Griekse cultuur kent een merkwaardige gespletenheid in twee uitersten, iets wat aan onze Grieks gestempelde cultuur ook niet vreemd is. Aan de ene kant is er de minachting voor het aardse, materiële leven door de gerichtheid op hogere sferen (ascese: ‘hier beneden is het niet’). Maar aan de andere kant is er de verheerlijking van het lichaam, vooral van het mannelijke lichaam: het Olympisch ideaal. Of gaat het ten diepste toch om het zelfde: de filosoof streeft al denkend omhoog, de sportman streeft spelend met zijn lichaamskracht of lenigheid tot het allerhoogste, de top, de erekrans. Ook bij ons zijn sport en spel middelen om ons te ontspannen, om even weg te vluchten uit de alledaagse werkelijkheid.
Hebreeuwse wijsheid is aards gericht
De Hebreeuwse wijsheid of chokhmah daarentegen is juist gericht op deze aarde en de belangrijkste vrucht ervan is de dankzegging: niet wegvluchten, maar temidden van deze harde realiteit gaan danken = Gods Daden gedenken! Want door de dankzegging verbinden we onze aardse werkelijkheid in al zijn facetten met God, onze Schepper en Bevrijder, Die ons bevrijd heeft tot Zijn dienst, hier en nu op deze aarde. In de dankzegging komt ons mens zijn tot vervulling. De mens die wegvlucht in bespiegelingen, in spel of prestatie vindt geen echte bevrediging. Alleen in de lofzang ontplooit en voltooit zich ons mens zijn. De eigenlijke mens is niet de denker, maar de ‘danker’. De vierende en niet de spelende mens is de topmens: vierend verbinden we onze werkelijkheid, ook onze gebroken werkelijkheid, met dé Werkelijke, de Ene, de Unieke. Er is een wereld van verschil tussen het wereldse denken en het Bijbelse danken, tussen het wereldse spel en de Bijbelse viering.
Minachting voor landarbeid: slavenwerk!
Ondanks zijn verheerlijking van het blote menselijke lichaam (= de basis voor onze moderne blootcultuur) laat de Griek principieel Gods goede aarde los en minacht hij landarbeid: werken op het land is slavenwerk. In onze moderne Grieks, gestempelde cultuur vervangt de machine de slaaf.