Een uitdaging voor Joodse Christenen in Israël
Stop en Stap in
Eén van de gasten in de Dutch Farm te Sde Tswi (Israël) liet na een discussie in de gezellige ‘Leerkamer’ over de Christelijke zendingsactiviteiten in Israël – die bij de Joodse orthodoxie herinnering oproepen aan de fanatieke, agressieve en vaak gewelddadige pogingen van de Kerk om het ongelovige Joodse volk te bekeren tot het Christelijke geloof, activiteiten die nu een breuk dreigen te slaan in het hart van de Israëlische samenleving – de onderstaande anonieme tekst achter, onder de titel ‘Stop en stap in!’: stop met de missie ín Israël en stap in de missie ván Israël. Vlak onder deze stevige stellingname vindt U ons stellige commentaar in de vorm van een achttiental stellingen die bedoeld zijn ter stimulering van de discussie over dit aangelegen, bij velen (ook bij ons) na aan het hart gelegen thema.
Een stevige stellingname
Stop en stap in! Een oproep aan Joodse Christenen in Israël om hun missie, hun bekeringsactiviteiten ín Israël te stoppen en in te stappen in de missie ván Israël: een licht voor de volken te zijn.
Stop! Laat het Godsvolk over aan de VerbondsGod die trouw is en trouw blijft.
Over wie Jeshuah is bestaat veel verschil van mening, maar over wat ‘jeshuah’ is, kunnen Joden en Christenen het roerend eens worden. ‘Jeshuah’ betekent letterlijk ‘bevrijding’ en vanuit historisch oogpunt weten Joden beter dan Christenen wat bevrijding is. Ook weten zij zeker zo goed wat vergeving van zonden is: de spits van de Liefde Gods Die onze zonden op zich neemt en wegdraagt (het Hebreeuwse woord voor vergeven, násá’, betekent letterlijk: opnemen, wegdragen, Psalm 32: 5; zie Leviticus16:21) is ook de diepste laag van het Nieuwe Testament (Johannes 1:29).
Stop dus met de missie ín Israel en Stap in de missie ván Israël: om een Licht voor de volken te zijn = om de Torah voor te leven. Dat wil zeggen:
1. Aan onze moderne, seculiere wereld de Bijbelse feestelijke levensstijl voor te doen die de band met de God van onze schepping en bevrijding (jeshuah) levend houdt en die zich ordent rond de wekelijkse shabbat en de jaarlijkse hoogtijdagen van pesach/pasen, shawuoth/pinksteren en sukoth/loofhuttenfeest.
2. Daadwerkelijk stappen zetten zoals in Sde Tswi om weg te trekken uit de huidige stadscultuur (die ook in Israël opdringt) en met de eerste Joodse pioniers weer terug te keren naar ‘erets: Gods goede aard. Wegtrekken uit ons moderne Babel: wég uit onze huidige ont-aarde, in veel opzichten verziekte massamaatschappij met zijn uitzichtloze ellende, zijn onoplosbare armoede en honger, lichamelijk én geestelijk. Het woord ‘ellende’ betekent letterlijk: ‘uit het land zijn’, ‘landloos’. Omdat Joodse Christenen veelal goede banden hebben met de volkerenwereld, kunnen juist zij voortrekkers worden in deze uittochtbeweging: vóór Israël uittrekken, gestalte geven aan Israëls originele roeping, die onberouwelijk is (Rom. 11:29).
Ons stellige commentaar
1. Christenen zijn geneigd om het verleden te vergeten of te verdringen, zoals o.a. het kerkelijke wangedrag tegenover het Joodse volk, eeuw na eeuw. Joden zijn niet zo vergeetachtig: zij zijn getraind in gedenken.
2. Een gezegde van een Joods academische docent in Amsterdam: ‘Ik kan U een dag en een nacht verhalen vertellen over wat Joodse Christenen ons volk hebben aangedaan, hoe zij ons verraden hebben aan de kerkelijke Inquisitie en daadwerkelijk hebben meegewerkt met onze verdrukkers en vervolgers.
3. De gemeente uit de volken heeft geen doel in zichzelf, maar is een bijkomstigheid, een instrument voor de bevrijding (jeshuah) van de volkerenwereld.
4. Het boek Openbaring begint met de zeven gemeenten (een beschrijving die ook te lezen is als een kritisch commentaar op de Kerk van alle tijden, hfst. 2,3), maar het boek eindigt met de ‘zeventig’ volken: ‘God zal bij hen wonen en zij zullen Zijn volken zijn’ (21: 3).
5. In het boek Openbaring krijgt ook het verbond met (of: de verzegeling van) Israël een duidelijk accent (hfst.7: 1-8), met onmiddellijk daarop volgend (aan de 12 stammen van Israël gekoppeld) een een grote schare, ‘menigte van volksgemeenschappen’: ‘uit alle stammen en natiën’. Een menigte zoals aan Abraham was beloofd: ‘Ik heb U gesteld tot een vader van een menigte van volken, Gen.17:5. Bovendien eindigt het visioen van Johannes juist in het hart van Israël, in Jeruzalem (Op. 21,22).
6. Behalve dat de gemeenten uit de volken geen doel hebben in zich zelf, hebben zij ook geen bestand in zichzelf: Israël is de oergemeente, de eerste en oudste qáhal (qehille, ekklesia, bijeen geroepen gemeente), waaraan alle gemeenten uit de volken zich moeten koppelen om volop te kunnen functioneren.
7. De Joodse Christenen en in hun spoor vele gemeenten uit de volken hebben het woord ‘messiaans’ gekaapt. Israël is al sinds de Sinaj Gods Gezalfde, Zijn Messiaans Instrument, geheiligd en toegerust om een sêgoláh, een lichtende kandelaar te zijn te midden van de volken; die roeping is inderdaad onberouwelijk. Dringend is daarom ook de waarschuwing van Israëls God aan de volken: ‘kwets Mijn Gezalfden niet, (letterlijk: Mijn Messiassen! Psalm 105:15).
8. Het meest kwetsend voor het Godsvolk Israël en vooral ook voor God Zelf is: Israël als Godsvolk te ontkennen, of het te reduceren tot de kleine groep van gelijkgezinde Christenen, waarbij men de rest van Israël beschouwt alsof zij heidenen zijn.
De oude vervangingstheorie krijgt hiermee een hernieuwd gevaarlijke vorm: vroeger was de Kerk de vervanger van Israël, nu vervangen de Joodse Christenen het hele Joodse volk, de rest is een volk van ongelovigen net als de heidenen. Vroeger verving de Kerk de Shabbat door de Zondag en maakte er een kerkedag van, nu maakt de Joodse Kerk van de Shabbat een ‘zondag’, een kerkedag.
9. De zin ‘Niemand komt tot de Vader dan door Mij’, (Joh. 14:6), een zin die zo vaak als een slagzwaard tegen het Godsvolk Israël wordt gebruikt, kan ook positief worden gelezen: ‘ieder die tot de Vader komt, komt er door Mij’. Iedere Joodse gelovige, niet alleen Abraham, Mozes, David of de profeten, maar iedere gelovige Joodse, Torah-getrouwe man of vrouw die een relatie beleeft met God de Vader, dankt dat aan Jezus/Jêhoshua`. Immers, Hij is het Woord van vóór de grondlegging der wereld, Hij is het Woord in Levende Lijve (Joh. 1:1,14) en alleen door het Woord opent zicht de weg tot de Vader. Niemand komt door verstandelijke redenering of geestelijke oefeningen tot God, alleen door het Woord, doordat God Zelf hen aanspreekt. En Jêhóshua` is het Zichtbare Woord van God, Gods Tastbare Stem. Daarom, in die zwaar geladen zin uit Joh. 14:6 sluit Jêhoshua` Zijn volk niet uit, maar in: het Israël van vroeger én van nu heeft Hem, ‘inclusief’, helaas nog zonder oog te hebben voor de Unieke verschijning van het Woord in de Man van Nazareth.
10. Een Jood die blind is voor deze unieke verschijning van het Woord is daarmee nog geen ongelovige heiden. Een blind mens is geen onmens, een blinde gelovige geen ongelovige, een blind volk geen verloren volk; een blind mens kan wel gemakkelijker verongelukken, een blinde kerk, blind voor de noodzaak van een koppeling aan het Godsvolk Israël (= aan het volk als geheel en niet slechts aan een kleine kring van gelijkgezinde gelovigen), kan wel een valse kerk worden.
11. Uiteindelijk worden wij niet beoordeeld op onze geloofsvisie, maar op onze geloofsvrucht, niet op ons ‘zien’ maar op ons ‘zijn’, niet op onze leer maar op ons leven, niet op onze spiritualiteit maar op onze gehoorzaamheid aan Gods wil, aan Zijn Onderwijzing, Zijn Torah (Mattheus 7:21-23). Dat geldt voor een Joodse gelovige evenzeer als voor een Christen, want niet ‘allen die uit Israël zijn, zijn ware Israëlieten’ (Romeinen 9:6), en niet ieder die uit een Christelijke gemeente komt, is een ware Christen.
* De Bergrede begint met een reeks algemene zaligverklaringen, maar eindigt met een fel oordeel over een Christendom dat in hoge mate spiritueel, geestkrachtig is, maar Gods heilige Wet/Torah veracht, Wet-loos leeft (Matth.7:23, zie ook 5:17).
12. Christenen in het algemeen, Evangelische en Joodse Christenen in het bijzonder zijn sterk gericht op de Wederkomst, de komst van Messias Jêhóshua`, terwijl Hij allang onder ons is. De Heilige Geest is Zijn persoonlijke vertegenwoordiger, de Bijbel is al eeuwenlang Zijn Onderwijzing, Zijn Torah en Israël was altijd en is opnieuw Zijn Speciale Gezant, Zijn Gezalfde (= Messias). Laodicea, de laatste van de zeven gemeente (Openbaring 3:14:22) die de kerk typeert in de laatste fase van de kerkgeschiedenis, is een lauwe gemeente: suffig, kortzichtig, blind en doof: ze zien hun Heer niet en horen Hem niet kloppen. De Kerk van nu, in deze crisistijd met een ontstellende afbraak en een algehele culturele verwarring, is als de gemeente van Laodicea. We kijken door de kerkramen weer sterker dan voorheen naar Omhoog, naar de lucht vanwaar Hij komen zal, terwijl Hij voor onze deur staat: ‘Zie, Ik sta aan de deur en Ik klop’ (Openb.3:20). Hij staat voor de deur van ons hart in de gestalte van de Heilige Geest, Hij staat voor de deur van onze gezinnen en onze nationale samenleving in de gestalte van het Woord (Zijn Onderwijzing, Zijn Torah), Hij staat voor de deur van de wereldsamenleving in de gestalte van Zijn volk, Zijn Speciale Gezant Israël.
13. Los van deze Gezant verkondigen alle overige gezanten (apostelen, predikers) een ‘zweverig’ Evangelie, los van de Oergrond, los van de dragende ‘wortel’, Israël (Rom. 11:18). Onder invloed van het Griekse denken wordt dan de hoopvolle, blijde Bijbelse Boodschap van vernieuwing voor heel de mens en heel de volkerenwereld versmald tot een individualistisch Evangelie voor de ziel en de hemels zaligheid.
14. Ook Jezus/Jêhóshua` is niet los verkrijgbaar, niet los van Zijn volk. Losgekoppeld van Israël, Zijn volk is Hij een verschijning apart, een áf-god, áf-gescheiden, áf-gesplitst van Israëls God en keert Hij zich tegen het Godsvolk. In de naam van Jezus is het Joodse volk de eeuwen door verdrukt, vervolgd, uitgemoord. Zendingsactiviteiten in de naam van Jezus wekken de heilige woede van gelovige Torahgetrouwe Joden.
15. De bedreiging van Israëls voortbestaan komt niet alleen van buitenaf (Iran, Hamas) maar ook van binnenuit. De doorgaande bekeringsactiviteiten kunnen het hart van Israël zozeer verscheuren, dat het leeg bloedt! Het is ook niet denkbeeldig dat Israël terecht komt in de ‘omgekeerde Middeleeuwen’: een ‘kruistocht’ vanuit Jeruzalem tegen de binnenlandse belagers van de Joodse identiteit en het voortbestaan van de Joodse Staat.
16. De verleiding voor de gemeenten uit de volken is groot om, nu de kerk naar de rand van de samenleving gedrongen is (zie Varia-artikel ‘Kerkverlating vanaf 1948’) om zich te koppelen aan Rome, de oeroude tegenstander van Jeruzalem. Omdat niet Rome, maar Jeruzalem de toekomst heeft, betekent deze koppeling een vorm van kerkelijke zelfvernietiging.
17. De profetie van Joël, wellicht de allereerste van de Schriftprofeten, over een mateloze uitstorting van de Heilige Geest over heel het Godsvolk, over ‘al wat leeft’, over jong en oud, over managers en ondergeschikten, slaat allereerst op zijn eigen volk, de eersteling der volken, maar met Israël ook op alle volken, met de gemeenten als de voorhoedes, de voortrekkers (Handelingen 2: 16 e.v). Mogen wij allen ons verenigen in het klassieke gebed: ‘Kom Schepper Geest, vervul Uw volk en met hen Uw volken, Uw gemeenten uit de volken voorop’.
18. Samenvattend: De gemeenten uit de volken zijn als bijkomstigheden, als Gods bijzondere Instrument bestemd om te midden van hun volk een kandelaar te vormen waarop het Licht vanuit Israël uitstraalt naar allen kanten. De Joodse Christenen kunnen hierbij hun onmisbare dienst verlenen. Daarom onze stellige instemming met deze stevige stellingname: ‘Stop de missie ín Israël en stap in de missie ván Israël!’
* Nog een notitie tenslotte: De eerste Joods Christelijke beweging is gestrand op hun drift om aan de heidenenchristenen de Joodse levensstijl te willen opdringen. Het is denkbaar dat de apostel Paulus die de Joodse Christenen in Galatië ‘waanzinnig’ (anoètos, Gal.3:1) noemde vanwege deze bekeringsdrift, tegen de huidige Joodse Christenen zou zeggen: ‘Zijn jullie nou helemaal gek geworden! Toen wilden jullie dat de hele Kerk Joods werd, nu willen jullie dat alle Joden kerklid worden. Waanzin, anoètos! Komt grote ellende van! En voor jullie is het opnieuw een doodlopende weg’!