Nog steeds springlevend
Wat is die Griekse geest?
Wat probeerden die oude Grieken en wat typeert de Griek van alle tijden? De Griek is het type mens dat probeert zonder hulp van buitenaf, van onderop, met eigen onderzoeksmiddelen (zintuigen, verstand, intuïtie of geestelijke herinnering) de waarheid te ontdekken, die volgens hen in of achter onze werkelijkheid verborgen is. Met een tot dusver in de wereldgeschiedenis ongekende hartstocht hebben de oude Grieken (die met recht de ‘grootvaders’ heten van de moderne, verlichte filosofen en wetenschappers) geprobeerd om geheel zelfstandig de waarheid te ónt-dekken = om die op te diepen uit de zichtbare verschijnselen of ‘erachter vandaan te halen’, te ‘achterhalen’. Merkwaardig is, dat het Griekse woord voor waarheid, alètheia, letterlijk betekent: datgene waarvan de bedekking is weggenomen, het ont-dekte, het ont-hulde, het niet meer verborgene.
De Griek wil alles begrijpen, in de greep krijgen
Zoals de Romeinen – die volgens de Joodse traditie de nazaten zijn van Ezau – de hele bewoonde wereld in hun greep wilden hebben. door middel van hun streng ordenend vermogen, hun rechtssysteem en hun zwaardmacht, waarbij tenslotte Tsion vernietigd wordt, wilden de Grieken (mogelijk opgestuwd door de geest van Dan?*) onze hele werkelijkheid in de greep krijgen door middel van begrippen of ideeën.
Gods Woord niets waardig
Het gevolg van deze Griekse drift is, dat tenslotte het Woord van Israëls God te niet gedaan wordt, tot nietswaardig wordt verklaard.De hele Griekse filosofie is te typeren als de titanische poging om met eigen, menselijke middelen (los van goddelijke openbaring, zonder religieuze vóórkennis) de waarheid te ont-dekken.
Twee hoofdstromingen: de intuïtieve (Plato) en de rationele (Aristoteles)
Er zijn twee hoofdstromingen: volgens de ene, waaraan vooral de naam van Plato verbonden is, houdt de waarheid zich schuil in een verborgen wereld achter onze zichtbare werkelijkheid (idealistische filosofie, humanistische levensbeschouwing), volgens de andere in de lijn van Aristoteles is de waarheid verborgen in de dingen om ons heen (natuurfilosofie, natuurwetenschap).
De natuurfilosofie die er van uitgaat dat de waarheid ín de dingen zelf zit, maakt vooral gebruik van de eigen waarneming en het logische denken. De levensbeschouwelijke filosofie, die de waarheid (het wezenlijke, de ‘idee’) áchter onze verschijnselen zoekt, bedient zich vooral van het intuïtieve denken, de zogenaamde ‘geestelijke herinnering’ of anamnese, waarbij men terugblikkend in de eigen ziel, de verloren geraakte oerwaarheid meende te kunnen schouwen, te ‘achterhalen’.
De intuïtieve stroming krijgt religieuze trekken en wint
Merkwaardig is dat de eerste stroming op den duur de sterkste werd en ook weer religieuze trekken kreeg. De puur natuurwetenschappelijke waarheid gaf kennelijk geen echte bevrediging: men verlangde naar een meer mystieke beleving van de waarheid. En de beschouwingen van Plato sloten daarop aan: ratio en religie vloeiden in het Neoplatonisme harmonieus inéén.
Een nieuw Neoplatonisch tijdperk: grensvervaging tussen ratio en religie
Die geschiedenis herhaalt zich in onze tijd, want net als in de late Oudheid vervaagt ook nu bij de moderne verlichte mens, in deze ‘nadagen van de Verlichting’, de grens tussen ratio en religie, tussen denken en geloof, tussen wetenschap, filosofie en mystiek: vele moderne wetenschappers zoeken koortsachtig, met ingewikkelde machines, naar het ‘wezen der dingen’, naar het mystieke Oerdeeltje, de Oervonk, waaruit al het bestaande zich heeft ontwikkeld, geëvolueerd. Het moderne denken gaat daarin de weg van het oude Griekenland, dat zich eerst met behulp van het logische denken had ‘bevrijd’ van de religie (mythologie), maar tenslotte verstrikt raakte in religieuze ratio (mystiek). Anders gezegd: het zogenaamde ‘nieuwe tijdsdenken’ gaat het oude platgetreden pad van ‘mythos’ via ‘logos’ naar ‘mystos’: opnieuw naar een Neoplatonisch tijdperk.
* In samenhang met de legende over de ‘ontvoering van Europa’ vanuit een gebied ten Noorden van Israël, worden de Grieken die door Homerus Danaioi/Daneërs genoemd worden, wel in verband met de stam Dan gebracht. Het is wel aannemelijk dat leden van deze zwerfstam via de havenstad Tyrus op de Griekse eilanden zijn beland. Het gezegde in Richteren 5:17 zou hiervoor een aanwijzing zijn: “Dan, waarom houdt gij U op bij de schepen?” Of een andere vertaling: “Dan, waarom gaat gij scheep?”