Een mystieke, spirituele religie overspoelt ons
Richt het wetenschappelijke antisemitisme zich tegen de apartheid van de Joodse Bijbel en het politieke antisemitisme zich tegen de apartheid van de Joodse staat, het religieus humanistisch antisemitisme verzet zich tegen de apartheid van de Joodse godsdienst. Volgens deze visie bedoelen alle godsdiensten in wezen hetzelfde, alleen geeft men aan het Grote Geheim andere namen en gebruikt men andere symbolen en andere rituelen. Het is een merkwaardig feit, dat het originele, Griekse humanisme in West Europa een herstart kreeg vanuit het laatmiddeleeuwse, katholieke Christendom, terwijl het daarna in de tijd van de Verlichting helemaal seculier werd en zelfs antireligieus. Maar sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog – met zijn onbeschrijfelijke verschrikkingen, juist in het hart van het hoogbeschaafde, humanistische Europa: in het Duitse cultuurgebied met cultuurreuzen als Bach en Goethe e.a. – is er een terugkeer naar de religie: religieus humanisme.
Een terugkeer niet naar de vroegere, algemeen, katholiek Christelijke godsdienst, maar naar een ‘moderne’, algemeen menselijke religie. Een religie die men kan typeren met de woorden ‘mystiek’ en ‘spiritualiteit’. Sinds enkele decennia worden wij er bijna door overspoeld, ons hele samenleven raakt ervan doordrenkt: het onderwijs, de gezondheidszorg, de sport en zelfs het bedrijfsleven: aan ‘de lopende band’ worden personeelstrainingen e.d. gearrangeerd, gebaseerd op deze spirituele, mystieke religie. Een belangrijke, theologische voortrekker in deze beweging is dr. Karen Armstrong, een gewezen katholieke non die geboeid geraakt is door de spiritualiteit van de Islam.
Wat betreft het meest kenmerkende van deze wereldwijd verspreide, spirituele beweging, noemde al meer dan 40 jaar geleden prof. dr. J.H. Bavinck in zijn nog altijd actuele leerboek over ‘Religies en Wereldbeschouwingen in onze tijd’ een viertal kernmerken, die hieronder kort en vrij vertaald worden weergegeven:
1. Mystieke bewegingen zijn van alle tijden en komen meestal óp, wanneer door het toegenomen onderling menselijk verkeer, zoals ook rond het begin van onze jaartelling, ‘de verschillende wereldreligies tegen elkaar aangedrukt’ en ‘met elkaar geconfronteerd’ worden. Deze confrontatie leidt, ook omdat ‘de wereldvrede in het geding is’ tot het zoeken van een gemeenschappelijke noemer, als basis voor de uiteindelijke éénwording van de mensheid.
2. Alle nadruk ligt op het innerlijke, in tegenstelling tot de wereldreligies met hun uiterlijke symbolen, rituelen en dogma’s. Het gaat om de religieuze gedachte, om wat zich in ons innerlijk afspeelt, waarbij historische of mythologische figuren als Boeddha, Krishna, Christus of Mohammed functioneren als belangrijke modellen.
3. Deze mystieke beweging brengt onweerstaanbaar volgens dr. Bavinck een zekere ‘vervluchtiging’ en ‘ver-ijl-ing’ met zich mee: ‘Alle dingen verliezen hun specifieke gestalte. In het Islamitische Soefisme wordt wel gesproken over de waarachtige bedevaart naar de Kaäba, maar onder die waarachtige Kaäba, of dat waarachtige Mekka, wordt dan verstaan het binnenste van de mens waar de mens de vereniging met Allah geniet’.
4. Deze ‘vervluchtiging’ en ‘verijling’ geldt met name ook voor het woord ‘god’. Men heeft het wel over ‘God’ en over ‘het zoeken van de eenheid met God’, maar daarbij stelt men met nadruk, dat ‘al die verschillende gedachten over het goddelijke wezen die men in China, in het Boeddhisme, in het Hindoeïsme, in de Bijbel en in de Koran vindt, ons alleen maar verschillende aspecten onthullen van het ene, onnoembare en alles doordringende goddelijke wezen’. God wordt Iets waar we niet bang voor hoeven te zijn, maar waar we ook geen hulp van moeten verwachten. De enige, echte hulpvaardige ‘god’ woont in ons eigen, diepste innerlijk.
Bavinck eindigt met de slotsom: ‘Feitelijk wordt religie dan tot een psychologisch verschijnsel, de verhouding van de mens tot God wordt identiek aan de verhouding van periferie en centrum binnen de mens zelf. Theologie lost zich op in de psychologie’ (pag. 173,174).
Intussen is wel duidelijk dat deze religie die geen religie is, zich verzet tegen elke bestaande religie, dus ook tegen de Bijbelse godsdienst en daarmee tegen het voortbestaan van het Joodse Godsvolk, voor wie deze godsdienst immers de kurk is waarop het tot nu toe drijvende is gebleven. Deze mystiek religieuze vorm van antisemitisme lijkt soft vergeleken met het humanistisch politieke antisemitisme dat Israël van de kaart wil vegen, maar is in feite veel vinniger. Het is het antisemitisme van de Grieks-Hellenistische dictator Antiochus Epifanes, die het prototype is van de AntiChrist.