Het Profetische Woord
In één van zijn brieven aan medegelovigen in het toenmalige Klein-Azië herinnert de apostel Petrus (2 Petrus 1:19) aan een indrukwekkende ontmoeting op de Berg met Mozes en Elia (Mattheus 9:1-8). Met Mozes die rechtstreeks uit Gods Mond de Torah ontvangen had en met Elia, één van Israëls grote profeten die ook in direct contact stonden met God Zelf. Bij die wonderlijke ontmoeting hoorden Petrus en zijn metgezellen ook rechtstreeks een Stem uit de hemel, en naar aanleiding van deze profetische Stem, schrijft Petrus: ‘daarom achten wij het profetische woord des te vaster en U doet goed om daar acht op te geven als op een lamp die schijnt in een duistere plek’. Uit het vervolg blijkt dat Petrus hiermee doelt op de vele Beloftevolle, Profetische Woorden die in het verleden rechtstreeks door God toegesproken zijn aan bepaalde mensen: ‘door de Heilige Geest hebben mensen van Godswege gesproken’. Beloftevolle Woorden die vastgelegd zijn in de Geschriften van Mozes, de Psalmen en de Profeten. Vanaf Genesis tot Maleachi staan deze Geschriften niet alleen vol met zegenrijke Richtlijnen voor een welvarend leven en samenleven, maar ook boordevol Profetische Woorden die hoop geven voor de toekomst. Woorden van overwinning op de macht van de satanische verleider en op de macht van de aardse verdrukkers (Genesis 3:15, Exodus 20:2). Woorden van Bevrijding door de Vergevende, helende en heiligende Liefde Gods voor Zijn volk (Leviticus 16:21). Woorden over het komende Koningschap van Israëls God over alle volken met de oproep aan alle volken: ‘looft de HERE al gij volken, want Zijn Liefde is overmachtig en Zijn Trouw is duurzaam voor altijd (Psalm 117). Deze Beloftevolle Geschriften zijn tot ons gekomen via het Joodse volk. Als geen ander volk ter wereld is het Joodse volk drager van het Profetische Woord, het Gesproken en Geschreven Woord.
Niet alleen drager van de Mozaïsche Torah
Israël is dus niet alleen drager van de Mozaïsche Torah met zijn unieke, beloftevolle Richtlijnen voor het ordenen van de tijd en het aardse bezit, maar ook drager van een Uniek Visioen dat perspectief biedt op radicale vernieuwing van mens en samenleving, op vrede, welzijn en welvaart voor alle volken met Tsion in het centrum. De basis voor radicale vernieuwing is Gods Vergevende, Helende en Heiligende Liefde: Israëls God neemt onze zonde op Zich en draagt ze weg (Psalm 32:5, Leviticus16:21, Johannes 1:29), Hij heelt ons, herstelt de relatie met Hem en Hij heiligt ons door Zijn Torah te schrijven in onze harten (Jeremia 31:33; Hebreeën 8:10; 10:16). Anders gezegd: Israëls God, Schepper en Bevrijder wil Inwoning in mensenharten en in het hart van de menselijke samenleving (Micha 4:1-4; Jesaja 2:1-4). Van dit Unieke Visioen is Israël de drager, Israël dat God zij dank onder ons nog aanwezig is in de gestalte van het huidige Joodse volk: ‘Hij heeft Jacob Zijn Woorden bekend gemaakt – zo deed Hij met geen ander volk’ (Psalm 147: 19,20). De apostel Paulus schrijft in een brief aan zijn medegelovigen in Rome, in het hart van het Romeinse Rijk: ‘Hun zijn de Woorden Gods toevertrouwd’ (Romeinen 3:2). En deze bijzondere ‘genadegave’ plus de ‘roeping’ die daaraan gekoppeld is, zijn ‘onberouwelijk’ (Romeinen 11:29).
Israël als profeet, als lichtdrager voor de volken
Vanuit Israël is het Profetische Woord de volkerenwereld in gedragen. De eerste Uittocht van het Profetische Woord voltrok zich spontaan en bijna onbewust via de verstrooiing van het Joodse volk. Na de Babylonische ballingschap was deze verstrooiing wel gedeeltelijk maar niet geheel opgeheven. Rond het begin van onze jaartelling waren er Joodse leefgemeenschappen in vrijwel alle steden van het Romeinse Rijk en ook nog ver daar buiten. Dat blijkt onder andere uit het feit dat de Hebreeuwse Bijbel medio de 3e eeuw vóór Christus in het Grieks vertaald werd, omdat de meeste verstrooide Joden de Bijbelboeken niet meer in de Hebreeuwse grondtaal konden lezen. Een ander belangrijk gegeven in dit verband is een notitie uit het verslag van het Apostelconvent in Jeruzalem, nog ver voor de verwoesting van deze stad, een verslag waarin met zoveel woorden staat dat de Mozaïsche Torah door heel de bewoonde wereld elke Shabbat in elke stad werd voorgelezen en uitgelegd, zodat de Christenen uit de heidense volken daar kennis van konden nemen (Handelingen 15:21) en de Heilige Geest deze Torah kon schrijven in de harten (Jeremia 31:33, Hebreeën 8:10).
Dit Apostelconvent is meteen ook de aanduiding voor de tweede Uittocht van het Profetische Woord vanuit Israël. Vanuit Jeruzalem zijn speciale gezanten, ‘apostelen’, uitgezonden om onder de volken gemeenschappen (ekklesiai) te stichten in verbondenheid met het Godsvolk Israël, om net als Israël lichtdragers te zijn = om te midden van hun volk het Profetische Woord over de unieke doorbraak van het Koninkrijk Gods in Jeruzalem te verkondigen*. En niet alleen te verkondigen, ook niet alleen om hun volk en vooral de volksleiders op te roepen tot radicale bekering, maar ook in eigen kring het Profetisch Woord in praktijk te brengen. Meer hierover in het bijgaande artikel over ‘De functie van de gemeente onder de volken’.
Israël is ook zelf onderdeel van het Profetische Woord
Israël, het Joodse volk, is niet alleen de originele drager van het Profetische Woord, maar het is ook zelf een onderdeel ervan. Het Profetisch Visioen van ‘vrede op aarde’ is in de Bijbel onlosmakelijk gekoppeld aan het volk en aan het land van Israël, dat het Ommeland is van Jeruzalem, de GodsStad (`Ir Elohim, Psalm 87: 3), die de Omheining is van de Berg Tsion, de uitverkoren Woonplaats van Gods Aanwezigheid op aarde: ‘Want de HERE heeft Tsion verkoren, Hij heeft het Zich ter Woning begeerd: dit is Mijn Rustplaats voor immer, hier zal Ik wonen, want haar heb Ik begeerd’ (Psalm 132: 13,14). Hier in Jeruzalem, in het land Israël heeft God Zijn Aanwezigheid getoond in de Wolkkolom boven het Heilige der Heiligen op de Berg. Hier in dit Ommeland van Zijn Stad heeft Hij rondgewandeld als met Adam in het Paradijs, en hier heeft Hij voor de ogen van de volken Zich met Zijn volk en met heel de mensheid vereenzelvigd en onze zonden op Zich genomen en weggedragen en hier heeft Hij Zijn Geest, deze Vernieuwer van mens en samenleving Die al eeuwenlang stilweg werkzaam was onder Zijn volk (Psalm 37: 30, 31, 51:12,13; 119), zichtbaar en hoorbaar uitgestort op die bewuste 50e Dag na Pesach (Handelingen 2) als een voorschot op een totale en radicale vernieuwing van heel Zijn volk en heel Zijn wereld (Joël 2:28-32 of 3:1-5).
Omdat Israël, het Joodse volk, onderdeel is van het Profetisch Visioen kunnen de volken niet buiten Israël om. Buiten het Joodse volk om is er geen reëel perspectief op radicale vernieuwing van ons menszijn op deze aarde: vrede op aarde is vrede vanuit Tsion. Elke vredesbeweging die zich buiten Tsion om beweegt, keert zich tegen Tsion, tegen het Joodse volk.