Esau is עשו Esav in het Hebreeuws. Je ‘bent’ je naam. In jouw naam zit jouw wezen verpakt. Esav komt van het werkwoord עשה `ásáh en dat betekent: doen/maken. Mogelijk noemden zijn ouders hem zo omdat hij als geheel ‘afgemaakt’, als een roodharige mantel ter wereld kwam (Gen. 25: 25). Esau was een doener, een zogenaamde ‘selfmade man’, een carrièrejager die niet de hulp zocht van zijn Schepper en ook geen respect had voor de familiaire tradities die Adonai/JHWH al generaties lang via Adam en o.a. Noach en vooral zijn opa Abraham, doorgaf aan de volgende generaties. Het eerstgeboorterecht had geen waarde voor hem. Dat God wel iets met eerstelingen, de bechor/ בכור en ook de reshiet / ראשית had, en nog steeds heeft, deerde hem niet. Voor een bord rode linzen verkocht hij het eerstgeboorterecht en begon hij meteen te slurpen. Er staat vervolgens over hem geschreven (Gen. 25: 34): ‘en hij at en dronk en stond op en ging heen’. Hij dankte niet voor de maaltijd zoals Adonai ons heel duidelijk via Mozes/Moshe leert in Deut.8:10 ‘als je dan naar genoegen gegeten hebt, dankt dan Adonai voor het goede Land dat Hij jou heeft gegeven’. Esav was nonchalant, egocentrisch en toonde ongeïnteresseerdheid in God. Hoe is het mogelijk zou je zeggen, met zulke bijzondere ouders en vooral grootouders…… Wat nog erger is: de aartsvijand van Israël kwam uit zijn lendenen, Amalek עמלק. Israël mocht nooit vergeten wat Amalek Israël aandeed en nog steeds aandoet…Volgens de Joodse overlevering zijn de Romeinen de nazaten van Esau.