Een woordstudie over notsrí – nátsar – netser
Met het woord notsrí נוצרי wordt in het moderne Hebreeuws een Christen bedoeld: een notsri נוצרי is een volgeling van de Man uit Nazareth נצרת, van Jêhóshua` haNotsri יהושע הנוצרי. Dat is een merkwaardig mooie en diepzinnige naamgeving. Behalve een verwijzing naar de plaatsnaam Nazareth is er een opmerkelijk woordverband tussen notsrí en de woorden nátsar נצר (bewaren, in standhouden, voortzetten, bestendigen) en nétser נצר (spruit, scheut, twijg). De betekenis van deze beide woorden werpt een kleurrijk licht op de naamgeving notsrí (christen).
Het werkwoord nátsar is uitdrukkelijk verbonden met de Torah תורה, het komt negen keer voor in de bekende TorahPsalm, Ps 119. Met dit woord wordt in de verzen 22, 33, 34, 56, 69, 100, 115, 129 en 145 aangegeven hoe men moet omgaan met deze unieke Onderwijzing van God. Hoofdzaak is: Zijn geboden bewaren, in standhouden, voortzetten, in praktijk brengen. Behalve in het Psalmboek komt natsar ook voor in de Torah zelf, de allereerste keer met God als onderwerp. Want ook Hij Zelf bewaart de Torah, Hij Zelf houdt vast aan wat Hij voorschrijft aan Zijn volk: ‘Hij bestendigt (nátsar) Zijn goedertierenheid (chesed = daadwerkelijk liefdebetoon) aan duizenden’ (Exodus 34:7). Nog in een ander verband in de Torah is God Zelf het onderwerp, maar dan direct betrokken op Zijn volk Israël: ‘Hij beschutte hen, lette op hen en bewaarde (nátsar) hen als Zijn oogappel’ (Deuteronomium 32:10). Tenslotte komt het woord voor in de zegenspreuk van Mozes over Levi, Gods uitverkoren dienaren, leraren en liturgen: ‘zij bewaren Uw verbond, zij onderwijzen Jacob Uw verordeningen (Deuteronomium 33:9).
Dat is het eerste opmerkelijke gegeven: natsar נצר is onlosmakelijk verbonden met de Torah, en dat werpt een bijzonder licht op het woord notsri נוצרי (Christen).
Het tweede woord dat het Christen zijn in een bijzonder licht zet is nétser (spruit, scheut, twijg). Er is een duidelijke samenhang tussen nétser (spruit) en nátsar (bewaren, in standhouden, voorzetten, bestendigen): een nétser (spruit, twijg) is een soort ‘voortzetting’ van de oude plant, in de spruit is de oude plant ’bewaard’ gebleven. Als uit een afgehouwen, afgeknotte, dood lijkende boomstam ineens een jonge twijg spruit – zoals men hoopt dat gebeuren gaat met de omgewaaide kastanje boom achter het Anne Frankhuis – wordt in die nétser* de oude boom ‘bestendigd’, in standgehouden. In die zin wordt het woord ook gebruikt in Jesaja 11: 1, waar het doelt op de Messiaanse Koning die uit het dood lijkende koninklijke Davidische geslacht zal uitspruiten: ‘er zal een scheut (nétser) voortkomen uit de wortel van Isai’. Later, in Jesaja 60:21, slaat het woord ‘nétser’ (spruit, scheut twijg) op Israël zelf: ‘zij zijn een scheut die Ik geplant heb’. Duidelijk is dat het woord ‘netser’ onlosmakelijk verbonden is zowel met Israël als met Zijn Messias.
Welk licht werpen beide woorden nu op de naam notsri (Christen)? Wat is een Christen? Een Christen (notsri) is een ‘dubbel verbondene’: enerzijds onlosmakelijk verbonden met Israëls Messias, met deze Spruit uit het Davidische Huis en anderzijds onopgeefbaar verbonden met het volk Israël én met de aan Israël geschonken Torah. Anders gezegd: een volgeling van de Man uit Nazareth is iemand die via deze Spruit aan Israël is ontsproten en daar niet van los te maken is én tegelijk iemand die de Torah in standhoudt, die de Torah in het hart ontvangen heeft door de Heilige Geest, Die de Geest is van Israëls God, Die de Geest is van Jêsóshua` haNotsri.
* Merkwaardig dat het woord netser ook nog twee keer in negatieve zin voorkomt. De profeet Jesaja noemt het Babylonische Rijk en zijn vorst een ‘afschuwelijke twijg’ (Jes.14:19) en Daniël ziet een ‘spruit’ (netser) uit het oude Griekse-Hellenistische rijk opkomen. Het is de zondeval van het Christendom geworden dat het de onopgeefbare verbondenheid met Israël en Zijn Messias verloochend heeft door zich te verbinden met de ‘vorst’ van Babylon, het Romeinse Rijk en door zich te open te stellen voor de Griekse geest.
** Er is letterverband en dus ook betekenisverband tussen notsri נוצרי (christen) en nazir נזיר (Nazireër), van názar נזר (afzonderen, toewijden). Een Christen is een toegewijde, iemand die zich volledig inzet voor de uitbreiding van het Koninkrijk van Israëls God, dat vanuit Tsion ציון heel de wereld wil omvatten: Uw Koninkrijk kome vanuit Tsion voor alle volken (Jesaja 2:1-4) en Uw wil (= Uw Torah, ook met betrekking tot de tijdsordening en de bezitsordening) geschiede = worde daadwerkelijk in praktijk gebracht).