Er is een volkenkundig concept denkbaar waarbij de ‘70’ volken overkoepeld worden* door de éne ‘Tent van Abraham’. Uit deze Tent zijn naar de belofte een ‘menigte van volken’ geboren (Genesis 17: 4, 5). Die menigte stamt behalve uit Sara, Hagar en Ketura (‘de kleurrijke’) ook uit Lea en Rachel en de bijvrouwen. Zo is die veelheid van Abrahamitische volken voortgekomen niet alleen uit Juda (het Joodse volk), Ismaël (de Moslimvolken), en Ezau (de door het Rooms en Grieks Katholicisme gestempelde volken in Zuid en Oost Europa), maar mogelijk ook uit Jozef (de door de Bijbel gestempelde volken in NW Europa) en uit Ketura, de gekleurde randbewoners: de gele Aziaten, de donkere Afrikaanders en de oorspronkelijk Amerikaans-Indiaans roodhuidigen. Homerus noemt de Grieken vaak Danaërs: het is niet ondenkbaar, op basis van Richteren 5: 17, dat nazaten van de zwerfstam Dan, zoon van Bilha, de ‘draagmoeder’ van Rachel, uitgezwermd zijn via Tyrus naar de Griekse kusten… Deze nu nog onsamenhangende en in veel opzichten onderling tegenstrijdige ‘menigte’ zal zich eens verenigen op de Berg Tsion rond het volk van Juda.
* Zie ook Zeven Misverstanden, onder punt 6.