In de Bijbelse negende maand, ook wel Kislew genoemd, wordt het Chanukah-feest gevierd. De negende letter van het Hebreeuwse Aleph-Beth is de letter Teth ט en is een oud woord voor ‘baarmoeder’ of ‘aardschoot’. Het getal ‘negen’ is inderdaad uitdrukkelijk verbonden met ‘baren’ en met ‘duisternis’: het negende scheppingswoord is ‘weest vruchtbaar’; negen maanden zijn wij in de baarmoeder, de negende plaag in Mitsrajim/Egypte is duisternis en op het negende uur kwam er duisternis over Golgoltha. In deze duistere negende ט maand viert Israël al eeuwenlang het Chanukahfeest. Zelfs tijdens pogroms en in sommige vernietigingskampen probeerde men de hoop en de herinnering van dit bijzondere bevrijdingsfeest levend te houden. Want de God van Israël is een God van Bevrijdingen en wat Hij toen deed kan Hij ook vandaag doen en zal Hij doen. Hij is zoals Zijn Hebreeuwse Naam het zegt: Ik ben de Altijd Erbij Zijnde, Die er altijd bij was, bij is en bij zal zijn. Deze Immanuel, God is met ons, moge Israël zegenen en behoeden en Zijn Aangezicht over geheel Israël laten schijnen en allen genadig zijn, Zijn Aangezicht over geheel Israël verheffen en Zijn shalom op Israël leggen zodat zij een licht voor de volkeren zal zijn en Zijn Koninkrijk gestalte krijgt in deze wereld. Op de laatste dag van Chanukah branden er negen, teth, ט kaarsen in de luchter. We hopen dat overal in de huizen de kaarsen rustig mogen branden…
(NB eerst gepubliceerd in dec. 2012, tijdens operatie “Cloud”)