‘Wie de Hebreeuwse geschriften slechts in vertaling leest, is als iemand die zijn moeder kust door een zakdoek heen’.
In de meeste Bijbelverhalen komt de boodschap direct naar voren en mist men de essentie hiervan niet. Maar in de oorspronkelijke Brontaal van de Bijbel komt pas echt de veelzijdigheid en de diepere betekenis van Gods Woord naar voren. Een voorbeeld hiervan vinden we in de geschiedenis van Jozef. Als Jakob het nieuws van Jozefs ‘overlijden’ hoort, scheurt hij zijn kleding, trekt een rouwkleed aan en rouwt dagenlang (Genesis 37:34). Terwijl het verhaal vertelt hoe Jozef als verkochte slaaf in Egypte belandt, maar eindigt als machtige leider van Egypte, blijft zijn vader Jakob ondertussen om hem rouwen: ’Ik zal rouw dragen totdat ik naar mijn zoon in het dodenrijk afdaal’ (vers 35). De broers, door wie Jozef uiteindelijk in Egypte terechtgekomen was, worden uiteindelijk vanwege de hongersnood door het ‘lot’ gedwongen om naar Egypte te gaan. Eenmaal daar gekomen verschijnen ze voor de hoogste machthebber, hun eigen broer Jozef, om graan te kopen. Jozef die zijn broers herkent, beschuldigt hen van spionage en neemt ze in hechtenis. Vervolgens mogen ze terug naar hun vader Jakob op de voorwaarde dat ze hun jongste broer Benjamin meebrengen. Als ‘onderpand’ blijft Simeon gevangen.
Juist als het voor de broers niet slechter kan en ze volledig onder controle zijn van het machtige Egypte, gebeurt er iets dat hen alle hoop ontneemt: ‘Toen ze aan het eind van de dag halt hielden, maakte een van hen zijn zak open om zijn ezel voer te geven. Daar lag zijn geld, boven in de zak’ (Genesis 42:27). Nu kan de Farao hen ook nog beschuldigen van diefstal. Vanuit menselijk oogpunt lijkt er voor de broers geen uitweg meer en ze vragen zich af: ‘Waarom doet God ons dit aan?’ De situatie lijkt desastreus voor de broers maar ook voor hun vader Jakob. Toch is het precies in dit dieptepunt dat er een ommekeer is in het verhaal. Deze boodschap komt naar voren als we de Hebreeuwse tekst beter bekijken. In vers 27 staat: ‘En één van hen opende zijn voederzak, wajiphthach há’echád ‘eth saqó.’ Het woord dat hier gebruikt wordt voor (voeder)zak is saq en het werkwoord voor openen is patach. Ten eerste heeft het woord saq meerdere aspecten. Het hetzelfde woord wordt namelijk gebruikt voor het rouwkleed1) van Jakob (Genesis 37:34). Het rouwkleed was ook eigenlijk niet veel meer dan een (jute) zak, net als een vervoersmiddel dat gebruikt werd voor lastdieren (zie ook Jozua 9:4). Hetzelfde woord komt ook voor in Psalm 30:12 waar staat: ‘Mijn rouwklacht hebt Gij veranderd in een reidans, mijn rouwkleed (saq) hebt Gij losgemaakt (patach), met vreugde mij omgord’. Het zijn de enige twee teksten in de Bijbel waar beide woorden worden gebruikt en op die manier met elkaar verbonden zijn.
1. Dit wordt bijvoorbeeld beschreven in het verhaal van Ninevé als de inwoners gekleed gaan in zak en as als teken van berouw (Jona 3:6,8).
Op die manier ontstaat plotseling een cryptische zin, middenin de geschiedenis van Jozef en zijn broers: ‘En één van hen maakte zijn rouwkleed los’. En één van hen verwijst in het verhaal natuurlijk naar één van de broers, opvallend genoeg zonder duidelijke naam of toenaam. In het Hebreeuws staat hier een interessante, verhullende uitdrukking, letterlijk: há`echád = de één. Oftewel ‘De één maakte zijn rouwkleed los’. Dit verwijst naar de Ene, de Aluph shel ‘olam (de Eerste van de wereld), want God ís één, ‘echád, Hij is die Eén (zie Deuteronomium 6:3, 1 Timotheüs 1:17, Jakobus 2:19). Net als in de Psalm is het dus God die het rouwkleed losmaakt en omgordt met vreugde. In het dieptepunt van het verhaal, als voor Jakob en zijn zonen alles uitzichtloos lijkt, is het God die deze tragedie een andere wending gaat geven! Juist in de duisternis openbaart God Zijn licht, niet alleen als scheppingsdaad (Genesis 1:2-4), maar ook als voortzetting hiervan met de komst van Zijn Gezalfde (Jesaja 9:1) en het verzoeningswerk op Golgotha na het diepste donker van de Godverlatenheid (Psalm 22:2; Mattheüs 27: 46). De les die we hieruit kunnen leren: Juist in de moeilijke tijden van ons leven zorgt God voor een verrassende wending en toont Hij Zijn genade2).
2. Het Hebreeuwse woord voor ‘verrassing’, ‘verrassende wending’ en ‘genade’ is hetzelfde: חן (chen, waarvan het Jiddische ‘gein’ is afgeleid).