Met als kernkwestie de legitimering van de Joodse Staat
Nog niet zo heel lang geleden, vlak voor de viering van Onafhankelijkheidsdag, waarop heel het Joodse volk plechtig en feestelijk de stichting van de Staat Israël gedenkt, zei de Palestijnse president Abbas in Ramallah: “Ik zal Israël niet erkennen als een Joodse Staat’… ‘Wij moeten ons verenigen in het dwarsbomen (saboteren) en delegitimeren van Israël als een Joodse Staat’. Een uiterst vijandige stellingname die samen met vele andere soortgelijke stellingnamen in de onderstaande ‘achttien statements’ wordt weersproken.
1. Een Joods statement: De geschiedenis leert ons dat we niets leren van de geschiedenis.
2. We lijken als Nederland weer even naïef, blind en doof te zijn als het Nederland van onze ouders of grootouders die in overgrote meerderheid ‘onze’ Joden onbelemmerd lieten afvoeren als schapen naar de slachtbank: een nog onverwerkt gebeuren in onze volksziel en een onverzoende schuld tegenover God en Zijn volk. Er is geen enkel land, bezet door Duitsland, vanwaar verhoudingsgewijs zoveel Joodse inwoners omgekomen zijn als in Nederland: 90% van de totale Joodse bevolkingsgroep.
3. Wat vroeger de verstrooide, verdrukte en bedreigde Joden waren in ons midden, is nu het verdrukte en bedreigde Joodse volk te midden van de volkerenwereld.
4. Wat de beschermende en voedende bast is voor een boom, is de Joodse Staat voor het Joodse volk: zonder deze bast gaat een boom dood en zonder de bast van de Joodse Staat, zonder deze politiek, militair, cultureel en religieus beschermende en voedende omheining, kan het Joodse volk niet overleven in vrijheid. Zeker niet nu dit kwetsbare en al eeuwenlang verdrukte volk zich moet handhaven te midden van een vurige, vijandige Islamitische volkerenwereld, die bovendien moreel en vaak daadwerkelijk gesteund wordt door de overgrote meerderheid van de door de VN vertegenwoordigde volkerenwereld, waaronder behalve Rusland ook vele Europese, vanouds katholieke landen. Dit, terwijl er nagenoeg in heel Europa een intellectuele elite bestaat van politicologen, sociologen, journalisten en columnisten, die openlijk oproepen om de ‘grootste politieke vergissing’, de stichting van de Joodse Staat, ongedaan te maken ter wille van de verzoening en de vrede met de Moslimwereld.
5. Het Islamitisch antisemitisme is in zijn uitwerking minstens even gruwelijk als het Nazi-antisemitisme: er zijn ook historische banden tussen beide. De kreet ‘Hamas, Hamas, Joden aan het gas’ verdient terecht serieuze aandacht, maar nog veel verontrustender is de slogan: ‘Wij, moslims in het Midden-Oosten, moeten het werk van Hitler afmaken’.
6. In het conflict tussen Joden en Palestijnen gaat het in feite niet om het recht op een stuk land, maar om het recht van het Joodse volk op een eigen Joodse Staat. Uiteindelijk gaat het daarbij om de erkenning van het Joodse volk als Messiaans Godsvolk, als de legitieme opvolgers van de kinderen Israëls, als Gods Eersteling: het eerste volk dat als gehele volksgemeenschap geheiligd is (= rechtstreeks verbonden is met de Heilige Israëls, de Ene, de Unieke) met het oog op de heiliging van alle volken (Exodus 19:6).
7. Want niet alleen om te óverleven is het Joodse volk teruggebracht en apart gezet in het aan de vaderen beloofde land, maar vooral om aan de volken de wil Gods (Zijn Torah) vóór te leven, opdat Gods Koningschap erkend wordt door alle volken en er vrede, welvaart en welzijn zal zijn voor allen op heel Gods goede aarde (Psalm 67; Psalm 117, e.a.).
8. Het hart van de Torah is de opdracht om God lief te hebben (Deuteronomium 6:4) = de opdracht om Zijn Vergevende Liefde te weerspiegelen, Zijn Zelfovergave zoals uitgebeeld is in het offerritueel op Jom Kipur, dat precies in het midden staat van het middelste van de vijf Mozaïsche boeken, in Leviticus 16:21, in het hart dus van de Torah en dat naadloos aansluit op het hart van het Evangelie: ‘Zie, het Lam Gods dat de zonde der wereld op zich neemt, wegdraagt’ (Johannes 1:29).
9. Deze kernopdracht – God van harte lief te hebben, Zijn Liefde te weerspiegelen – krijgt in de Torah praktisch gestalte in tal van liefdevolle Richtlijnen, zoals voor het ordenen van de tijd (dagelijkse getijden, wekelijkse rustdag, jaarlijkse feesten) en voor de ordening van het aardse bezit (het geven van tienden en eerstelingen, periodieke kwijtschelding van schuld en herverdeling van grondbezit). Deze Goddelijke Richtlijnen zijn ronduit ‘revolutionair’, ze betekenen een totale omwenteling voor de 1 miljard armen onder ons in hun mateloze ellende: ‘el-lende’ betekent letterlijk ‘uit het land’ zijn, landloos, bezitloos zijn.
10. Met het oog op Israëls unieke roeping om Gods Torah, Zijn liefde en liefdevolle Richtlijnen vóór te leven, moet het Joodse volk zich heiligen, zich afzonderen, zoals de geroepenen onder de volken, de Christelijke gemeenten, zich moeten afscheiden om des te beter hun volksgenoten van dienst te kunnen zijn. De apartheid van het Joodse volk is een voorwaarde voor hun wereldwijde missie om een licht voor de volken te zijn.
11. Zoals de Christelijke gemeente onder de volken een kerkgebouw (= een plek voor de onderlinge samenkomsten) nodig heeft, een concentratiepunt, liefst op een centrale plek in een dorp of stad, als oefenplaats en als startplaats voor hun apostolische missie, heeft ook het Joodse volk een centrale plek nodig in het centrum van de wereld. Niet alleen als oefenplaats voor henzelf, maar ook als ontmoetingsplaats voor en mét alle volken die willen optrekken naar Tsion om ‘Torah te horen’, in saamhorigheid met het Joodse volk (Micha 4:1-4, Jesaja 2:1-4).
12. Het Palestijnse volk dat zo dicht tegen het Joodse volk aan leeft, zou de eersteling van de volken kunnen zijn die optrekt naar Tsion om Torah te horen en daarin alle volken voor te gaan, in saamhorigheid met de oudste ‘hoorders’, de kinderen Israëls.
13. In plaats van het Palestijnse volk te steunen in hun verzet tegen de zogenaamde ‘landonteigening’ en ‘bezetting’ door Israël, zouden de Palestijnse Christenen, gesteund door de kerken uit de volken, hen moeten oproepen om deze unieke en kansrijke positie in te nemen. ‘De tragiek van het Palestijnse volk’, zei ooit de historicus dr. Abba Eban, ‘is: dat zij tot dusver nooit een kans gemist hebben om een kans te missen’. Zij hadden al drie keer een eigen staat kunnen hebben, in verbondenheid met Israël, in vrede en welvaart. Volgens dr. Kenneth W. Stein is het verzet tegen de erkenning van de Joodse Staat een kernelement van de Palestijnse identiteit; het opgeven van dit verzet zou het definitieve einde betekenen van het Palestijns-Joodse conflict.
14. De Christelijke kerken, de geroepenen onder de volken, zijn van origine en in principe een Messiaans gezantschap. Dat wil zeggen: uitgezonden door Israëls Messias, vanuit en in onlosmakelijke (onopgeefbare) verbondenheid met het Messiaanse Godsvolk. Want de Man van Nazareth, Jêhoshuá haNotsri, is niet los verkrijgbaar, niet los van Zijn volk. Losgemaakt van Israël, van Israëls roeping om de wil Gods, Zijn Torah voor te leven, gaat het Evangelie verheidensen, vergrieksen, vergeesteljjken, ontaardsen.
Los van Israël ontaardt de bevrijdende Bijbelse Boodschap over het aangebroken Koninkrijk Gods en de oproep tot radicale bekering van mens én samenleving ‘hier en nu’ in een religieus-verheidenst, vergeestelijkt, ‘verhemelst’ Christendom. In de Hebreeuwse Bijbel is de hemel het uitgangspunt, maar het gaat om de aarde, om de hemel op aarde: ‘God komt op aarde wonen in groene eeuwigheid.’ De hemel is niet onze eindbestemming, maar een tijdelijke wachtkamer (Openbaring 21:3; 6:10).
15. De kerk van de 21e eeuw zal een gezantschap van Israël zijn of ze zal niet zijn. De eigenlijke, originele Kerk (qáhal, ekklesia, gemeente) is Israël: Israël is het bevrijde, gezalfde, geheiligde Godsvolk met een missie voor heel de wereld. De gemeenten uit de volken zijn de ‘kleine kerkjes’, de ekklesiai, bestemd om Israëls voorpost en handvat te zijn voor de bevrijding en heiliging van heel de volkerenwereld tot welvaart en vrede voor allen.
16. De Moslimwereld die minder dan een zesde deel van de menselijke bevolking uitmaakt, heeft zeggenschap, ‘bezettingsmacht’ over meer dan een kwart van het hele aardoppervlak. Dit door Moslims ‘bezette’ werelddeel bestaat voor bijna de helft uit toendra’s, woestijnen, kale ontboste bergen en moerassen, die zich door ondeskundig en onzorgvuldig grondbeheer steeds verder uitbreiden met rampzalige gevolgen. Niet alleen voor de bevolking die massaal wegtrekt naar de krottenwijken van de overvolle miljoenensteden en vandaar zo mogelijk naar het ‘rijke Westen’, maar o.a. ook voor onze trekvogels die door opdringende verwoestijning geen voedsel meer vinden. Dit jaar gaan alleen al in Afrika stukken kostbare landbouwgrond verloren groter dan de hele ‘Westbank’ en Gaza bij elkaar.
17. Er is geen volk op aarde met zoveel liefde voor de aarde en met zoveel deskundigheid in het droogleggen van dampende moerassen en het ontginnen van woestijnen als het Joodse volk, de directe partner van het Palestijnse volk.
18. Dat het in het Palestijns-Israëlische conflict niet gaat om het terugkrijgen van het aan Palestijnen ‘onteigende’ land, maar om de delegitimering en de uiteindelijke ontmanteling van de Joodse Staat – de onmisbare beschermende bast om het kwetsbare Messiaanse Godsvolk – moge duidelijk blijken uit de gang van zaken rond de ontruiming en ‘teruggave’ van Gush Katif in Gaza. Dit deel van Gaza was onder Joodse leiding één van de modernste en vruchtbaarste tuinbouwgebieden ter wereld geworden, waar voor miljarden werd omgezet en waarbij vele honderden Palestijnen een goed loon verdienden. Maar na de ontruiming ‘in ruil voor vrede’ (nota bene!) hebben de Palestijnen dit kostbare en vruchtbare stukje aarde ongebruikt laten liggen en laten verworden. En dat terwijl de ‘heilige oorlog’ tegen de Joodse Staat, met vrijwel dagelijks beschietingen op onschuldige burgers, gewoon doorgegaan is, geheel in lijn met de bovengenoemde uitspraak van Abbas: “We must all join togetherto thwart efforts to deligitimatize Israel as a Jewish State”(“We moeten allemaal samenwerken in onze pogingen om Israel te ontmantelen als een Joodse Staat”).
Nog een under- en upper-statement tot slot: de Moslimbuurlanden waren in 1948 te versuft om te beseffen dat zij in plaats van zeven legers beter een zevenvoudige vredesmissie op Israël hadden kunnen afsturen. Na decennia profijt van Israëls kennis en kunde zou het Midden Oosten dat nu dreigt te vervallen tot een armoedige puinhoop, in economisch opzicht zelfs Europa en Amerika hebben kunnen overklassen.