Wat de Hebreeuwse beweging is en zou kunnen worden
1. Hebreeuws Taalonderwijs
Hebreeuws is toegangstaal tot het Woord van Israëls God. Zonder kennis van het Hebreeuws blijft men afhankelijk van geleerde tussenpersonen: Hebreeuws leren maakt een volk mondig.
2. Hebreeuwse Woordstudie
Hebreeuwse Bijbelwoordstudie is een bijzonder interessante vorm van Bijbelstudie. De betekenis van Gods Woord zit niet alleen in de zinnen, maar ook in de woorden zelf, die elk hun eigen unieke waarde hebben. Een belangrijk uitgangpunt voor deze studiemethode is de stelling dat de Bijbel een volstrekte eenheid is, een literair werkstuk van Hogerhand, waarin elk woord, zelfs elke letter op z(Z)ijn plaats staat. Rechtsreeks toegang krijgen tot de Bijbeltekst maakt een volk mondig.
3. Hebreeuwse Lofzang
De volkslofzang op basis van de Hebreeuwse Psalmen ligt nog in het verschiet. De hoop is dat eens in elk dorps- en stadscentrum, in elke stadswijk deze lofzang zal opklinken, in de morgen en namiddag. Een volop mondige samenleving is een samenloving.
4. Hebreeuwse school
Het volksschoolonderwijs begint aan de huistafel. Voor de opleiding en toerusting van de ouders, leraren tot mondigheid is er de Hebreeuwse Volks School (HVS).
5. Hebreeuwse Cultuur/Abhodáh
Het woord cultuur heeft net als het Hebreeuwse `abhodáh een meervoudige betekenis. `Abhodah (van het werkwoord `ábhad: werken, dienen, bedienen) doelt:
a. op het gewone, dagelijkse werk. Het woord `ábhad komt het eerst voor in Genesis 2:15 waar Adam de opdracht krijgt de Tuin van God te bewerken, te bedienen. Ons woord cultuur komt van het Latijnse cultura dat landbouw als eerste betekenis heeft. De aarde in cultuur brengen = van Gods goede aarde een ‘Hof van Eden’ maken, ‘ieder onder eigen wijnstok en vijgenboom’;.
b. op de priesterlijke dienst, de liturgie van Israëls God, aan de huistafel én in het publieke domein. Cultuur hangt nauw samen met het woord cultus: priesterlijke bediening, eredienst.
c. op de diverse culturele uitingen, de artistieke prestaties die samenhangen zowel met het bewerken van de aarde als met de eredienst: siertuinkunst, architectuur, woordkunst, muziek- en zang of toonkunst, presentatiekunst e.a.