In oktober 2013 werd de olijfpers van de DutchFarm in Sde Zvi/Israel, die zij van vrienden uit Nederland hadden ontvangen, voor het eerst in gebruik genomen. Deze olijfpers is een geweldige aanwinst. Olie is goed voor lijf en leden maar is ook een lichtbron en hopelijk voor de Dutchfarm tzt een voldoende inkomstenbron.
Olijfolie, shemen zajit, wordt veel genoemd in de Bijbel.
In de Torah-afdeling ‘Tetzaveh’ (gij zult gebieden) wordt in Exodus 27: 20 geleerd: ‘en zij zullen tot u brengen zuivere olijfolie geperst voor het licht (van de menorah)’ .
Bij de uitleg van de uitdrukking ‘geperst voor het licht’ wijst de Talmud (Menachot 86-a) er op dat er drie soorten olijfolie zijn. De eerste paar druppels die uit de olijf geperst worden, zijn de meest zuivere. Alleen deze allerzuiverste olijfolie is geschikt om licht te geven aan de menorah in de tempel.
De ordeningen voor de tempeldienst zijn tegelijk ook lessen voor onze persoonlijke dienst aan God. Wat is dan de les die we kunnen leren van het gebod om de allerzuiverste olie te gebruiken?
De Lubavitcher Rebbe geeft bijvoorbeeld deze uitleg:
De Torah, Gods Onderwijzing, wordt vergeleken met water, wijn en olie. Deze drie beelden duiden op drie vermogens van het Goddelijke Woord. Wanneer we spreken over Gods Woord als water heeft dat betrekking op dat aspect dat dient om de BijbelWoord-student te verfrissen.
De “wijn” doelt op die gedeeltes die vreugde geven aan degene die studeert.
Het typische van de “olie” is dat deze heen druppelt door (“seeps throughout’) het hele wezen van degene die studeert.
Wanneer we de diepten en ingewikkeldheden van Gods Onderwijzing bestuderen met als doel de intellectuele rijkdommen ervan te ontdekken, zullen wij mogen ervaren dat Gods Woord verfrissing brengt en vreugde als water en wijn.
Daarentegen, wanneer we de Torah bestuderen om de Goddelijkheid ervan te ontdekken, zal Gods Woord door ons hele wezen heen druppelen totdat we er “één” mee worden, onafscheidelijk ervan; zoals olie.
Een student die Gods Torah bestudeert enkel en alleen om de intellectuele rijkdommen ervan kan helaas niet volledig “één” worden met het Woord: hij wordt geremd door de aard van zijn studie. Want wil een student de intellectuele rijkdommen van de Torah vatten, dan zet hij automatisch eerst en vooral zijn eigen intellectuele kracht in werking (”harness”). Dit proces brengt onvermijdelijk een gevoel van eigenwaarde (“self-importance”) met zich mee, dat wezenlijk verbonden is met iemands intellectuele bekwaamheid. Vandaar dat een student hoezeer hij de grootheid van de Torah ook waardeert, toch niet geheel ver-één- nigd kan worden met Gods Woord. Waarom niet?
Omdat zijn/haar wijze van studeren vereist dat hij/zij tegelijk de bijzondere eigenwaarde voelt, dat wil zeggen het eigen intellect – dat afgescheiden (“separate”) is van de Torah. Zodoende dringt het “water” en de “wijn” van de Torah niet door iemands hele wezen heen.
Maar geheel anders dan op het niveau van het intellect is het als we Torah gaan studeren met het oog op de Goddelijkheid ervan – dan moeten we onze studie beginnen met de nederige erkenning van onze volledige onderdanigheid aan de Schepper (HaShem/ De Naam). (Vandaar ook dat wij als Studiehuis Reshiet altijd adviseren een dankzegging of gebed te doen voorafgaand aan de Woordstudie*).
Deze manier van Woord-studie geeft minder kans om ons op te blazen met gevoelens van eigenwaarde. Alleen voorzover we bevrijd zijn van ieder besef van eigen waarde kunnen we ons verenigen met de Torah, door het Goddelijke Woord toe te staan “door te druppelen” in ons hele wezen, ons helemaal te omringen en te doordringen.
Wij verkrijgen dus de “olie” van de Torah, wij ervaren de Goddelijkheid ervan door een wijze van studie die voorafgegaan wordt door nederigheid en onderdanigheid aan HaShem.
Maar toch is olie zonder meer niet voldoende. De parasha “tetsaveh’ gebiedt ons om de “zuiverste olie” van de Torah tot ons te nemen.
Want al laat een student zijn studie voorafgaan door onderdanigheid aan HaShem, dan nog vereist zijn studie uiteindelijk het gebruik van zijn intellect, met als mogelijk gevolg dat er een gevoel van eigen opgeblazenheid ontstaat, omdat dat typisch hoort bij elk intellectueel bezig zijn.
Om die ‘allerpuurste olie” te verkrijgen moeten we allereerst volledig al onze begaafdheden onderwerpen aan God, met name het intellect, waardoor iedere vorm van eigen opgeblazenheid uit de weg wordt geruimd. Onderwerping aan HaShem is niet iets abstracts, maar vereist juist een totale zelfovergave (“nullification”) of uitschakeling van het eigen ego dat altijd weer door al onze bekwaamheden en daden heen dringt. “Tefila” (gebed) heet deze staat van volledige zelfovergave. Gedurende het gebed is ons bewustzijn in volledige zelfovergave aan HaShem.
Volgens de rebbe ontvangen wij dus de “allerpuurste olie” uit de Torah wanneer… wij onze studie beginnen met gebed (tefila) en door middel van zelfovergave tijdens het gebed.
Langs deze weg van ontzuivering van onszelf (of bevrijding van het eigen zelf) kunnen wij de “zuiverste olie” van Gods Woord in ons opnemen die door heel ons wezen heen druppelt totdat we volledig zijn omgevormd tot een ‘Torah-iemand’ en niet alleen tot een iemand die Torah studeert.
Uit: CHABAD OF THE CARDO, One Cardo street, Old City, Jerusalem.
* Vrij vertaald gaat het erom dat de Bijbel geen gewoon studieboek is, maar het Boek van de Ontmoeting met God Zelf. Om dat te ervaren moeten we onze hersenen (intellect) niet alleen onderwerpen (symbool daarvan is de dankzegging voor de lezingen), maar moet ons intellect eigenlijk even uitgeschakeld, op nul gezet. Dat gebeurt als we in de ‘status van het gebed’ zijn, dat is: in een toestand van volkomen zelfovergave (‘nullification’) en totale openheid voor het Goddelijke Woord. Alleen dan kunnen we tot een ontmoeting komen met God Zelf, met Zijn Geest, zodat er wezenlijk iets in ons verandert en wij een ‘Torah-iemand’, een Woord-mens mogen worden, iemand waarbij het Woord, de Levende Torah, inwoont in het hart.