Als het Hebreeuwse woord voor ‘hemel’ שמים een ‘tweevoud’ is: wat is dan de ‘derde hemel’?
De hemel is eerder geschapen dan de aarde, zoals vermeld in het boek Bereshiet/ בראשית Genesis. Het woord שמים (shámajim) dat wij vertalen als ‘hemel’ is een meervoudsvorm of beter nog een tweevoud. Het is een zogenaamde ‘dualisvorm’ net ירושלים (Jerushalajim, de tweelingstad met een boven- en een benedenstad, of met de tweeheid van het hemelse en het aardse Jeruzalem) en מצרים (Mitsrajim = Egypte, het ‘dubbelland’, enerzijds het land van de vleespotten en de meloenen en anderzijds het land van ondraaglijke verdrukkingen). Zo is ook de hemel tweevoudig: er is de eerste hemel, de dampkring of de wolkenhemel en er is de tweede hemel, de sterrenhemel of het heelal.
Maar Paulus spreekt in één van zijn brieven over de derde hemel: ‘ik weet van een mens … die weggevoerd werd tot in de derde hemel’ (1 Cor. 12:2). Wat is de derde hemel? Wellicht mogen we daaronder verstaan, wat koning Salomo noemde: ‘de hemel der hemelen’ (1 Kon. 8:27), het binnenste van de hemel, de allerheiligste Ruimte, waar God Zelf troont in hemelse majesteit.
Maar hoe kan er nu sprake zijn van drie, als de hemel (shámajim) een tweevoud is?
Misschien kan het voorbeeld van de Mishkan משכן de tabernakel dit verhelderen. Immers de aardse Woning van God die een afspiegeling is van Zijn Woning in de hemel (Ex. 25:8,9; Hebr. 9:24, Openb. 11:19) is twee- en drieledig tegelijk: hij bestaat uit twee hoofddelen, de Voorhof en het Heiligdom, maar omdat het Heiligdom is onderverdeeld in Heilige en het Heilige der Heiligen, kan men ook spreken van een driedeling. Zo is de hemelse Woning van God een tweevoud: er is een open Voorhof en een Heilig Paleis. Maar tegelijk een drievoud, want binnen dit Hemelse Paleis is de ‘hemel der hemelen’, het Allerheiligste waar God Zelf troont op de Ark van Zijn Verbond.
* Er is dus niet alleen een Woning Gods ín de hemel, maar de hele hemel is in feite te zien als Gods Tempel, met Voorhof, Heilige en Heilige der Heiligen!
In het woord shamajim שמים is ook het woord majim מים te zien, water. Het water komt van boven, vanuit de hemel. De letters shin ש en mem ם vormen samen het woord voor ‘naam’שם . De hemel is de plaats waar de ‘Naam’ woont.
Is het hemelgewelf wel ‘echt iets’, is het geen louter ‘schijn’, lichtschijnsel’?
De tweede vraag betrof de רקיע ráqia`, het uitspansel, het hemelgewelf of de ‘hemelkoepel’. Bestaat dit gewelf wel echt ? Of is het alleen maar een ‘schijnsel’ een lichtverschijnsel, net zoiets als de regenboog, die in feite ook een lichteffect is en meer niet? Die mooie blauwe koepel boven ons is inderdaad een lichtverschijnsel. Maar een lichtverschijnsel is ook ‘iets’, ‘Iets’ wonderlijks zelfs. Op zich is licht (אור ‘or ) al een groot wonder. Het is de weerspiegeling van het Licht dat God Zelf is, het Licht dat afstraalt van Zijn Gelaat. Elke morgen als we ontwaken en het licht ons ‘aanstoot’: kijken we indirect Hem in het Gezicht. Of omgekeerd: glimlacht Hij ons stralend toe. En als we naar buiten gaan en opzien naar die prachtige hemelkoepel, waarin het Licht van Zijn Aangezicht zich baan breekt in blauwe tinten, ontdekken onze ogen in dit overkoepelende blauw Zijn alles omspannende Trouw. En dit alles wordt nog bevestigd als op een regenachtige dag in die hemelkoepel plotseling Zijn Licht ‘uit één straalt’ in een kleurrijke regenboog: ‘nooit meer zal Hij zijn Schepping loslaten’, zegt dit zevenvoudige licht.
Hoe groot zijt Gij! Zelfs de hemel is te groot voor God
In de bovengenoemde tekst uit 1 Kon. 8: 27 vraagt koning Salomo bij de inwijding van de tempel in Jeruzalem zich biddend,af: ‘Zou God dan werkelijk op aarde wonen? Zie de hemel, zelfs de hemel der hemelen kan U niet bevatten, hoeveel te min dit huis dat ik gebouwd’. Inderdaad God is te groot voor de aarde, zelfs te groot voor de hemel. De Hebreeuwse woorden voor God, אלוהים, (‘elohím) en groot גדול (gádol) hebben de letter Lamed ל gemeenschappelijk.
De Lamed is de enige letter die door de bovenlijn gaat! God gaat alles te boven, niet alleen ons begrip, maar ook alle ruimtes. Hij woont in de hemel, maar als Schepper van de hemel en aarde overstijgt Hij hemel en aarde. Hij is mateloos verheven boven alle ruimtes, boven wolkenhemel en sterrenhemel, maar ook boven de hemel der hemelen. Maar deze alles overstijgende, verheven Grootheid – en dat is de kern van de Bijbelse Boodschap – buigt Zich naar ons toe. Hij daalt af en treedt binnen in Zijn schepping. Die afdaling begint in de hemel: daar vestigt Hij Zijn troon in de hemel der hemelen.
Maar Hij daalt ook neer in de wolkenhemel: Hij maakt woning in een Vurige Wolk, die met Israël meetrok door de woestijn. Daarna woont Hij in het Heilige der Heiligen in Jeruzalem. Nog dichter komt Hij bij in de gestalte van Jehoshuah van Nazareth, ‘God met ons in levende lijve’, Die neerdaalt tot in ons graf en daaruit opstaat. Tenslotte komt Hij nog dichter naar ons toe en maakt Hij woning in ons hart: ‘Of weet gij niet, dat uw lichaam een tempel is van de Heilige Geest, Die in u woont?’ Dat deze alles overstijgende, verheven Grootheid van Israëls God ons zo nabij gekomen is, is de diepste reden tot de lofprijzing, met zang en muziek: ‘Looft Hem in Zijn machtig uitspansel (Ps. 150:1).