Lezend in de, vandaag de dag zeer actuele, profeet Zacharia, komen wij in hoofdstuk 3:8 b het woord Spruit tegen: “Want zie, Ik zal Mijn knecht, de Spruit, doen komen.” In sommige vertalingen wordt het woord Spruit ook wel vertaald met Telg. Opnieuw lezen we over deze Spruit verderop in Zacharia, in hoofdstuk 6:12: “Alzo spreekt de Heere der heerscharen, zeggende: Zie, een Man, Wiens naam is Spruit, Die zal uit Zijn plaats spruiten en Hij zal des Heeren tempel bouwen.” Wie is deze Spruit en is Hij Dezelfde als het Rijsje uit Jesaja 11:1? Tijd voor wat woordvergelijkende studie. Daar houden we van!
Er staat in deze verzen in Zacharia het woord צמח tsemach, wat betekent: spruiten, uitlopen, opgroeien. Er is in de Bijbel sprake van de Rechtvaardige Spruit, de צמח צדיק tsemach tsadiq. Deze laatste betekenis komt voor in Jeremia 23:5, waar gezegd wordt: “Zie, de dagen zullen komen, spreekt de Heere, dat Ik David een Rechtvaardige Spruit zal verwekken: Die zal, Koning zijnde, regeren en voorspoedig zijn en recht en gerechtigheid doen op de aarde.” Opnieuw profeteert Jeremia hierover in hoofdstuk 33:15: “In die dagen en te dien tijde zal Ik David een Spruit der gerechtigheid doen uitspruiten en Hij zal recht en gerechtigheid doen op aarde.”
De Rechtvaardige Spruit verwekt
Opvallend is het woordverband tussen het woord צמח tsemach, spruit en het woord משח Mashach, zalven, waaruit afgeleid is het woord משיח Mashiach, wat betekent: Gezalfde. Gezalfd tot Koning. Gestorven als Lam. Waartoe? Dat zien we in een volgend opmerkelijk woordverband: met het werkwoord צמת tsámath, een einde ergens aan maken, vanwaar weer het woord צמתת tsmituth, dat betekent: definitieve verkoop, waarbij het recht op terugkoop vervalt. Daartoe stierf Hij: om de mens vrij te kopen van de dood. Er kan niet meer teruggekocht worden, voorgoed vrij! “Dood, waar is uw prikkel?,” jubelt Paulus al in 1 Korinthiërs 15:55.
Dood waar is uw prikkel?
Zetten we een Jod י(tiende letter van het Hebreeuwse alfabet) precies in het midden van dit laatste woord, dan krijgen we het woord met overigens dezelfde uitspraak: צמיתת tsmituth met de betekenis: voorgoed. We zijn voorgoed vrijgekocht. De Jod staat in de Hebreeuwse grammatica voor hij. Hij kocht ons vrij. Ook staat de jod voor het Goddelijk ingrijpen, de letter, de hand, die in de bovenlijn hangt! Hij sprak in Mattheüs 11:29 en 30: “Neem Mijn juk op u en leer van Mij, want Mijn juk is zacht en Mijn last is licht.” Het is niet verwonderlijk dat het Hebreeuwse woord voor juk ook woordverband vertoont met het woord voor Spruit en het woord Mashiach, Messias: het is namelijk het woord צמד tsemed. Juk wordt bedoeld als beeld van onderwerping; het woord kan ook span of koppel betekenen; het jonge onervaren trekdier loopt in het juk naast het ervaren dier, waarbij het ervaren dier de zwaarste last voor zijn rekening neemt. Het jonge dier loopt eigenlijk alleen nog maar mee, in onderwerping aan het oudere, ervaren dier. Wat een prachtig beeld van hoe het is met onze wandel met Hem. Hij draagt onze lasten en zeker: het wordt ons niet bespaard in het leven, maar Hij trekt de zwaarste last! Hoe vaak ervaren we dat ook als er moeilijke tijden aanbreken in ons leven; men krijgt ‘kracht naar kruis’.
Hij draagt onze last
Onze Redder is Hij, onze מציל matsil. Treffend is hier ook weer het woordverband met de al eerder genoemde benamingen. Weer een ander woordverband is te vinden in het woord מצה matsáh, ongedesemd brood. Wie een matse tegen het licht houdt, ziet dat er gaatjes in zitten en dat er striemen doorheen lopen. Zijn handen en voeten werden doorboord om ons te redden en Zijn striemen zijn ons tot genezing geworden (1 Petrus 2:24). De matse wordt altijd met Pesach gegeten, hét bevrijdingsfeest bij uitstek. Het is een uniek beeld van Zijn bevrijdend handelen. Het maakt klein. En zo ontzettend dankbaar.
Matse als beeld van de Messias
Maar dan nog even naar Jesaja 11:1: “Want uit de tronk van Isai zal Ik een Rijsje doen voortkomen,” in sommige vertalingen wordt daar ook het woord Telg gebruikt. Echter, het Hebreeuwse woord hier is een ander: namelijk het woord נצר, nétser. Dit woord komt van het werkwoord nátsar, wat betekent: bestendigen, in stand houden. Hij houdt de belofte van de Vader in stand, de jonggelovigen in Antiochië werden door de plaatselijke bevolking notsrim genoemd: נצרים . Ze waren namelijk de volgelingen van de Man uit Natsereth, Nazaretנצרת . Opvallend zijn hier de woordverbanden. In het modern Hebreeuws is het woord voor Christenen nog steeds het woord Notsrim.
Het Rijsje bestendigt de beloften Gods
Er is echter één ding wat we niet mogen vergeten: alle beloften die God heeft gesproken in Zijn Woord, zijn aan het volk Israel gericht. Nergens wordt geschreven dat Christenen of de Kerk in de plaats van Israel zijn komen te staan. Als heidengelovigen mogen we ook meedoen met het volk. In verschillende teksten maakt God dit duidelijk, zoals onder meer in Jesaja 56: 1-8, concluderend: We zijn welkom om Hem te dienen en Zijn shabbat te onderhouden. Paulus schreef in Galaten 3: 29 dat wij door het geloof in Jehoshua zaad van Abraham zijn geworden.
Geënt op de edele olijf
Maar daar is ook duidelijk de waarschuwing van Paulus aan de heidenen in zijn Romeinenbrief, Hoofdstuk 11:20b: “Wees niet hoogmoedig, maar vrees! Want indien God de natuurlijke takken (het Joodse volk) niet gespaard heeft, Hij zal ook u niet sparen” En verderop in vers 24: “Want indien gij uit de wilde olijf, waartoe gij naar uw natuur behoort, weggekapt en tegen uw natuur op de edele olijf geënt zijt, hoeveel te meer zullen dezen (het Joodse volk), naar hun natuur, op hun eigen olijf geënt worden.”
De meeste Joden zien niet dat Jehoshua Zichzelf heeft opgeofferd. Ze kunnen dat ook niet zien omdat God Zelf een gedeeltelijke verharding over hen heeft gebracht met het oog op de heidenen. Dit geheimenis stelt Paulus in Romeinen 11:25 en 26, waarbij hij het lef heeft om te zeggen dat gans Israël behouden zal worden!
Gedeeltelijke verharding over de Joden
Waar haalt Paulus het vandaan om te zeggen dat geheel Israel behouden zal worden? We weten dat Paulus een Schriftgeleerde was, die thuis was in de Wet van Mozes en in de profeten. Hij wist heel goed wat er staat in Zacharia 12:10-14: “Ik zal over het huis van David en over de inwoners van Jeruzalem uitgieten een Geest der genade en der gebeden; zij zullen Hem aanschouwen die zij doorstoken hebben en over Hem een rouwklacht aanheffen als de rouwklacht over een enig kind, ja, ze zullen over Hem bitter leed dragen als het leed om een eerstgeborene. Te dien dage zal in Jeruzalem de rouwklacht groot zijn, zoals de rouwklacht van Hadad-Rimmon in het dal van Megiddo; het land zal een rouwklacht aanheffen, alle geslachten afzonderlijk; het geslacht van het huis van David afzonderlijk en hun vrouwen afzonderlijk, het geslacht van het huis van Nathan afzonderlijk en hun vrouwen afzonderlijk, het geslacht van het huis van Levi afzonderlijk en hun vrouwen afzonderlijk, het geslacht van Simei afzonderlijk en hun vrouwen afzonderlijk; alle overige geslachten, alle geslachten afzonderlijk en hun vrouwen afzonderlijk.”
Geheel Israel behouden
Paulus wist ook van de Schrift dat het niet bij rouwklagen zou blijven. Dat staat in het volgende vers, in onze Bijbel Hoofdstuk 13:1, maar de originele tekst liep gewoon achter elkaar door; was niet onderverdeeld in hoofdstukken of perikopen, dat is veel later erin gebracht door de vertalers, echter, men trok daarmee teksten uit elkaar die niet uit elkaar gehaald hadden moeten worden. Zo ook met deze bovengenoemde tekst. Het gaat verder met: “Te dien dage zal er een bron ontsloten zijn voor het huis van David en voor de inwoners van Jeruzalem ter ontzondiging en reiniging.” (Zacharia 13:1).
Is er behoudenis zonder Jehoshua, de Spruit? Nee! Maar het gaat in de menselijke geschiedenis ook over het tijdstip waarop we dat gegeven aannemen als waarheid. Paulus noemde zich al een ontijdig geborene (1 Korinthiërs 15:8). Hij wist dat de meesten van zijn volk verhard waren. Verhard met het oog op het “Binnengaan van de heidenen” en hij voegt daaraan toe: “aldus zal gans Israel behouden worden, gelijk geschreven staat: ‘De Verlosser zal uit Tsion komen, Hij zal de goddeloosheden van Jacob afwenden. En dit is Mijn verbond met hen wanneer ik hun zonden wegneem.” (Romeinen 11:26b-27).
Paulus jubelde het 2000 jaar geleden uit: “O, diepte van rijkdom, van wijsheid en van kennis Gods, hoe ondoorgrondelijk zijn Zijn beschikkingen en hoe onnaspeurlijk Zijn wegen!” (Romeinen 11:33). Daar kunnen wij het alleen maar van harte mee eens zijn!
Helaas is de afschuwelijke houding van de Christenen in de afgelopen eeuwen ook een reden waarom de Joden in het algemeen niet in Jehoshua als Messias geloven kunnen. Het Joodse volk heeft van geen enkele volksgroep in de geschiedenis zoveel te duchten gehad als van Christenen; die de Naam van Jezus hebben misbruikt om de meest gruwelijke vervolgingen aan Joden te voltrekken, waarbij door de eeuwen heen miljoenen Joden de dood hebben gevonden. Diep beschamend… We kunnen echter wel iets goedmaken. In Jeremia 31:6 staat: “Want de dag is daar dat de wachters roepen op het gebergte van Efraim: Komt, laat ons opgaan naar Tsion, tot de Here onze God.” Het woord voor wachters in deze tekst is opvallend genoeg niet het woord shomrim, bewaarders, maar het woord notsrim! De notsrim, de volgelingen van de Man uit Natsereth, mogen de wachterstaak vervullen, zoals dat gelukkig heden ten dage al gebeurt: op de muren van Jeruzalem wordt dagelijks de wacht gelopen, onder meer naar aanleiding van Jesaja 62, waarbij uit de Bijbel Gods beloften aan Israel worden geproclameerd: “Om Sions wil zal ik niet zwijgen en om Jeruzalems wil zal ik niet rusten, totdat zijn heil opgaat als een lichtglans en zijn verlossing als een brandende fakkel…” Het mag onze taak zijn om deze wachterstaak te vervullen.1) Net zolang tot de Spruit, de Telg en de Nétser weerkomt als Koning!
1) Zie voor meer informatie over dit onderwerp ook de site www.wachters.nu (voorheen de site van Never Be Silent van wijlen Bart Repko).