Jom hakipuriem, Grote Verzoendag begint in de synagoge met het driemaal voorlezen van het Kol Nidrei. Eerst zachtjes en dan steeds luider.
Een neder נדר is een belofte. Van alles wat je belooft is de uitkomst niet altijd te overzien. De mens wordt daarom ook aangeraden om voorzichtig om te gaan met beloften.
In het Kol Nidrei gaat het om beloften die richting God worden uitgesproken. Wat intermenselijk wordt beloofd, daar moet men zich aan houden.
De vertaling van het Kol Nidrei is: Alle geloften, onthoudingen, verbanningen en omschrijvingen ervan, ook alle eden, waardoor wij ons tot onthoudingen verbonden, die wij afgelegd hebben of waardoor wij verbannen of enig lichamelijk genot ontzegd hebben, van deze Verzoendag af tot de Dag der Verzoening, die ons ten goede moge komen, over alles betuigen wij reeds nu ons berouw. Dat zij ontbonden, ongeldig, niet bindend, vernietigd en opgeheven zijn. Dat zij kracht noch bestand hebben. Dat onze geloften niet als geloften, ook onze eden niet als eden aangezien worden.
Het Kol Nidrei is onder meer tot stand gekomen in tijden van verdrukking waarin Joden gedwongen werden om de shabat te ontheiligen op last van de doodstraf. Het Kol Nidrei was echter ook één van de oorzaken waardoor Joden vervolgd werden omdat men stelde dat Joden zich toch niet aan hun afspraken hielden. Op Grote Verzoendag vraagt de Jood immers hem de geloften niet aan te rekenen. Nogmaals: het gaat om geloften naar Adonai, niet naar de mens!