De profeet Ezechiël spreekt over de volken van ‘Gog en Magog ‘die in beweging komen tegen Tsion (Ez. 38: 16). Wat zijn dat voor volken?
De naam גוג (gog) hangt ten nauwste samen met גג (gág, dak). De Gog-volken zijn zogezegd ‘dak-volken’: volken of culturen die nog een ‘dak’ (gág) boven zich hebben en (nog) niet een rechtstreekse relatie kennen met de NAAM, de God van Israël. Zij staan nog onder het bestuur en de bescherming (‘dak’) van een tussenwezen, van een volksgod of volksengel, die een soort ouderlijk gezag over hen heeft (Micha 4:5; Dan. 10:13, 20). Het doel van deze gezagspositie is om hun volk te leiden tot zelfstandigheid, op te voeden tot een mondige relatie met de Ene, de Unieke, die Zich het eerst rechtstreeks aan Israël heeft geopenbaard. Maar zoals ouders soms bang zijn om hun kinderen te verliezen, als deze het ouderlijk huis verlaten, zijn ook deze volksgoden bevreesd voor hun positie: als ons volk zich verzelfstandigt door in het spoor van Israël te gaan, worden wij aan de kant gezet. Daarom dulden zij geen mondige onderdanen, die met Israël mee optrekken naar Tsion en zich rechtstreeks stellen onder het gezag van Israëls God (Micha 4:1-4). Daarom hitsen zij hun volk op tegen het Godsvolk, zijn zij antisemitisch, anti-tsionistisch. Daarom trachten zij tenslotte alle volken te verenigen in de grote Gog en Magog-oorlog tegen Israël (Ps. 2:1,2). Liever oorlog tegen Tsion, dan hun ‘kinderen’ verliezen aan Tsion. De vraag is niet of het gaat gebeuren maar wanneer. Gelukkig… in Tsion zal ontkoming zijn!