Bêrákháh: zegenspreuk ברכה
Een bekend Bijbelwoord met in het midden de letter Resh is ברך (beth, resh, sluitkhaph) barakh: zegenen, waarvan ברכה bêrákháh: zegenspreuk. Dit werkwoord betekent letterlijk ‘vertweeën’ (= verdubbelen, verveelvoudigen). Ook ‘naar de letter’ is het woord getypeerd door tweeheid: elke letter van het woord ברך is een ‘twee’ (ב beth is 2, ר Resh is 200 en כ of ך is 20), en de woordwaarde (= alle letters opgeteld) is drie keer een twee: 222.
Er is woordsamenhang tussen barakh, zegenen en berekh, knie*. De knie is het lichaamsdeel dat ons been in tweeën ‘breekt’. Een goddelijke zegen ontvangen we niet in hoogmoed, maar op onze knieën. Of althans in een houding van verbrokenheid, van totale afhankelijkheid.
Zegenen in de Bijbel is wederkerig: God zegent ons, Hij doet ons door de handoplegging van de presbyter/kóhen delen in Zijn Genade, Liefde en Geest. Maar ook wij allen zijn zonder uitzondering geroepen om Hem te zegenen, om Hem goede, krachtige woorden toe te spreken, Hem dank te zeggen, zegenspreuken bêrákhoth uit te spreken, zoals de zegen over het dagelijks brood: ‘U danken wij, HERE onze God, Koning der wereld, voor het brood dat Gij uit de aarde doet voortkomen’. Deze broodspreuk en andere zegenspreuken over de scheppingsgaven hebben een bijzondere werking: zij verbinden van beneden af de schepping met de Schepper, waardoor de aarde geheiligd wordt, met de Heilige verbonden.** Zoals het zegenen een helende, heiligende werking heeft, heeft het niet-zegenen een afbrekende werking. Waar aan de huistafel God niet gezegend wordt, geen dankzegging wordt gedaan, ontstaat een leegte, die negatieve krachten aanzuigt: de afwezigheid van God de Schepper en Bevrijder is aantrekkelijk voor boze geesten.
* Een vader zet een kind dat gezegend wordt op zijn knie.
** Merkwaardig is dat er bij de Avondmaalsviering, in (voor zover bekend) geen enkele kerk of gemeente, daadwerkelijk gedankt wordt voor het aardse brood, alleen voor het hemelse. In het ‘Onze Vader’ wordt er wel dagelijks om gevraagd…
Zegen na de maaltijd
ואכלת ושבעת וברכת את יי אלהיך על הארץ בטובה אשר נתן לך ברוך אתה יי על הארץ ועל המזון
Ve’achalta ve’sawata oe’verachta et Adonai elohekha al ha’arets ha’tova asher natan lach. Baruch atah Adonai al ha’arets ve’al ha’mazon.