Zoals het voorjaarsfeest, Pesach-Shawuoth, begint met een speciale voorbereiding – het radicaal verwijderen van het gezuurde: weg met alle gist, met alle eigen geestelijke opgeblazenheid, met alle eigenwijsheden en eigenwilligheden – zo begint ook het najaarsfeest (Sukoth) met een bepaalde voorbereiding. Deze voorbereiding is andersoortig, zoals we lezen in Lev.16. Het andersoortige is aangegeven door drie kernwoorden: schuld belijden (Aäron somt alle zonden op), het afdragen en overdragen van de schuld op het offerdier (de zgn. ‘zondebok’) en de verootmoediging vanwege de zonde.
Letterlijk staat er een woord dat betekent dat we ons ‘pijnigen’ moeten: om te laten zien dat het ons ernst is (dat kan o.a. door te vasten). Deze voorbereiding op het grote dankdagfeest aan het slot, aan de ‘avond’ van het jaar, is niet alleen andersoortig, maar gaat ook veel verder dan de voorbereiding op Pesach. Toen ging het om iets uiterlijks: men moet het gezuurde wegdoen – al had dit wel een diepe zin: het uitzuiveren van onze geestelijke opgeblazenheid – maar deze voorbereiding op Sukoth gaat veel dieper: vóór men voor God verschijnt op het grote feest, moet men zich helemaal zuiveren van schuld tegenover God en de naaste en zich diep verootmoedigen. Het zuurdeegritueel is slechts de inleiding op deze radicale zuivering op Jom Kipur.
Grote Verzoendag is anders dan Goede Vrijdag
Er zijn in de verzoening met God twee bewegingen: één van God uit én één van ons uit. De eerste beweging geeft uitdrukking aan de radicale Liefde van God: op Pesach/‘Goede Vrijdag’ komt God naar ons toe, vereenzelvigt Zich met ons, verplaatst zich in ons, sterft in onze plaats, Zijn bloed bevrijdt ons. De tweede beweging die zichtbaar wordt op Grote Verzoendag is de beweging van ons uit naar God toe: het afdragen en overdragen van de zonden van het Godsvolk op het offerdier. Aäron legt zijn handen op de kop van het offerdier, en onder het uitspreken van al de zonden legt hij al de zonden van heel het volk op dit offerdier. Wij kunnen niets bijdragen aan onze verlossing. Het enige wat we kunnen en moeten is: onze zonden afdragen, afgeven aan God, daadwerkelijk overdragen aan Hem, het Lam Gods.