Sinds de oprichting van de staat Israël in 1948 mogen we ons tweede יובל jobhal, jubeljaar gedenken sinds tweeduizend jaar. Tevens is dit het 70e jubeljaar vanaf het begin van het vieren, vijftig jaar na de intocht in het land Kanaan, in 1367 B.C. Op Jom Teruah (Dag van de Bazuin, in de volksmond Rosh haShanah genoemd, 13 september dit jaar, 2015 – red.) begon het Bijbelse jaar 5776 en eindigde tevens het שמטה shmitajaar, het 49e jaar in de cyclus van 7 maal 7 jaar, zoals beschreven in Leviticus 25 vanaf vers 8. We leven in een zeer bijzondere tijd, echter het jubeljaar wordt in Israël niet meer gevierd sinds de vernietiging van de tweede tempel. Om het te vieren moeten alle stammen aanwezig zijn in het land maar dat is vanaf die tijd niet meer zo geweest.
Wat is het jubeljaar eigenlijk: land mocht niet voor altijd verkocht worden in de Bijbelse tijd, doch alleen verpand want al het land in Israël behoort God toe. Hij ziet het volk Israël als vreemdelingen en bijwoners bij Hem, zo zegt Hij in vers 23. Op יובל jobhal verviel land, dat verpand was, weer terug aan de eigenaar, aan wie het was toegewezen bij het binnengaan in het land Kanaän. Dit was voor eeuwig zo bepaald. Dat geldt dus ook nu nog. Dit land is onlosmakelijk verbonden met het Joodse volk, aan wie God het had toegewezen om te bewonen.
Het moge duidelijk zijn – en dit staat ook in vers 16 – dat een stuk land dat bijvoorbeeld in het 13e jaar na een jubeljaar werd verpand, meer kostte dan datzelfde stuk land dat in het 43e jaar na een jubeljaar werd verpand. De prijs werd in feite bepaald naar het aantal oogsten dat men van dit land kon afhalen voordat het volgende jubeljaar aanbrak. Deze regel was ingesteld zodat niemand tot echte armoede hoefde te vervallen. Deze regel zou heden ten dage in de gehele wereld toegepast kunnen worden, als men dat zou doen dan zou het er heel anders uitzien wat betreft rijkdom en armoede.
Ook verviel iemand, die zich als slaaf verkocht had, in het daar op volgende jubeljaar weer terug aan zijn eigen familie (vers 10). God verordende dat: land of iemand die zich door armoede verkocht had als slaaf sowieso gelost kon worden, ook voordat er een jubeljaar aanbrak. Zo kunnen we het jubeljaar eigenlijk ook wel zien als een ‘escape’ voor wie geen losser had. Want een losser moest een familielid zijn, een broer (vers 25) en wie dat niet had, had dan in ieder geval nog het jubeljaar voor aflossing.
יובל Jobhal betekent ram en ook ramshoorn en is terug te leiden naar het werkwoord יבל jabhal, wat betekent: dragen (Jesaja 23:7), brengen Psalm 60:11), leiden (Jesaja 55:12).
In Lukas 4:18-21 vinden we de prachtige belofte van onze Messias: hij citeert uit Jesaja 61:1: “De Geest des Heeren HEREN is op Mij omdat de HERE Mij gezalfd heeft om een blijde boodschap te brengen aan de zachtmoedigen; Hij heeft Mij gezonden om te verbinden de gebrokenen van hart, om de gevangenen vrijheid uit te roepen en de gebondenen opening der gevangenis. Om uit te roepen het jaar van het welbehagen des HEREN en een dag der wrake onzes Gods, om alle treurigen te troosten.” Daarna zei hij in vers 21:“Dit schriftwoord is heden aan uw oren vervuld.” Hij sprak hier over het jubeljaar. Dit is namelijk wat Hij kwam doen: in de tekst van Jesaja 61:1 komt het woord vrijlating voor: דרור dror. Hij kwam om gevangenen vrij te laten. Hij kwam als de Losser, Hij kwam als de Broer van het volk Israel, daartoe moest Hij uit dit volk geboren worden, want alleen familie kan immers lossen! (Zie Leviticus 25:25) Hij kwam om het volk vrij te laten uit de slavernij van de zonde. We zien in Leviticus 25:10 dat een ieder die vrijgekocht, gelost werd, weer terugkwam tot zijn eigen geslacht, zijn eigen familie. Hij kocht hen vrij voor Zichzelf. Ze behoren Hem toe, dat is altijd zo geweest en dat zal altijd zo blijven. We hebben eerder in dit artikel gezien wat het werkwoord יבל jabhal, waarvan het jubeljaar is afgeleid, betekent: dragen, brengen, leiden. Laten we de betekenis van het werkwoord יבל jabhal eens op Hem toepassen: Hij droeg de zonden weg, Hij brengt de vrijheid aan en Hij leidt Zijn volk in vreugde en vrede uit. Ook dit prachtige en heilige feestjaar heeft, net als alle andere Bijbelse Feesten, helemaal haar toepassing op Hem: de Messias.
Dan heeft Hij tweeduizend jaar geleden gezegd dat het jubeljaar was aangebroken en zijn de mensen dan ook waarlijk vrijgelaten? Zijn de treurenden werkelijk getroost? Het lijkt wel of de wereld van vandaag treuriger is dan ooit, met de vluchtelingenstromen, oorlogen en ellende. Echter, wat Hij zei tegen Zijn volgelingen was cruciaal: “Het Koninkrijk Gods woont binnenin ulieden!” (Lukas 17:21).Wie Hem waarlijk heeft geaccepteerd als Losser, die maakt geen oorlog meer. Wie Hem heeft aangenomen als Verlosser is ook waarlijk verlost, wie werkelijk wedergeboren is, kan dat moment ook feilloos aangeven, dat moment vergeet je nooit meer. Maar we wachten op Zijn wederkomst wanneer Hij werkelijk alle tranen afwist, werkelijk alle oorlogszuchtigen de mond snoert, werkelijk Zichzelf laat zien zoals Hij is, met name aan Zijn eigen Joodse volk. Vanaf Zijn opstanding zijn we in het veertigste jubeljaar aangekomen in 2015/2016. Veertig en een halve cycli heeft Hij in de hemel geregeerd. Net zoals koning David veertig en een half jaar in totaal heeft geregeerd. Dat is toch wel heel opmerkelijk?! Zou Hij dan werkelijk dit jaar…? Here, we zien met reikhalzend verlangen naar Uw komst uit!!