Door Ruben vd Giessen
‘En de afgoden zullen volkomen verdwijnen. Dan kruipt men in de spelonken van de rotsen en in de holen van de grond voor de verschrikking van de Here en voor de luister van Zijn majesteit, wanneer Hij opstaat om de aarde te doen beven. Op die dag zal de mens zijn zilveren en gouden afgoden, die hij zich gemaakt had om zich daarvoor neer te buigen, voor de ratten en de vleermuizen werpen. Bij zijn vlucht in de rotsholten en in de bergspleten vanwege de verschrikking van de Here en de luister van Zijn majesteit, wanneer Hij opstaat om de aarde te doen beven’ (Jesaja 2:18-21).
Deze Bijbeltekst beschrijft dat God Zich in al Zijn Glorie openbaart op aarde om de goddelozen te oordelen vóórdat het Vrederijk aanbreekt. Degene die vertrouwd hebben op hun afgoden, vluchten voor Gods Heiligheid. In het Hebreeuws wordt tot tweemaal toe een interessant woordspel gemaakt met de uitdrukking: la`arots há’árets , לערץ הארץ ‘de aarde doen beven.’ Het eerste werkwoord `árats ערץ betekent angst aanjagen, vrezen of beven. Het verband tussen angst en beven of trillen is duidelijk: iemand die heel angstig is begint spontaan te beven. Het andere woord is ‘árets ארץ dat aarde betekent en is afgeleid van een werkwoord (‘árats ארץ) dat vaststaan betekent, op vaste grond. De uitdrukking la`arots há’árets לערץ הארץ kan dus vertaald worden met een aard-beving. Het is overigens de enige plaats in de Bijbel waar deze woordcombinatie voorkomt. De vraag is dus waarom juist hier deze woordspeling wordt gebruikt en niet het woord ra`ash רעש waarmee het woord aardbeving in de rest van de Bijbel wordt vertaald?
Om hier een antwoord op te krijgen, moeten we een bijzonder taalaspect van het Hebreeuws belichten. In de Hebreeuwse Bijbeltaal speelt letterbetekenis namelijk een belangrijke rol. Dit unieke aspect binnen de Bijbeltaal blijft volledig verborgen als men de tekst alleen in een willekeurige Nederlandse vertaling leest. Eén van de meest indrukwekkende letterbetekenissen is die van de letter Aleph. De Aleph, als eerste letter van het AlephBeth, staat letterlijk voor het getal één en betekent ook wel de koploper of voortrekker of Eersteling. De Aleph staat daarom in een Hebreeuws woord voor de Eén, de Unieke, de Schepper die Zijn schepping voorging.
Het woord ‘árets ארץ aarde, begint juist met de letter Aleph. Hierdoor is dit woord verbonden met God. Je zou kunnen zeggen: wie op God vertrouwt heeft zijn voet op vaste aarde. Bij iemand die niet op God vertrouwt en alleen afgoden dient, verdwijnt die Aleph en ontstaat het woord `àrats ערץ met de letter Ayin. Het woord `arats ערץ betekent niet alleen beven, maar ook diepe kloof, een gat in de aarde (`àruts). Als de Aleph verdwijnt, verdwijnt ook het woord aarde en ontstaat als het ware een diepe kloof: Iemand die niet op God vertrouwt, verliest de aarde onder zijn voeten en valt in de duistere diepte! Een voorbeeld hiervan zien we als Datan en Abiram tegen God rebelleren:
‘Maar de aarde had haar mond geopend en hen met Korach verslonden, toen het gezelschap stierf, doordat het vuur de tweehonderd vijftig mannen verteerde, zodat zij tot een teken werden’ (Numeri 26:10).
Als Datan en Abiram en hun mannen zich tegen God keren, dan verdwijnt plotseling de aarde onder hun voeten. Zij staan symbool voor diegenen die DE Aleph in hun leven uit het oog verliezen: wie geen vaste grond heeft, bij wie de letter Ajin voorop staat in plaats van de letter Aleph, daar beeft de aarde en splijt deze in tweeën zodat de vaste grond onder de voeten verdwijnt.
Wat de profeet Jesaja ons probeert te vertellen met de woordspeling van ‘arats ארץ en `arats ערץ is dat de goddelozen pas merken dat de aarde onder hen verdwijnt op de dag waarop God zich openbaart op aarde. Het verschil tussen het woord ‘arats ארץ met een Aleph en `arats ערץ met een Ayin is subtiel, in de klank hoort men namelijk geen verschil. Net zo min men aan de buitenkant ziet of iemand werkelijk God als rots vertrouwt. Uiteindelijk zal het dáárom draaien; om die laatste aardbeving waar Johannes net als Jesaja over spreekt, de aardbeving die scheiding zal maken tussen diegenen die op Hem vertrouwen en wie niet:
‘En er kwamen bliksemstralen en stemmen en donderslagen, en er geschiedde een grote aardbeving, zo groot als er geen geweest is, sedert een mens op de aarde was: zo hevig was deze aardbeving, zo groot’ (Openbaring 16:18).