Leeuw in het Hebreeuws is arjeh, אריה. De eerste maal dat het woord voorkomt in de Bijbel is in Bereshiet בראשית / Gen. 49:8. Jaakov profeteert daar over zijn vierde zoon met Leah, dat Jehudah/Juda יהודה een leeuwenwelp is die zich neerlegt als een leeuw of als een leeuwin, wie durft hem op te jagen…? In de zegen van Mozes in Deut. 33:22 wordt ook Dan, de oudste zoon van de bijvrouw Bilha, een leeuwenwelp genoemd.
In de letters van het woord arjeh אריה, (aleph א resh ר, jod י heh ה) zien we de jod-heh, jah יה, als de verkorte aanduiding van de GodsNaam JHWH. Hallelu-jah, laten we ‘jah’/God prijzen. De eerste letter, de aleph א, verwijst naar de Eersteling.
God Zelf zegt dat Hij de Eerste is, de Aleph. Ook Jezus zegt dat van Zichzelf en de letter resh ר in het woord arjeh אריה betekent hoofd, voorganger. Op alle manieren verwijst het Hebreeuwse woord arjeh, leeuw, naar Koninklijk gezag en heerschappij.
De leeuw is de koning der dieren en uit de stam Jehudah komt de Koning Meshiach.
Jehoshua van Nazareth is de Leeuw van Judah maar kwam eerst als het Lam, een Ajil איל.
Een ajil איל is een offerlam. Toen Abhraham Itschak moest offeren voorzag Adonai in een ajil, een plaatsvervangend offer. De letters van het woord ajil komen ook o.a. voor in één van de zeven woorden voor de aanduiding van God in het Hebreeuws: Elohim אלהים.
Ook El, אל is een aanduiding voor God.
Verborgen aanwezig kunnen we lezen dat, bij het offer van Abraham, God Zichzelf plaatsvervangend gaf. Het is het evangelie van de genade zoals we dat tegenkomen in heel de Tenach (OT) en doorlopend in het Tweede Testament (het NT is geen vervanging van, maar een aanvulling op…, een vervulling in de vorm van een onthulling…!)
Beide woorden, arjeh אריה en ajil איל beginnen met de aleph א, de koploper en beide dieren zijn krachtige en machtige karakters al zou je dat van een lam niet verwachten…
Het Tweede testament (NT) schrijft door de mond van Johannes over de toorn van het Lam (Op. 6:16) die zo erg is dat zelfs een derde van de wereldbevolking daaraan te gronde gaat. Nergens lezen we in de Bijbel van zulke gerichten over de wereld als die van het toornige Lam. Het is niet voor ieder een prettig vooruitzicht…
De leeuw en het Lam, moge Zijn Koninschap spoedig zichtbaar zijn voor heel de schepping en dat recht gezet wordt wat wij als mensheid op zijn kop hebben gezet.