Regelmatig maak ik voor gasten en groepen een aardappel-bietensalade omdat ik nogal eens restjes aardappels overhoud van de maaltijd van de vorige avond. Eerlijk gezegd dacht ik dat dit een puur Nederlands recept was; mijn zus en zwager Annemarie en Peter maakten het weleens voor de familie, vandaar, maar elke keer als ik het hier op tafel zet, vraagt men om het recept en misschien is het dus toch niet zo Nederlands als ik dacht? In ieder geval eten heel veel mensen het bij ons voor het eerst, vandaar dat ik het recept hier deel. U eet het niet voor de slanke lijn, ahem…
Benodigdheden:
1 grote pot bieten (van Hak zijn ze het lekkerst, vind ik)
1200 gram kruimige aardappelen, gekookt
6 flinke eetlepels mayonaise, waarvan 1 om te garneren
1 theelepel mosterd (of naar smaak)
Zout en peper naar smaak
Garneren:
Olijven en tomaat, maar dat kan ook aan uw eigen creativiteit overgelaten worden, u kunt erop doen wat u maar wilt: augurkjes zijn er heerlijk bij en een gekookt eitje ook.
Wat te doen:
De gekookte aardappeltjes moeten goed afgekoeld zijn, de bieten mogen uitlekken en fijngesneden worden, ik doe dat zelf makkelijk met twee scherpe messen die ik door de bieten heen steeds langs elkaar haal, dat gaat het snelst. Doe de bieten bij de aardappels in een wijde schaal of pan en voeg zout en peper naar smaak toe, roer de vijf flinke eetlepels mayonaise en de theelepel mosterd erdoor en stamp nog even flink op z’n Hollands met de stamper. Doe het over in een niet te wijde schaal, want hoe wijder de schaal, hoe meer mayonaise u nodig hebt om mee te garneren (tenzij u dit natuurlijk wilt). Strijk het zo glad mogelijk met de bolle kant van een lepel en druk ietwat aan, strijk daarna voorzichtig de laatste el mayonaise eroverheen (misschien heeft u iets meer nodig) en garneer met de olijven en tomaat. Ik maak er meestal een gezichtje van en zeg tegen de gast die ik het voorzet dat ik zijn pasfoto heb nagemaakt :-). Op de foto ziet u een Joodje met kleine peijes, want toevallig had ik twee olijven met het steeltje er nog aan. Serveer er lekker wat stokbrood bij, het is lekker als dip, maar ook om gewoon zomaar naar binnen te lepelen. Zelf serveer ik het ’t liefst bij een broodmaaltijd omdat het een gerecht is dat op kamertemperatuur gegeten wordt. Eet smakelijk!