Door Moshe Kempinsky,* Jeruzalem
Bij het lezen van onze Bijbel komen we in de vertaling naar het Engels een aantal onjuist vertaalde en daardoor zelfs schadelijke teksten tegen in Deuteronomium 18:13: “Gij zult volmaakt zijn, tamiem, תמים met de Aanwezige uw God.” We komen het woord tamiem תמים ook in de volgende tekst tegen, waar het ook onjuist vertaald is: “Dit zijn de geboorten van Noach: Noach was een rechtvaardig, volmaakt man in zijn geslachten. Noach wandelde met God” (Gen. 6:9).
En: ‘En toen Abram 99 jaar oud was verscheen aan hem de Aanwezige en sprak tot hem: “Ik ben de almachtige God, wandel met Mij en wees volmaakt.” (Gen. 17:1).
Rashi (Bijbelcommentator 11e eeuw) verklaarde het Hebreeuwse woord tamiem niet als volmaakt, maar als ‘met je gehele hart.’ Het theologische verschil is behoorlijk groot. Rashi verklaarde het als volgt: “Wees met je gehele hart met de Aanwezige uw God; wandel met Hem in eenvoud en wees afhankelijk van Hem. Vraag niet naar je toekomst, maar accepteer datgene wat er met je gebeurt in alle eenvoud en dan zul je met Hem zijn; deel van Hem zijn.”
Wat in de weg staat bij onze zoektocht naar God, zowel individueel als collectief, is dat we vaak het gevoel hebben dat we inadequaat zijn, onwaardig zijn. De zoektocht naar Hem wordt onmogelijk als het doel volmaaktheid is. En dit is zo omdat God Zich opzettelijk verbergt.
“En Ik zal Mijn Aangezicht zeker verbergen op die dag” (Deut. 31:18).
Zijn doel is duidelijk. Hij verbergt Zich opdat wij ernaar gaan verlangen om Hem te vinden. Dit ‘Goddelijke verbergen’ is meer dan een antwoord op menselijke daden in deze wereld; het is een cruciale en vitale stap in Zijn plan met de mensheid.
Er is een Chassidisch verhaal over Rebbe Reb Baruch, de kleinzoon van de Baal Shem Tobh. Rebbe Reb Baruch was zelf al een opa toen hij op een keer in zijn tuin aan het studeren was. Plotseling kwam zijn kleinzoon Jankele huilend naar hem toe rennen. Terwijl het jochie in zijn armen bescherming zocht, vroeg Rebbe Reb Baruch wat er gebeurd was, of hij zich pijn had gedaan misschien? Jankele vertelde dat hij verstoppertje aan het spelen was maar dat niemand hem was komen zoeken. Rebbe Reb Baruch glimlachte, veegde de tranen van de wangen van zijn kleinzoon en gaf hem wat lekkers.
Een paar minuten later kwam de vrouw van de rebbe de tuin in en zag haar man in tranen. “Baruch, wat is er? Ben je bezorgd over Jankele? Hij speelt alweer met zijn vriendjes.” Rebbe Reb Baruch zuchtte en sprak: “Dat is het niet… maar ik dacht eraan dat God Zich heeft verstopt en Hij verwacht dat we Hem komen zoeken, maar slechts enkelen doen dat… en dat is zo erg verdrietig.”
Het is dat verdrietige en dat verlangen dat de zoekende ziel aanspoort op zijn zoektocht.
Toch, zoals gezegd, is het grootste obstakel in deze zoektocht naar God onze angst dat we niet goed genoeg zijn, we kunnen niet volmaakt zijn.
“Daarom, gij mensenkind! Zeg tot het huis Israels: Gijlieden zegt: Omdat onze overtredingen en onze zonden op ons zijn en wij daarin versmachten, hoe zouden wij dan leven?” (Ezechiël 33:10).
Ook de profeet Jesaja profeteert heel dramatisch: “Maar uw overtredingen maken een scheiding tussen ulieden en God en uw zonden verbergen het aangezicht van ulieden, dat Hij niet hoort.” (Jesaja 59:2).
Maar let wel dat zonde God niet verwijdert van de mens, nee, zonde verwijdert de mens van God! We missen daardoor de kracht om vooruit te komen. En dus wacht Hij geduldig: “En daarom zal de Aanwezige wachten opdat Hij u genadig is en daarom zal Hij verhoogd worden opdat Hij Zich over ulieden ontfermt, want de Aanwezige is een God des gerichts; welgelukzalig zijn die allen die Hem verwachten.”
Echter, als resultaat van dit ‘Goddelijk verbergen’ zijn er theologische benaderingen in de wereld die theologische constructies hebben bedacht om toch de kloof van onze onvolmaaktheid te overbruggen. Deze constructies kunnen variëren van hekserij, bezweringen en rituele gedragingen tot allerlei religieuze systemen.
“Wanneer gij komt in het land dat de Aanwezige uw God u geven zal, zo zult gij niet leren te doen naar de gruwelen van deze volken. Onder u zal niet gevonden worden die zijn zoon of dochter door het vuur laat gaan, die met waarzeggerijen omgaat, een wichelaar of die op vogelgeschrei acht geeft, of tovenaar. Of een bezweerder, die met bezweringen omgaat, of die een waarzeggende geest vraagt, of een duivelskunstenaar, of die de doden vraagt.” (Deuteronomium 18:9-11).
God waarschuwt ons om weg te blijven van deze zaken of van moderne equivalenten hiervan. Hij waarschuwt ons om weg te blijven van alle spirituele sneltoetsen in welke vorm of gedaante dan ook.
Maar “Wees met God met je gehele hart.”
God kan Zich verborgen hebben, maar Hij wordt gevonden in de vele zegeningen die om ons heen zijn. Hij wordt gevonden – middenin en als resultaat van – de vele hindernissen en moeilijkheden van ons leven. Het is in deze tijden dat de grote reservoirs van geloof en hoop opnieuw gevonden kunnen worden in onszelf.
Dit verklaart dan de laatste woorden van Rashi: “Wees met God met je gehele hart, accepteer wat er gebeurt in eenvoud en liefdevol geloof, zelfs in tijden van pijn en verlies… en dan zul je bij Hem zijn en deel van Hem zijn.”
*Moshe Kempinsky is een Orthodoxe Jood uit Canada die inmiddels al meer dan dertig jaar in Jeruzalem woont. Zijn werk is om Joden en Christenen tot elkaar te brengen. Samen met zijn broer Dov drijft hij het winkeltje Shorashim in het centrum van Jeruzalems oude stad; ze verkopen daar niets anders dan zaken die op de Bijbel zijn gefundeerd. Moshe is Tenachleraar, schrijft artikelen over het Jodendom en heeft diverse boeken geschreven over het Jodendom versus het christendom en hoe we elkaar kunnen vinden als Jood en Christen.