Efron, de Hethiet, verkocht ooit de grot van Machpela aan Abhraham (Gen 23:17). Vandaag de dag kan men deze grot, die in Hebron ligt, de graven van de drie aartsvaders en drie aartsmoeders bezoeken. Alleen Rachel ligt er niet bij. Haar graf ligt vlakbij Betlehem. Jaakov hield van Rachel maar hij wilde bij Lea liggen.
Lea leek niet geliefd door Jaakov omdat hij aanvankelijk bekoord was door het bevallige uiterlijk van Rachel.
In Gen.29:16 staat dat de ogen van Lea ‘flets’ waren, terwijl Rachel schoon van gestalte was en van gelaat. In plaats van ‘flets’ vertalen anderen: ‘zacht’. Het Hebreeuwse woord dat hier staat (rákh van rákakh) betekent: zacht, teder, kwetsbaar. Als de ogen ‘de spiegel van de ziel’ zijn, duidt dit erop dat Lea een teder, kwetsbaar meisje was.
Volgens Rashi, (Rabbi Shlomo Yitzchaki, 11e eeuw, beroemdste Joodse commentator op de Bijbel) waren Lea’s ogen zacht omdat zij zoveel geweend had, ‘zacht van de vele tranen’. Waarom had ze zoveel gehuild in haar jeugd? Omdat haar vader Laban haar eerst bestemd had voor Ezau, de brute, onverschillige godloze broer van Jacob: in de familiekring was volgens de Joodse legende afgesproken dat de beide jongens van Rebekka zouden trouwen met de beide meisjes van broer Laban, waarbij de oudste zoon van de één, Ezau, bestemd was voor het oudste meisje van de ander, Lea. Maar Lea wilde perse niet zo’n soort echtgenoot! Vandaar steeds haar tranen.
We denken zelf aan nog een andere mogelijkheid. Men kan de twee uiterlijke beschrijvingen van de zusjes ook zien als de één had een mooi figuur en de andere prachtige, vriendelijke en zachte ogen. Jaakov had het kunnen weten… een mooi figuurtje is doorgaans tijdelijk maar mooie ogen blijven boeien door de jaren heen.
Een lief kind dus was Lea, een vroom kind en juist daarom was zij uitverkoren om langs een omweg de echte, eigenlijke vrouw van aartsvader Jaakov te worden (‘daar heb ik Lea begraven’, Gen. 49:31) en zo de moeder van de Joodse stamvader, Juda en via deze de moeder van koning David en van de Messias.