De dankzegging over wijn is, net zoals die over het brood, een diepzinnige lofzang op de God van de wereld. Jehoshua/Jezus van Nazareth heft in de evangeliën dikwijls de beker op en spreekt de dankzegging uit over brood en wijn. De zegen/bracha over brood is: Baruch atah Adonai elohenoe melekh ha’olam ha’motsie lechem mien ha’arets. Geprezen bent U, Heer onze God, Koning van de wereld, Die het brood uit de aarde doet voortkomen.
Beetje vreemd klinkt dat: brood komt voort uit de aarde? We weten allemaal dat het proces voorgaand aan het eten van brood een zweetklus is. De aarde wordt eerst omgeploegd, dan wordt er ingezaaid, gemaaid, geoogst, gewand, gemalen, gekneed en ten slotte worden de broden gebakken. Lechem לחם is brood. In dat woord is het woord cham חם warm verborgen aanwezig. Intussen is er een hele tijd verstreken en het is allemaal intensief werk van de boer en de bakker.
Waarom dan danken we Hem, Die het brood uit de aarde doet voortkomen? Omdat Hij de Schepper is van de graankorrel die sterft en omdat het brood derhalve verwijst naar de Zelfovergave van onze God. Hij is het Levende Brood, zoals ook Jehoshua van Zichzelf getuigt en omdat brood (zonder die broodverbeteraars) na een dag al niet meer vers is en lekker smaakt, bidden we in het Onze Vader: ‘Geef ons heden ons dagelijks brood’. Daarna staat er meteen: ‘en vergeef ons onze zonden’. Het eten van brood zou ons iedere keer moeten helpen herinneren aan de zonde die wij als eerste mens maakten door niet te luisteren naar wat Adonai persoonlijk tegen de adam/mens had gezegd. In Israël gooit men brood niet achteloos weg, zeker niet in religieuze kringen, want over alle brood is de dankzegging en dus de naam van Adonai uitgesproken. Het ‘dagelijkse brood’ verwijst ook naar het wonderbaarlijke reddende engelenbrood wat het volk Israël in de woestijn veertig jaar te eten kreeg, het manna. Overgebleven brood wordt in Israël doorgaans in keurige zakjes op de vuilniscontainers gelegd voor wie het kan gebruiken. Het meeste brood maakt men van tarwe, chitah חטה. Tarwe is één van de zeven vruchten van Israël en geldt als de koning der granen.
In het woord chitah חטה (spreek uit: gitah) zien we het woord voor chatah חטה zondigen. Zondigen is vanuit de Hebreeuwse taal gezien vooral je doel missen, niet tot je bestemming komen. Het is vreselijk triest wanneer een kind of een bekende een verkeerde weg inslaat en zo niet tot zijn of haar wezenlijke bestemming komt, wat zonde is dat. Van een fles wijn die op de grond kapot slaat zeggen we ook dat het zonde is, de wijn komt niet tot haar bestemming om daarvoor de dankzegging uit te spreken. De lofzang over de wijn is: Geprezen bent U, Koning van de wereld, Die de vrucht van de wijnstok heeft geschapen. Wijnstok in het Hebreeuws is gaphen גפן. In het woord gaphen גפן is naast het woord gan גן, hof, sierlijke tuin waar de wijnstok welig kan groeien en bloeien ook het woord voor goeph גוף lichaam en gaph גף persoon verborgen aanwezig. De ware wijnstok waarvan Jehoshua getuigt is in wezen opnieuw Zijn Lichaam wat verbroken werd, maar dienst deed als verzoening voor onze gebrokenheid. Zowel brood als wijn verwijzen naar Hem als Persoon. De wijndruppels verwijzen naar de bloedoffers die werden geplengd om verzoening te bewerkstellingen tussen Adonai en de zondige mens.
Alleen Adonai Zelf kan uiteindelijk die verzoening tot stand brengen, kan onze schuld in Zichzelf, in Zijn Zoon stillen. Hij geeft ons verschillende middelen om van ons uit die verzoening te bevestigen door o.a. de zegeningen over brood en wijn of druivensap. Met de beker van de dankzegging in de hand kunnen we zeggen: Wij hebben overwonnen door het Bloed van het Lam.
De combinatie van ‘brood en wijn’ komen wij voor het eerst tegen bij de vertelling over Malchitsedeq מלכיצדק (letterlijk vertaald: mijn koning is rechtvaardig). Deze Koning, die geen vader of moeder had, wordt gezien als een voorgestalte van de Messias. Hij kwam, vanuit wat later Jerushalajim, de stad der verzoening, zou gaan heten, Abraham tegemoet met brood en wijn. De combinatie brood en wijn zien we ook terug in de geschiedenis van Joseeph die in de gevangenis de profetische dromen uitlegt van de schenker en de bakker van Pharao.
Wat zegenen wij eerst, brood of wijn? Misschien vraagt men zich af hoe belangrijk dat is. In de Christelijke kerken viert men het avondmaal eerst met brood en dan met wijn. Men doet dit n.a.v. de beschrijvingen in de Evangeliën van de Pesachmaaltijd, die Jehoshua met Zijn discipelen hield. Alleen de meest gedetailleerde evangelist, de arts Lukas, noemt eerst de wijn en daarna het brood (Lukas 22:17-19). Dat is ook de volgorde zoals die gewoon was destijds te doen tijdens de seider/Pesachmaaltijd tot op de dag van vandaag. Bovendien beschrijven de evangeliën een maaltijd waar meerdere bekers wijn en meerdere malen de zegeningen over de matses werden uitgesproken en niet alle details van de maaltijd zijn benoemd. De latere Joodse lezers wisten wel hoe de maaltijd gevierd werd en wie van de twee voorrang had.
In de Bijbel is er een hele strikte hiërarchie van wie eerst en wie later komt. Dat wil niet zeggen dat hetgeen later komt minder belangrijk is. De eerdere is niet de meerdere! Adonai schiep eerst de hemelen (shamajim שמים, hemel is in het Hebreeuws een meervoud) en toen de aarde. Daarmee is de aarde niet ondergeschikt of minder dan de hemel, zoals vooral het Griekse denken ons voorhoudt en vele christelijke stromingen gaan daar nog steeds in mee. ‘Alles op aarde gaat toch kapot,’ denkt die stroming en: ‘we gaan toch allemaal, als we het goed gedaan hebben op aarde, naar de hemel?’ Nee! De aarde wordt niet vernield, maar vernieuwd. De aarde heeft toekomst want Hij is uit de aarde opgestaan en de engelen zongen: vrede op aarde. Geprezen Hij Die het brood uit de aarde doet voortkomen! Bovendien wanneer wij deze huidige aarde niet belangrijk achten dan heeft het huidige Jeruzalem ook geen betekenis voor ons. Wat kan ons dan die zaak der Joden schelen, die strijden om het behoud van de éénheid van Jeruzalem, in 1967? Het huidige Jeruzalem is nog altijd Adonai’s Stad, de plek en plaats waaroverheen ooit als een soort deken een hemels Jeruzalem zal dalen. Het gaat de God van de Bijbel vooral om de hemel(en) op aarde. Het boek Openbaringen eindigt met de opmerking dat Adonai op aarde komt wonen tussen de mensen!
Hoe zit dat dan met de positie van brood en wijn? Over brood wordt er veel eerder gesproken in de Bijbel dan over wijn. Daar zit wel een periode van meer dan 1000 jaar tussen. Adam en Chava moesten al zwetend hun brood vergaren en pas na de zondvloed staat er dat Noach een wijngaard plantte en dronken werd van de opbrengst. Daarom wordt er wanneer beide producten op tafel staan eerst het brood gepakt en daar de zegen over uitgesproken en daarna pas over de wijnbeker. Op Shabatten/Feestdagen echter draait men de volgorde om. Op de Shabat werd er in de Tempeltijd namelijk op bevel van Adonai Zelf eerst een plengoffer gepleegd en daarna een graanoffer. De Shabat avondmaaltijd openen wij daarom eerst met de dankzegging over de gaphen/wijnstok, dekken het brood af (a.h.w. alsof het brood even niet mag ‘zien’ dat haar voorrangspositie even is gewijzigd) en daarna nemen wij de twee broden als symbool voor de twee porties manna die op vrijdagochtend in de woestijnperiode verzameld moesten worden in opdracht van Adonai Zelf. In beide symbolen verheerlijken wij Hem, Die Zijn Lichaam, goeph גוף gaf voor ons en Die van ons houdt en wil dat wij als mensheid, want het staat al in het eerste hoofdstuk van de Bijbel beschreven, op de Shabat staken en dat we op die dag niet hoeven zweten :-)