In het tweede deel van deze serie behandelen we een verborgen naam van God: eth את.
Eth את is een woordje dat men niet kan vertalen, dus zou men het volgens David Ben Gurion best uit de Hebreeuwse taal weg kunnen schrappen. Hoe verkeerd had hij het! Dit woordje, wat we alleen maar tegenkomen als het voor een bepaald lijdend voorwerp staat in de tekst, heeft een verborgen betekenis en wat voor één! Wat is een bepaald lijdend voorwerp? Dat is een lijdend voorwerp dat in de bepaalde wijs voorkomt, dus niet in de onbepaalde wijs. In het Nederlands hebben we drie lidwoorden: de, het en een. In het Hebreeuws kennen we alleen bepaalde of onbepaalde woorden. Het lidwoord een komt in het Hebreeuws niet voor. In het Nederlands zeggen we: ‘Ik pluk een bloem.’ Op z’n Hebreeuws is dit: ‘Ik pluk bloem.’ Het ontbreken van een lidwoord om het lijdend voorwerp bloem te bepalen, geeft al aan dat het in de onbepaalde wijs staat. In zo’n geval komt er geen eth את voor bloem.
Laten we nu eens kijken naar Genesis 1:1: ‘In den beginne/met de Eersteling schiep God de hemel en de aarde.’ Zowel hemel als aarde staan er in de bepaalde wijs; er staat de als lidwoord voor. De of het is in het Hebreeuws ha. De hemel is in het Hebreeuws hashamajim השמים en de aarde is haarets. הארץ In dit geval staat er voor beide woorden wel het woordje eth.
Overigens verwijzen de eerste vier woorden van Genesis 1:1 allemaal naar Hem: Bereshiet bara Elohim eth hashamajim we eth haárets. Bereshiet בראשית verwijst naar Hem als de Eersteling; bara ברא, het Hebreeuwse woord voor scheppen verwijst alleen naar Hem, mensen kunnen niet scheppen zoals Hij, er wordt daarvoor een ander woord gebruikt in het Hebreeuws. Elohim אלהים is Zijn naam in Genesis en daarna, totdat Hij tegen Mozes zegt dat Hij herinnerd wil worden als JHWHיהוה en het vierde woord, eth את is één van Zijn verborgen Godsnamen.
Om het woordje eth את te ontleden gaan we kijken naar de letters waaruit het bestaat. De eerste letter is de Aleph, wat betekent koploper, eersteling, voortrekker. De Aleph wijst op zeven manieren naar God:
Als eerste is de Aleph het getal 1 en God is ook Eén, Echad אחד, zie Deuteronomium 6:4 waar God spreekt: “Hoor Israël, de Here uw God, de Here, Hij is Eén.
De betekenis van de Aleph als Eersteling wijst ook naar God, Die de Eersteling is.
De Aleph bestaat uit twee grondstofletters Jod en Waw, met nog een Heh als omtrekletter vormen deze samen de letters van de Godsnaam יהוה JHWH.*
De klankloze, stille Aleph herinnert aan het ‘stille stemgeluid’ van God Zelf, zie Koningen 19:12.
In de grammatica kan de Aleph betekenen: Ik. Degene Die zegt: ‘Ik ben Die Ik ben,’ duidt Zichzelf ook aan als Ik. Zie ook de Tien Geboden waarin God begint met het woord Ik: “Ik ben de Heere, uw God.”
Zowel de aanduiding voor God in het Hebreeuws: Elohim אלהים, als ook Adonai אדוני en Echad אחד beginnen met een Aleph.
De getalswaarde van de naam van God: JHWH יהוה is 26 (de Jod י is 10, de Heh ה is 5 en komt tweemaal voor en de Waw ו is 6) en de getalswaarde van de Aleph, bestaande uit een Waw ו en twee Jods י is ook 26.
Zo hebben we zeven verbindingsdraden van de Aleph naar God Zelf. In geen enkele taal komt zoiets unieks voor.
Dan kijken we naar de Taw ת, waaruit het woordje Eth את ook bestaat en de betekenis van de Taw is in dit hele gegeven ontroerend te noemen: het betekent teken, kruisteken! In andere talen wordt de Taw weergegeven als een t of een T, zoals in het Nederlands ook. In weer andere talen wordt hij weergegeven als een +. Hoe het ook zij, in als die vormen, behalve in het Hebreeuwse Ashurischrift wat wij kennen als het Bijbels Hebreeuws, zien we een kruis terug. In het Paleo-Hebreeuws is de Taw aangeduid als een X, ook weer twee balkjes die elkaar kruisen.
Wanneer God spreekt in Openbaringen (1:8; 21:6 en 22:13) dat Hij de Aleph א en de Taw ת is, wat in het Grieks vertaald is naar Alpha en Omega, dan zegt Hij ten diepste: Ik ben de Eersteling en Ik heb mezelf aan het kruis overgegeven voor jullie! Hoe ontroerend, daar kunnen die Griekse Alpha Α en Omega Ω niet aan tippen. Die letters zijn alleen maar de eerste en laatste van het Griekse Alfabet, maar Aleph en Taw betekenen, buiten dat ze ook de eerste en laatste zijn, nog zoveel meer! Het boek Openbaringen is vertaald naar het Grieks, ja, maar in het Hebreeuws gesproken!
Eth את is dus met recht een verborgen Godsnaam te noemen! Bijzonder mooi is deze gedachte als het over de mens gaat. Als wij eens lijdend voorwerp zijn bij bijvoorbeeld een ziekenhuisopname of vervelende tandartsbehandeling of wat dan ook. Ook eigennamen zijn in het Hebreeuws bepaald, net alsof er het lidwoord de of het voor zou staan. Dat betekent dat als wij lijdend voorwerp zijn op een gegeven moment, Eth את voor onze naam komt te staan, Hij, God Zelf, springt als het ware voor ons in, waardoor wij niet bloot komen te staan aan het handelen van die ander, bijvoorbeeld die dokter of tandarts of wie dan ook. Is dat niet wonderlijk? God openbaart Zich hier in de wonderlijke gedaante van zo’n klein woordje waar we niet eens een vertaling voor kunnen vinden, maar ja, Hij is toch ook onnavolgbaar?!
*Alle Hebreeuwse letters bestaan uit de grondstofletters Jod י en Waw ו en om alle letters kan men een Heh ה trekken, deze grondstofletters zijn tevens de letters uit de Godsnaam JHWH יהוה. God ademt dus letterlijk door elke Hebreeuwse letter heen. Bij de Aleph א is dit gegeven het best te zien door de vorm van de letter.