Vanwege de dertigste uitgave van TijdStip (in febr. 2017) gaven wij enige aandacht aan de Hebreeuwse letter Lamed en aan enige woorden waarin de Lamed voorkomt.
De Lamed is de tongletter ‘l’. Hij steekt met zijn ‘vlag’ als enige van alle Hebreeuwse letters boven de bovenlijn uit en hij is het getal ‘30’. Lamed betekent prikstok, stimulans: de prikstok van de kameeldrijver of bijvoorbeeld de stimulans van de leraar die de leerling aanzet om door te zetten met de studie.
Wijlen ds. R. Strijker schreef in de jaren ’80 het zgn. Hebreeuwse Letterverhaal, een pedagogisch-theologisch geschrift om de diepzinnige Hebreeuwse letters gemakkelijker te leren en om aan te tonen dat Hebreeuws Gods Taal is. Een stukje van onderstaande tekst komt in verwerkte vorm uit dat Letterverhaal, ‘Hebreeuws in Zes Dagen,’ Bijbels denken vanuit de Hebreeuwse Taal.
Lamed-thema: weggeprikt worden uit onze slavernijsituatie
De Lamed is de noodzakelijke prikstok die Israël destijds ‘weg prikte’ uit Egypte. Niet alleen Israël, maar moeten wij niet allen van tijd tot tijd geprikt, gestimuleerd worden om weg te trekken uit ons huidige Egypte’, om op weg te gaan naar Kanaän?
Het Beloofde Land, waar ieder in vrijheid mag zitten onder eigen wijnstok en vijgenboom (Micha 4:4) is weliswaar een boeiend perspectief, maar toch is er een prikkel nodig. We gaan niet zomaar op weg naar vage verten. Al die beloften zijn wel mooi, waar we verlangend naar kunnen uitzien: geen massamaatschappij meer, een kleinschalige, agrarisch ambachtelijke, milieuvriendelijke samenleving waar niemand meer vernummert en verkommert. Maar hoe zeker is dat? Hier en nu in ‘Egypte’ weten we tenminste wat we hebben: we zuchten wel, maar we willen ons ‘Egypte’ ook niet zomaar missen. Ondanks alle ellende zijn er toch nog bepaalde ‘zekerheden’ en ‘heerlijkheden’: meloenen en vleespotten. Soms is het ondragelijk, deze ‘Egyptische slavenmaatschappij,’ maar soms ook valt het nog wel mee. Daarom hebben we een prikkel nodig, een dwingende Stem die ons oproept: ga! ‘Ga לך, lekh, naar het Land dat Ik u wijzen zal!’
Lamed hangt samen met het werkwoord ‘lámad’ (leren, studeren): wie niet leert, verleert, wie niet studeert, vergeet de Beloften van Israëls God. Wie niet voortdurend gehoor geeft aan Zijn Woord, heeft op het beslissende moment geen oor voor de Stem: lekh (ga!), die voelt niet de prikkel en kan niet uittrekken, die blijft in de ban van ‘Egypte’, gefascineerd door dit land van de dubbelheid. Mitsrajim, Egypte, is een meervoudsvorm. Het volk had het er goed en toch ook weer niet. In het woord mitsrajim zit ook het binnenwoord tsar verborgen, benauwdheid. Tsar heeft woordverband met tsaar en caesar, mensen die hun bevolking flink kunnen benauwen…
Enige woorden met een Lamed ל:
Gáláh גלה: in ballingschap gaan. Lamed ל is ook de letter van de ‘ballingschap beweging.’
De Gimel ג, de derde letter van het Hebreeuwse AlephBeth, duidt net zoals de Lamed (Gimel ג = ‘3’ en lamed ל = ‘30’), op ‘beweging’. Op de derde dag, jom Gimel, kwam er immers beweging vanuit de aarde: er ontsproot overal groen gras. Ook kwam Hij op de derde dag (de dinsdag, Gimeldag) in beweging tijdens de bruiloft van Kana en ten derde dage bewoog Hij en stond op!
De beweging is niet altijd positief, zoals de bevrijdende beweging uit Ur en uit Egypte, maar kan ook op een tegenbeweging duiden: גלה (gáláh) betekent ook ‘ontbloten’, ‘in ballingschap gaan’ en גלות (gálúth) is ‘ballingschap,’ de terugkeer in de ellende. Als twee letters van twee Hebreeuwse woorden gelijk zijn, duidt dat vaak op betekenissamenhang. Vanwege de gelijke Gimel ג en Lamed ל is er daarom samenhang te zien tussen גלה (gáláh) en גדול (gádol: groot).
Het woord ‘gádol’ verwijst naar de ‘vreselijke’ grootheid van Israëls God: Hij breekt, net zoals de Lamed, door de bovenlijn van ons denken heen. Hij is zo groot dat Hij ons volledig vrij laat en toch ons volledig beheerst, Hij is zo groot dat Hij als de Hoge, tegelijk mét ons is, Immanuël, Die Zich met ons vereenzelvigt tot in onze schuld en dood toe. Anders gezegd: Hij is zo גדול (groot) dat Hij met Zijn volk meegaat in de גלות (gálúth), in de ballingschap. Als het volk van Juda is weggevoerd naar Babel (zo’n 3700 jaar geleden), trekt ook de Aanwezigheid weg uit Jeruzalem (Ezech. 10:18; 11:23). Het is merkwaardig en veelzeggend, dat de Gimel en de Lamed, deze twee letters van ballingschap, tweemaal voorkomen in het woord גלגלתא (gaolgaoltá’, Golgotha). Het woord Schedelplaats (Joh.19:17) is in het Hebreeuws גלגלת (gulgoleth), ook met tweemaal de Gimel en de Lamed. De Gimel en de Lamed zijn ook de kernletters in het woord גלילה (Galilea), dat voor de Judaeërs gold als buitenland (zie ook Matth. 28: 7,10).
Eveneens merkwaardig is het, dat de Gimel en de Lamed met de Aleph א in het midden het woord גאל go’él: ‘Losser’ vormen: de Aleph, de Eerste, staat symbool voor God Zelf, Die de Aleph is. De Eén bevrijdt ons uit de ballingschap, Hij betaalt de losprijs.
De getallen ‘3’, ‘30’ en ‘33’
In het genoemde Letterverhaal komt in de ‘3’ (Gimel) het kind in beweging op weg naar volwassenheid, in de ‘30’ (Lamed) komt het Godsvolk in beweging op weg naar het Beloofde Land, of wordt het ‘terugbewogen’ de ballingschap in. Volgens de Joods Bijbelse telling, die rekent vanaf Adam, werden de Tien Stammen omstreeks het jaar 3038* weggevoerd naar Assur en vandaar ‘uitgezaaid’ onder de ‘70’ volken.
Weliswaar is men in Israël zo rond zijn dertiende al principieel volwassen, maar doorgaans mocht iemand pas publiekelijk optreden in de ‘Lamed’, op dertigjarige leeftijd. Toen de profeet Ezechiël 30 jaar oud was (Ezech. 1:1), kwam hij in beweging om voor het volk van Juda de ballingschap aan te kondigen. Op zijn dertigste begon Jehoshua/Jezus aan Zijn publieke optreden (Luk. 3:23) en in zijn 33e levensjaar werd mede door ‘30’ zilverlingen voor Hem de ‘ballingschap’ op Golgotha in gang gezet.
* Het begin van onze jaartelling is in de Joods-Bijbelse kalender ongeveer het jaar 3760. Als de wegvoering van de Tien Stammen plaats vond in het jaar 722 vóór Chr. zoals meestal wordt aangenomen, is dat in de Joodse telling dus omstreeks het jaar 3038 (= 3760-722).
In de Hebreeuwse spraakkunst is de Lamed, deze ‘prikker’ die een beweging op gang brengt, een belangrijk vóórzetsel: vóór een naamwoord betekent hij ‘aan’ of ‘naar’: לנעלה le’na’aleh is naar Na’aleh, לרות le’Ruth is aan Ruth.
Lébh: hart, woonplaats van het Woord
De Torah, de Onderwijzing van Israëls God, begint met de letter beth, ב (Beth: huis) van בראשית (bêré’shíth, wat betekent: ‘in/met een begin/beginsel/eersteling’) en eindigt in Deut. 34 met de letter l ל Lamed van ישראל Israël. Vast niet toevallig (het ‘valt ons toe’) staat deze Lamed eveneens aan het slot van de Torah; de Hebreeuwse Bijbel eindigt ook met een Lamed. U weet wel: de Hebreeuwse volgorde is anders dan die van de vertaalde Bijbelversies; het laatste Bijbelboek is niet Maleachi, maar 2 Kronieken. En het laatste woord in 2 Kronieken 36 is ויעל (wêjá`al: hij trekke op). Samen vormen deze twee Lamedwoorden de kernachtige zin: ויעל ישראל: laat Israël optrekken (naar Tsion)!
Maar er is nog iets merkwaardigs: in de Joodse traditie wordt erop geattendeerd dat de Lamed, aan het slot van de Torah, en de Beth, aan het begin van Genesis, samen het woord לב (lebh: hart) vormen. Als op de laatste dag van het Sukkotfeest, in een doorlopende lezing, als het ware in één adem, het slot van Deuteromomium 34 gekoppeld wordt aan het begin van Genesis 1, vormt zich ook metterdaad dit woord lebh לב hart. Dat is zeer symbolisch: de hele Torah, die gevat is tussen deze twee ‘hartletters’ en die ons denken overstijgt (Lamed), wil inwonen in ons hart, in dit ‘binnenste huis’ (Beth).* Ons hart is een ‘holte’ (Van Ruler) waarin vaak van alles ‘huist’. Niet ons hoofd, maar ons hart is de broedplaats van onze gedachten: ‘wij redeneren met ons hart’ (Job 8:10). Vanuit dit centrum zijn ‘de uitgangen des levens’ (Spr.4:23). Wie ons hart bezit, bezit ons leven; wie zeggenschap heeft over deze centrale binnenkamer, kan ons hele bestaan besturen en richting geven aan onze gedachten en gevoelens. Daarom zegt God: ‘Mijn zoon, geef Mij uw hart’ (Spr. 23:26). Hier, in dit heiligdom, wil Hij inwonen met Zijn Woord en Zijn Geest, in de speciaal daarvoor bestemde ruimte. Want opmerkelijk is ook nog, dat in de oorspronkelijke werkwoordstam van het woord voor ‘hart’ tweemaal een Beth (huis) staat לבב lêbhábh. Ons hart, ons ‘binnenste huis’ heeft net als het Heilige der heiligen in de tempel een kamer ín een kamer, een allerbinnenste: de Gouden Ark, die de Tien Woorden in zich bergt en die tegelijk dient als de zetel, als de Troon van God. Want ‘Hij troont tussen de cherubs’ (1 Sam.4:4).
* In feite kent de Woning voor Israëls God (het model voor de mens als Zijn Woning) dus vier afdelingen: de Voorhof, het Heilige, het Heilige der Heiligen én de Heilige Ark als de ‘Troon’ voor de Heilige Zelf.
Tot slot een bijzondere toelichting op de letters van de Lamed, de l ל, m מ en d ד. Zoals gezegd hangt het woord lamed samen met het werkwoord lamad, leren, studeren. Een prikstok, Lamed ל, is immers een stimulans om iemand iets te laten leren. De tweede letter, de m, מ Mem in het Hebreeuws, betekent wachttijd. Om iets te leren heb je naast die motivatie ook een periode nodig om hetgeen je leert je eigen te maken. Leren kost tijd. De derde letter, de d, ד Daleth in het Hebreeuws, betekent deur. Na de stimulans en de tijd die u in de studie hebt gestoken kunt u dan door een deur gaan waarbij u niet meer niet onbegrijpend rondkijkt maar snapt wat u moet doen of waarin u terecht bent gekomen.
Meer leren, meer ‘lamadden’ :-)? www.studiehuisreshiet.nl