In Bereshiet/Genesis 36:12 wordt voor het eerst de naam Amalek genoemd, hij was een kleinzoon van Esav (Esau) via een bijvrouw van zijn vader Eliphaz. Deze Amalek ontpopte zich uiteindelijk als de aartsvijand van de nakomelingen van zijn oudoom Jaakov. De kinderen van de bijvrouw van Abraham, waaronder Ismaël, worden niet specifiek als vijanden genoemd in de Tenach, al waren de relaties tussen hen en Israël ook niet optimaal. Merkwaardig dat de grootste vijand ontsproot uit de lijn van de beloofde zoon Yitschak (Izaäk).
Amalek wordt in Numeri 24:20 door de heidense profeet Bil’am reshiet goyiem ראשית גוים genoemd, eerste der volkeren. Opmerkelijk dat niet Israël/Jaakov maar Amalek/Esav de ‘eer’ krijgt met de titel: eerste der volkeren. Goyiem betekent echter ook ‘heidense volkeren.’ Van het begin af was er strijd tussen die twee volkeren. Israël kreeg op ‘berekende’ wijze de rijke eerste zegen mee van Yitschak en Esav zou zijn broer gaan dienen; leven van de strijd en altijd blijven proberen het juk van de overheersing van Jaakov van zich af te schudden.
Het volk van Amalek is, als hun opa Esav, een volk van agressie, van ‘zelf doen,’ onverschillig en vooral behept met een hoge dosis zelfrespect. Esav/Esau עשו komt van het werkwoord asah עשה, (af)maken, doen. Toen Esav als eerste geboren werd, na de strijd in de baarmoeder met zijn broer Jaäkov, noemden zij hem Esav omdat hij als het ware helemaal ‘af’ ter wereld kwam, behaard alsof een soort mantel om hem heen was. God zegt: Esav heb ik gehaat. Dat is nogal wat! De reden zou zijn dat Esav alleen maar respect wilde afdwingen en geen respect had voor anderen en voor zijn Schepper. Hij verkocht het beste wat hij had kunnen krijgen voor zijn nageslacht: de patriarchale zegen, het ‘eerstelingenrecht.’ Vervolgens staat er: ‘hij at en dronk, stond op en ging heen’ (Genesis 25:34). Hij zegende het eten niet en dankte evenmin na de maaltijd. Devariem/ Deuteronium 8: 10 zegt immers heel duidelijk dat men na de maaltijd een dankzegging uitspreekt: ‘wanneer gij dan naar genoegen gegeten hebt, dankt dan de Here voor het goede land wat Hij u heeft gegeven.’ Esav vond het wel goed zo: eten en wegwezen.
Als volwassen man interesseerde Esav zich niet in het leren van de tradities van zijn voorouders, maar hij werd een jager in de lijn van Nimrod. Hij vond vooral zichzélf belangrijk. Hij dacht ook alleen aan zichzelf: ik sterf toch (Gen 25: 32) . Het ‘ikke eerst’ zat er natuurlijk al vanaf de baarmoeder in, maar zijn grote ego zal ongetwijfeld vergroot zijn doordat hij waarschijnlijk een populaire en knappe man was vanwege het genenmateriaal van zijn buitengewoon aantrekkelijke oma Sarah en moeder Rivka.
Jaakov daarentegen ‘zat in de tenten’ יושב אהלים joshebh ohaliem. Dat wil niet zeggen dat hij daar aan het breien was! Het woord ohaliem אהלים, tenten, heeft precies dezelfde letters als het woord Elohiem אלהים, God. De tenten waar Jaakov heen ging waren plekken waar in de lijn van zijn grootvader Abraham werd geleerd over Die Ene God Die een belofte had gedaan aan Abraham en zijn nakomelingen. De ‘Abrahamitische’ mannententen waren studieplaatsen waar Jaakov kennisoverdracht kreeg van grootvader Abraham en waarschijnlijk geregeld zelfs van zijn verre ‘betovergrootvaders’ Sem (van Noach!), Heber (Gen. 10:24) en Salah, die allemaal nog leefden toen Jaakov allang volwassen was.
Heber leefde in de tijd van Noach (na de zondvloed) en Noach heeft nog, voor de zondvloed, ‘live’ kennisoverdracht gehad van zijn verre overgrootvader Enos, de kleinzoon van Adam. Zo te zien zijn de ‘kennisoverdrachtlijnen’ van Adam naar Jaakov, ondanks de pakweg 2150 jaar daartussen, niet lang te noemen: van Adam via Enos, Noach en Heber rechtstreeks naar Jaakov.
Van Jaakov is de kennis overgegaan naar zijn zonen en via de ‘oudsten’ is de kennis uiteindelijk bij Moshe/Mozes gekomen, die de informatie heeft samengepakt en opgeschreven zoals wij die vandaag de dag kunnen lezen in de eerste vijf Boeken van de Bijbel.
En toch werden de nakomelingen van Esav de eersten der volkeren genoemd. Ze werden ironisch genoeg in ieder geval het eerste volk dat agressief Israël wilde vernietigen! Maar zij zullen, zoals Bil’am sprak, te gronde gaan (Num.24:20)!
Toen Israël uit Egypte op weg naar Kanaän was werden zij vrijwel direct bestookt door de nakomelingen van Amalek: Ex. 17:8, ‘toen kwam Amalek en streed tegen YIsraël te Rafidiem’. Zij vielen de achterhoede van Israël aan, de kwetsbare vrouwen en kinderen.
De meeste Amalekitische koningen hadden als eretitel de naam Agag. In de tijd van koning Shaoul/Saul was de Amalekitische koning Agag uit op Israëls ondergang. Agag werd uiteindelijk eigenhandig door de profeet Shmuel in stukken gehakt nadat Shaoul/Saul had nagelaten deze wrede koning te doden. Agag wist nog wel nakomelingen te verwekken en we lezen in het Boek Esther over Haman, de Agagiet!
In de tijd van het Purimfeest verschijnen er in Joodse kring, niet alleen in Israël, maar ook in de diaspora, dikwijls allerlei artikelen met beschouwingen over de moordpoging van Haman, de Amalekiet. Allerlei vragen komen dan ter sprake: Wie was Amalek? Waar is Amalek nu? Maar ook: hoe is het mogelijk dat Amalek een bestaansbedreigende aanval kon inzetten tegen Israël zoals indertijd in de woestijn, terwijl het volk toch onder Gods speciale bescherming stond? Deze vraag is ook nu vandaag weer hoogst actueel.
De Amerikaanse rabbijn Yaacov Menken zegt in één van zijn Torahstudies o.a. het volgende: In Tenach (Deut. 25:19; Ex. 17:14) beveelt God ons om in herinnering te houden dat het volk van Amalek ons aanviel in het begin van onze uittocht, maar ook om de herinnering aan hen uit te wissen. Amalek probeerde het Joodse volk te vernietigen en onze unieke relatie met onze Schepper ongedaan te maken. Daarom zijn wij geroepen om de gedachtenis aan Amalek ongedaan te maken.
Er zijn, zegt hij, geen moderne atlassen waar Amalek op staat. Er is geen Amalekitische regering, geen VN vertegenwoordiging, zelfs geen internet-code. Het enige volk dat Amelek in herinnering houdt zijn de Joden en wij hebben een Goddelijk Bevel om de herinnering aan hen uit te wissen. De beste manier om dat Bevel uit te voeren lijkt allereenvoudigst: de hele zaak vergeten.
Was het maar zo simpel. Weliswaar is er geen natie ‘Amalek’ aan te wijzen, maar Amalek’s afstammelingen leven nog voort: niet alleen ideologische, maar ook echte lichamelijke afstammelingen, zoals Haman een Amalekiet was. De Nazi-Duitsers gelden als ideologische afstammelingen, maar in bepaalde passages van de Talmud is er sprake van dat tijdens de Romeinse ballingschap (die nog steeds voortduurt) er een Amalekitisch land ‘Germanie’ zal zijn, een vandaag voor ons huiveringwekkende voorspelling. Doch al is er geen land met de naam Amalek, de planning om alle Joden te vernietigen is nog volop actueel. Men kan ideologische Amalekieten vinden in Europa, het Midden Oosten en beangstigend genoeg zelfs in Amerika*, waar juist ook miljoenen Joden wonen.
Rabbi Yaacov Menken verwijst naar een boeiend commentaar in de Joodse traditie over de oorlog met Amalek. Tijdens de tocht door de woestijn werd Israël begeleid en beschermd door de Wolk van Gods Heerlijkheid. De traditie zegt dat deze Wolk als een soort grote deken over het hele tentenkamp van Israël heen hing, waardoor het Godsvolk door de vijanden niet werd opgemerkt. Maar als Israël eigenlijk onvindbaar was, hoe kon Amalek Israël dan toch ontdekken? De aanname is dat sommige Israëlieten zich buiten het legerkamp hebben begeven, buiten de Wolk. Amalek merkte hen op en achtervolgde hen tot in de legerplaats. Iets soortgelijks zou ook gebeurd zijn in Perzische tijd, waardoor Haman zijn kans kon grijpen. Wat betekent dit voor vandaag?
Rabbi Menken noteert dat de Joden in Perzië, in de burcht Susan drie dagen gingen vasten en bidden. Daarmee keerden zij, om zo te zeggen, terug naar de Wolk.
En het huidige Israël dan, dat in zijn bestaan bedreigd wordt van bijna alle kanten, maar ook van binnenuit, door misdadige Amalekitische moordaanvallen en doodsbedreigingen, ook via allerlei sociale media? Misschien moet eerder nog de vraag gesteld worden: en wat dan met de verbondenen met YIsraël? Als Israël in nood is, is de op de edele boom geënte gemeente ook in nood! Wanneer Amalek Israël aanvalt en volledig wil vernietigen, dan wordt ook de gemeente van Jehoshua aangevallen, dat raakt de hele wereldsamenleving. Het volk Israël is immers het hart van de volkerenwereld. Jeruzalem is de Polis (= stad) waar alle poli(s)tiek om draait. Wat kan er gedaan worden nu steeds weer opnieuw het voortbestaan van Israël en de daaraan verbonden gemeente van Jehoshua bedreigd wordt? In Israël zijn er regelmatig rampenvoorbereidingen om mensen snel te kunnen mobiliseren in geval van een aanval. Maar voor ons en u allen geldt: in ieder geval heel wakker en waakzaam zijn, zorgen voor voldoende ‘olie’ en eens oefenen om klaar te staan voor vertrek mocht er iets gaan gebeuren en vooral zorgen dat we onder de Wolk komen en blijven!
In de burcht Susan ging men drie dagen vasten en bidden. Dat ligt in de lijn van wat Moshe deed: toen Amalek aanviel ging Moshe de berg op om te bidden, waarbij zijn handen werden ondersteund door Aharon en Hur. Wanneer de nood daar is, laten wij elkaar dan ondersteunen met vasten en gebed en onze leiders oproepen dat te doen!
*Amerika is eeuwen lang een veilige haven geweest voor het, in Europa en Rusland bedreigde, Joodse volk. Velen zijn er ook zeer welgesteld geworden. Maar Amerika is niet het Beloofde Land en ook de Joden daar zullen het moeilijk kunnen krijgen en opgejaagd kunnen worden zoals tijdens WO II de Duitse Joden. Het woord amelek, lettend op de medeklinkers zoals men dat in het Hebreeuws doet, zit opmerkelijk gezien bijna geheel verpakt in het woord amerika. Alleen de r en de l verschillen. Apart dat de letter r door bijna 2/3 van de wereldbevolking, o.a. de Chinezen, als een l wordt uitgesproken: amerika spreken ze uit als ‘amelika’… We hopen echt dat het woordverband niet is waarop het lijkt en dat de vergelijking mank moge gaan maar toch… De Amerikaanse Joden kunnen o.i. beter hun kinderen naar Israël sturen! Amerika was altijd de grootste vriend van Israël, maar het is vaker voorgekomen dat Israëls vrienden vijanden werden.