Kun je stellen dat het Joodse volk in de loop van zijn geschiedenis langzaamaan gevormd en toegerust is tot haar taak om voortrekker te zijn, om de Onderwijzing van Adonai, de Torah, voor te leven en een reëel perspectief te bieden aan de volkeren? Die kant moet het wel op, maar helaas staat deze missie niet hoog op de politieke en maatschappelijke agenda in Israël.
Het Joodse volk, de politiek met de media voorop, is meer bezig met overleven dan met voorleven. Het gaat er in de politiek al jaren vooral om hoe men in Israël de grenzen goed kan bewaken, welke gevechtsvliegtuigen het beste Israël kunnen verdedigen en welk afweergeschut ingezet kan worden tegen de dreigingen van buitenaf.
Het volk Israël, en dat lijkt zo op het eerste gezicht noodgedwongen, is meer naar binnen dan naar buiten gekeerd. Na bijna 2000 jaar ballingschap, verdrijving, achtervolging en uitmoording is het volk blij weer thuis te zijn en wil het liefst volledig met rust gelaten worden.
Na het verrassende herstel van de politieke vrijheid en zelfstandigheid is het volk, door de feiten gedwongen, klaar wakker wat betreft de militaire verdediging. Israël is militair gezien geen kleine jongen, maar geestelijk gezien wat betreft hun missionaire opdracht, verkeert het volk als het ware in een diepe slaap, in een soort coma. En men is daar in het algemeen redelijk tevreden mee: laat ons toch, alstublieft!
Het land Israël is een soort getto op wereldniveau. Israëliërs reizen graag de wereld rond maar ‘buiten Israël, be’ choel’ is voor hen toch min of meer de ‘boze wereld.’ Zij vinden dat, hoewel vele niet-joden aardig tegen Israël en voor Joden zijn, deze mensen en landen uiteindelijk toch niet de joodse gemeenschap echt kunnen verdedigen. Dat is de les die zij door de eeuwen heen nu eenmaal geleerd hebben…
Het blijkt dat Joodse Israëliërs zich prima en veilig voelen in Israël, ook zij die in de ‘gebieden’ wonen. Overigens geldt dat ook in grote lijnen voor de Israëlische Arabieren, al vinden zij het niet nodig om samen met Joden te wonen.
De charediem, de ultra orthodox Joodse gemeenschap is weer een soort getto in een getto. Zij wensen, op uitzonderingen na, niet deel te nemen aan het ‘wereldse’ Israël, laat staan dat zij hun zonen naar de IDF, het leger sturen. Afgelopen maanden laaiden in de politiek de discussies hoog op over dit onderwerp en werden er vele demonstraties gehouden. Ultra-orthodoxe soldaten worden dikwijls door hun eigen groep uitgejouwd of soms aangevallen.
De charediem zijn vooral gericht op het vasthouden van tradities, die meestal noodgedwongen ontstaan zijn in de ballingschap. Zij lernen (bestuderen) Torah (de Vijf Boeken) en Talmoed (mondelinge leer). Dagelijks besteden zij uren aan het begrijpen en weerleggen van de meningen en de uitleg van het eeuwenoude rabbijnse gedachtengoed. Zij verdiepen zich ook in de volle betekenissen van de wonderbaarlijke Hebreeuwse Taal en denken deels na over de geestelijke strijd waar Israël mee te kampen heeft.
Zou het niet mooi zijn wanneer er ooit een samenwerking komt tussen de charediem en het reguliere leger? Zoals Moshe zijn handen omhoog moest houden, in afwachting van de genade en hulp van Adonai terwijl het volk vocht tegen de aartsvijand Amalek, zo zouden, anders vormgegeven, de charediem biddend mee kunnen strijden met name in tijden van nood en mogelijk een aparte groep strijders kunnen vormen. Liefst met ieder een sjofar bij zich.
Zorgelijk is dat Israël als het ware geestelijk slaapt, zonder dat er een zichtbare wekker lijkt te zijn die haar oproept om haar taak op haar te nemen, namelijk om een licht voor de volkeren te zijn. De geweren staan dan wel op scherp en soldaten en bevolking zijn alert op aanslagen, maar er is meer dan die waakzaamheid nodig.
In Bijbelse tijden was het Deborah (‘deborah’ דבורה betekent letterlijk ‘bij,’ het beestje dat zo ijverig honing verzamelt) die het slappe, slapende Israël van haar dagen wakker prikte. Een bijensteek zette de mannen in beweging! Het is opvallend dat in Bijbel het juist de vrouwen waren die bij de bevrijding uit Egypte in de voorste linie stonden: moedige vrouwen als Sifra en Pua, Jochebed en Mirjam namen het voortouw. Ja, sterker nog, zij bepaalden mede de toekomst van Israël.
We zien uit naar hun komst, vanuit de volkeren en vanuit Israël, moedige vrouwen die zich inzetten voor het behoud van het Beloofde land. Niet gericht op overleven ín het land, de aarde maar op vóórleven vanuít het land.