In de NBG-vertaling staan een aantal woorden die uit het Hebreeuws zijn vertaald met het woord hartstocht. Om te beginnen komen we dit woord tegen in Ezechiël 23:11 waar God zegt: “Hoewel haar zuster Oholiba אהליבה (oftewel Jeruzalem) dit zag, ontbrandde zij toch in nog feller hartstocht, עגבה agabhah, dan haar zuster en pleegde nog erger ontucht dan zij.” Niet mooi… De NBV vertaalt agabhah met wellust en het woordenboek vertaalt het met begeerte, geslachtdrift. Agabhah עגבה heeft woordverband met het woord voor liefde: ahabhah אהבה, door de twee gelijke letters Héh en Beth in deze twee woorden, ook klinkt het bijna gelijk, echter er is in de stamwerkwoorden van deze twee woorden, עגב hunkeren, begerig verlangen en אהב liefhebben, geen woordverband want daarin zijn geen twee letters gelijk, alleen de Beth is gelijk in deze twee woorden. Hoe diepzinnig is dit: er is ook geen echt verband tussen echte liefde en wellust; dat lijkt ook alleen maar zo!
Een andere tekst in de NBG waar het woord hartstocht voorkomt is in Hooglied 8:6b, waar staat: “…Onverbiddelijk als het rijk van de doden is de hartstocht…” In deze tekst gebruikt het Hebreeuws het woord esh אש voor hartstocht en degenen die de Alephcursus hebben gevolgd weten daaruit dat er een prachtige woordspeling is tussen de Hebreeuwse woorden voor man en vrouw (mannin), namelijk de woorden ish איש, man en אשה ishah, vrouw. Beide woorden hebben een Aleph א en een Shin ש. Beide woorden hebben ook een eigen letter: ish איש heeft een Jod י en ishah אשה heeft een Héh ה. Jod en Héh samen vormen de verkorte Godsnaam Jah יה. Denk maar aan halleluJah הללויה wat letterlijk betekent: laat ons prijzen Jah, weer anders gezegd: laat ons prijzen God. Jah יה is een afkorting voor JHWH יהוה, de Hebreeuwse naam van God. In het huwelijksverbond tussen man איש en vrouw אשה is God, יה dus aanwezig. Maar als we Hem niet toelaten in dit verbond, als we Jah יה wegstrepen uit de huwelijksverbintenis tussen man en vrouw, dan houden we in deze beide woorden alleen nog maar de Aleph א en de Shin ש over: esh אש, hartstocht, passie, vuur! Dit is niet voldoende basis voor een langdurige huwelijksverbintenis. Zelfs zegt deze tekst in Hooglied dat het net zo onverbiddelijk is als het dodenrijk, dat is nogal wat! Dat is iets waar de mens geen enkele macht over heeft, God gelukkig wel. Mocht men verzengd worden door het vuur van de hartstocht, dan kan men bij Hem terecht voor bevrijding daarvan want zowel het leven, de levensduur als de hartstochten van de mens zijn in Zijn hand als men Hem daarom vraagt. Hij is Koning en Heer over alles en alles is aan Hem onderworpen!
Natuurlijk zijn er heel veel stellen die helemaal niet in God geloven en toch een heel goed huwelijk hebben, maar ook zij hebben gekozen voor de liefde boven de hartstocht. Liefde is nu eenmaal een van God gegeven cadeau, of men nu weet dat dit van Hem komt of niet…
Voor het derde Hebreeuwse woord wat de NBG vertaalt met hartstocht gaan we weer terug naar Ezechiël: “Hoe werd gij verteerd door hartstocht libah לבה, luidthet woord van de Here Aanwezige (JHWH), dat gij dit alles gedaan hebt, het werk van een brutale hoer” (Ez. 16:30). Libah kan ook hart betekenen, net als lebh לב en stamt van het werkwoord labhabh לבב wat wonderlijk genoeg betekent: tot inzicht komen, inzicht verwerven. De versterkte vorm, de pi’el, betekent: het hart sneller doen kloppen. Wel, dat is precies wat hartstocht doet! We hebben in dit geval ook met deze laatste, versterkte betekenis te maken, het is feitelijk het tegenovergestelde van inzicht verwerven, het verstikt zelfs het inzicht, hoe vaak zijn relaties kapot gegaan door wellust, hartstocht?
“Mijn zoon, geef Mij je hart,” zegt God in Spreuken 23:26 en Hij zegt dit niet voor niets; de hersenen kunnen het menselijk lichaam besturen en daarmee kan de mens verstandelijk beredeneren, maar het hart is zoveel sterker; onberedeneerd kan het de mens een weg op dwingen die we vanuit ons verstand gezien liever niet zouden nemen. Het hart heeft zo zijn eigen redenen en vaak mist de mens het inzicht in die redenen, het inzicht dat God wel heeft. Een strofe uit het Achttiengebed gaat als volgt: “Gij begenadigt de mens met kennis en leert de mens verstand, begunstig ons van U met kennis, verstand en inzicht. Gezegend bent U die begunstigt de kennis.” Het laatste woord, kennis, in deze gebedsstrofe is het woord da‘ath דעת wat onder meer betekent intiem kennen. Mensen die met het hart de kennis aan God beleven, daar zoekt Hij naar (Joh, 4:24).
In Maleachi 2:15 en 16 komen we weer een ander woord tegen dat de NBG met hartstocht vertaalt. Het is het woord ruach רוח. God zegt twee keer in deze tekst: “Wees dan op uw hoede voor uw hartstocht.” We kunnen dit ook lezen als: “Wees dan op uw hoede voor uw geest, voor uw levensadem.” Hartstocht kan zo overweldigend zijn dat het onze geest, onze levensadem volledig in bezit neemt; dwingend om gevoed te worden, als een obsessie die het leven kan beheersen.
Toch is het nodig dat man en vrouw in hun huwelijksverbond naar elkaar verlangen, dat zien we bij God Zelf, in alle eerbied, ook terug; Hij verlangt naar Zijn bruid. Denk aan het prachtige gegeven van het bekennen van Adam en Eva, wat tot uiting komt in het woord jada ידע, een vervoeging van het woord wat we hierboven al zagen; het woord voor kennis, intiem kennen: da‘ath דעת en de tekst uit Hosea 4:6 waar God Zelf zegt: “Mijn volk gaat te gronde door gebrek aan kennis, ook dat is geschreven met het woord da‘ath דעת. Het is Hem overduidelijk niet genoeg dat we Hem maar een beetje kennen, nee, Hij spreekt hier over bekennen, intiem contact hebben met, zoals Adam met Eva intiem contact had, seksualiteit beleefde, haar be-ken-de. God wil dat intiem contact met Zijn volk, Zijn bruid! Niets minder. Er is niets mis met zulk verlangen tussen man en vrouw in de huwelijksverbintenis, alleen mag het de liefde niet in de weg staan en mag het zeer zeker niet zonder liefde zijn, dat is uit den boze! De liefde tussen man en vrouw is een afspiegeling van de liefde van God voor Zijn volk, Zijn bruid.
Laten we nog eens nader kijken naar de bijnaam die God gebruikt om Jeruzalem aan te duiden: Oholibah אהליבה en als we goed kijken zien we dat daar in die naam ook weer het woord voor hartstocht, libah schuilt: לבה. Dit soort woordspelingen gebruikt God heel vaak in de Bijbel. In haar naam staat het woord hartstocht en zij bedrijft overspel vanuit een ander woord voor hartstocht; zoals we zojuist al zagen: agabhah עגבה. Maar kijk nu eens naar weer zo’n geweldige woordspeling: halen we de letters van de naam Oholibah door elkaar en vervangen we de Héh ה voor nog een Aleph א, de letter die staat voor God Zelf, dan krijgen we een andere naam, namelijk die van Aholiabh אהליאב, jawel, degene die samen met Betsalel de Tabernakel mocht bouwen. Wat betekent Aholiabh dan? Wel, we kunnen verschillende dingen in deze naam zien: de eerste drie letters zijn een werkwoord: ahal אהל en dat betekent, natuurlijk(!) de tent opzetten! Aholiabh mocht de tent van God, de tabernakel helpen opzetten. De laatste letters liAbh ליאב betekenen: aan mij is de Vader. Aholiabh was al genaamd om te doen wat God van hem vroeg. Maar is Jeruzalem dat niet ook? Ondanks haar hoererij? Is zij niet geroepen om de stad Gods, met daarin Zijn Tempel, Zijn Tent te zijn? Ja natuurlijk wel! Ondanks alles laat God haar uiteindelijk doen wat van haar gevraagd wordt, er moet nog heel wat reiniging plaatsvinden, maar dat zál ook plaatsvinden, want God is God, Die altijd doet wat Hij belooft!
Oholibah אהליבה kunnen we dan ook anders ontleden dan hoe we het al zagen: opnieuw, zoals ook bij Aholiabh, ahal אהל, de tent opzetten en dan: de laatste letters in deze naam betekenen, zoals we al zagen het negatieve woord voor hartstocht libah ליבה, we kunnen uit deze laatste letters echter ook halen: haar hart, lebhah לבה! Zo kan haar naam ook betekenen: zij zal de tent opzetten met haar hart. In Oholibah zit nog een woord verscholen; een woord voor de juiste wijze van verlangen, begeren, namelijk het woord ja’abh יאב, zoals in Psalm 119:131, waar staat: “Ik doe mijn mond wijd open en hijg, want ik verlang naar Uw geboden” (Nou nou, over verlangen gesproken!). In dit woord zit, net als in het woord Oholibah אהליבה het woord Vader verscholen: אב. Kan het nog mooier? Jeruzalem zal haar hoererij, haar afgoderij achter zich laten om te verlangen naar de geboden van Vader. We zien het al, kijk maar bij de Klaagmuur hoe daar gebeden wordt, vol vuur en passie voor God, op de goede manier, zoals de mensen ook op de goede manier elkaar mogen liefhebben als man en vrouw in de huwelijksverbintenis.