Vreemd genoeg kent het Hebreeuws geen werkwoorden en slechts een enkel zelfstandig naamwoord die met de Waw ו (de haakmens) voorop beginnen.
In het Hebreeuws is de letter Waw met name een zogenaamde dienstdoener. Hij doet dienst om het voegwoord ‘en’ aan te duiden. De ‘haak’ voegt (‘haakt’) woorden en zinnen aan elkaar. Bijvoorbeeld (ábh wêbhen: אב ובן vader en zoon) (wêjábhó ויבא: én hij komt).
In dit laatste voorbeeld echter kan de Waw ו behalve ‘en’ ook ‘opdat’ betekenen of ‘zodat’ of ‘doordat’. Het maakt nogal verschil of men: wê-jábhó vertaalt als ‘en hij komt’ of als ‘opdat hij komt’ of ‘doordat hij komt’.
Een éénduidige vertaling van Hebreeuwse teksten is daarom niet zo eenvoudig en al helemaal niet wenselijk. Door een éénzijdige vertaling doet men tekort aan de volheid van de Schrift.
Men kan stellen dat door deze zgn. Waw-varianten het Hebreeuws een open taal is, een taal met ‘holtes’, een taal die daardoor typisch geschikt is voor de diepzinnige en veelzijdige Openbaring van Israëls God. De Bijbeltaal verschilt wat dit betreft radicaal van het Latijn, dat veel meer een dichte taal is met éénduidige woordbetekenissen, waar nauwelijks een speld tussen te krijgen is. Hebreeuws daarentegen is een taal waar ruimte in zit, dynamische ruimte: Hebreeuws is een ‘doorlaatbare’ taal, volledig open voor de Open-baring.