Ook in Israël zijn er vele Joden die in Jehoshua/Jezus geloven, maar die principiële moeite hebben met de Goddelijkheid van Hem. Een groot aantal van de Israëlische Messiaanse gemeenten denkt er zo over. Hun diepgeworteld geloof in de eenheid en enigheid van Elohim- HaShem is hun grootste belemmering. Immers er is maar één God en dús logischerwijs kán Jehoshuah niet echt God zijn maar is Hij alleen een mens.
In het Boek Bemidbar/Numeri 23:19 stelt Bil’am dat God geen mens is en dus ook niet, zoals een mens, Zijn woord kan breken. Jehoshua/Jezus is naar hun mening niet God in de volle zin van het woord, wel dicht bij God, als het ware aan de ‘boezem van God’, een allereerste of superschepsel, maar niet God Zelf. Als Jezus ook God is, zo redeneert men, dan zijn er dús logischerwijs meerdere goden en dat gezegde kán een oprechte Jood niet over zijn lippen krijgen. Want meergodendom, Grieks of oerheidens, dat is afgoderij!
Maar wie is eigenlijk dé mens, de originele mens? Is dat Adam of is dat God de Schepper Zelf? Volgens de logisch, Griekse denkwijze, die aan alle verlichte vrijzinnige theologen eigen is, heeft de mens een God gemaakt naar zijn eigen beeld, met oren en ogen etcetera. Maar volgens dé Logos (het Woord) is het net andersom: God heeft óns gemaakt naar Zijn beeld (Gen. 1:26)! Dus, met ijzeren logica gezegd: God Zelf is Mens, niet als een mens, niet lijkend op een mens, Hij ís Mens: Hij heeft ogen, echte ogen, Hij heeft oren, echte oren, Hij heeft een mond die echt spreekt, Hij heeft armen die echt kunnen bevrijden (met machtige Arm bevrijdde Hij Zijn volk uit Egypte) en Hij heeft handen die echt kunnen dragen (als een Herder draagt Hij hen). Dé Originele Mens is God Zelf. In zijn visioen over de troon van God ziet de profeet Ezechiël ‘een gedaante die er uitzag als een mens’ (Ez. 1:26).
Ook aan Daniël verschijnt een menselijke gestalte, Israëls Koning, de Machtige Jacobs, Die strijd voert tegen Israëls vijanden (Dan. 10:5; zie ook Op. 1:13; 19:12). In de schatkamer van de Hebreeuwse traditie wordt op dezelfde wijze over God gesproken: ‘dat God een arm heeft is geen menselijke wijze van spreken, geen metafoor, de enige echte arm is de arm van God! Onze menselijke arm is een metafoor, een afbeelding van Zijn arm.’
Was Jehoshua/Jezus zomaar een mens? Nee, want Hij was al Mens voor Hij mens werd. Hij is een ‘gewone’ mens geworden. Hij is ‘God met ons,’ Immanuël! ‘De Vader is in Mij,’ zegt Hij (Joh. 10:38). De Vader is de Oorsprong. Elohim is in wezen de Eenheid van Woord en Geest en Die eenheid is in Jehoshua zichtbaar geworden en zo is Hij ‘in de Vader’, in Elohim. Want ‘Ik en de Vader zijn één’ אחד echad (Joh.10:30).