Lieve Sarah,
Ik ben verdrietig en voel me machteloos.
God woont volgens Jesaja 57:15 op vier plaatsen: Hij woont in eeuwigheid; Hij woont in de hoogte; Hij woont in het heilige en Hij woont bij de verbrijzelde en nederige van geest. Een grotere tegenstelling is nauwelijks denkbaar: de grote en machtige God, Die van eeuwigheid tot eeuwigheid leeft, Die zo heilig is dat we Hem niet eens in Zijn gezicht kunnen kijken zonder te sterven, Die woont juist bij die sterveling die te gebroken is om rechtop te kunnen lopen, niets hoogs of heiligs aan, zou men zeggen, maar God verkiest juist diegene die kapot is van verdriet, die verslagen is van geest, een gesteldheid waar niemand vrijwillig voor zou kiezen. God denkt toch wel heel anders dan wij.
Hij woont niet alleen op plaatsen zoals in de hoogte en in het heilige en bij de verbrijzelde en nederige van hart, maar ook woont Hij in eeuwigheid. Hij woont ook in de tijd! De tijd is waarschijnlijk ook het enige dat Hem kan huisvesten in al Zijn grootheid en majesteit, al het andere is te klein en te nietig. Het heelal is zelfs te klein om Zijn enorme grootheid te kunnen bevatten, ver steekt Hij boven al zijn maaksel uit…
Degene die in de tijd woont, heeft de tijd aan Zichzelf; Hij bepaalt wanneer Hij slaat en Hij bepaalt wanneer Hij de geslagene weer verbindt. Zie in vers 17: ‘Ik was verbolgen over de ongerechtigheid van hun gierigheid en sloeg hen.’ En dan in het vers ervoor: ‘Niet eeuwig zal Ik twisten en Ik zal niet altijd verbolgen zijn.’
Hij heeft Zijn volk zeer geslagen, tweeduizend jaar lang vervolging gaat niet in de koude kleren zitten en hoewel de staat Israël nu sinds 1948 bestaat, zijn de schokgolven nog voelbaar, zoveel verdriet en woede is er nog in dit volk, om het leed dat geleden is, om de opa’s en oma’s, vaders en moeders die zijn vergast. Nog steeds is er zo veel eenzaamheid en niemand lijkt echt te kunnen troosten. Iedereen gaat maar door en leeft van de hand in de tand, proberend om financieel het hoofd boven water te houden in een land waar alles zo duur is. Is er wel tijd voor de verbrijzelden?
Het is bekend dat vele holocaustslachtoffers doorgaans in grote armoede leven. Hoe kan dat?! Hebben zij niet al genoeg geleden en meer, veel meer dan hun lief is verloren? Gelukkig zijn er vrijwilligers die zich om hen bekommeren. Maar wat kunnen we geven? Hoe kunnen we zo’n diep verdriet ooit lenigen? We staan machteloos, we kunnen het niet.
Zoals onlangs de Joodse oude man antwoordde op mijn vraag hoe het met hem gaat: ‘U kunt niet begrijpen hoe het met mij gaat, u kunt niet begrijpen wat het is om tweeënnegentig jaar oud te zijn en onlangs je vrouw verloren te hebben en haar zo te missen.’ Stug en nors was zijn antwoord. Ik kon het alleen maar beamen dat ik dat inderdaad niet kan begrijpen omdat ik geen tweeënnegentig jaar oud ben en niet in zijn situatie zit. Hij was goudeerlijk, maar de stugheid en botheid van zijn antwoord hielden me buiten, uit zijn leven, lieten geen troost en medegevoel toe. Het was niet het enige wat er schort in zijn leven, lang niet… Hij is een overlevende uit een kamp waar hij drie jaar gezeten heeft in WO2. De pijn, en de ontgoocheling zijn z’n hele leven met hem meegereisd. ‘Het gebeurt weer’, zegt hij, ‘het gebeurt weer omdat jullie Nederlanders niets geleerd hebben van de geschiedenis. Jullie hebben jullie kinderen niet verteld dat het Joodse volk zo lijdt onder de vervolgingen en nu leef ik hier in ons eigen land en nog ben ik niet veilig voor aanvallen. Jullie zien het helemaal niet.’ Zijn pijn is tastbaar, rauw en ik kan alleen maar beamen. Veel te weinig zien wij wat hij juist zo overduidelijk ziet. Weer was er een aanslag in Jeruzalem, weer was dat tegen het Joodse leven gericht. Deze oude man voelt zich zielsalleen, onbegrepen en ongetroost want de rest van de wereld ziet ten diepste niet wat het Joodse volk allemaal te lijden heeft, nog steeds, zelfs in hun eigen land. Ik voelde me tekortschieten, ik voel het nog, ik realiseer me dat ook ik het niet zie, ten diepste niet de pijn oppak die zo overduidelijk hier ligt. Iemand die erbij was met dit gesprek zei later tegen mij: ‘Jij bent hier om het volk te troosten.’ Maar ik voel me zo hopeloos tekort schieten omdat ook ik het ten diepste niet zie, niet volledig invoel, ook bezig om te overleven in dit moeilijke en dure land. Wat moet ik nu? De schreeuw om hulp en aandacht van de oude man zou makkelijk verward kunnen worden met een schreeuw van bitterheid, maar vergis je niet, dat is te goedkoop gezegd. Bitterheid kunnen we zo makkelijk veroordelen: ‘O, maar dat doet deze man niet goed, hij is nog duidelijk niet verlost.’ Het is nog waar ook, maar de diepte ingaan in zijn ziel, dat doen we niet, dat kunnen we niet, echter, hoor de schreeuw om liefde en echte troost die hij zo broodnodig heeft want het is ook niet te bevatten waarom altijd weer het Joodse volk zo heeft moeten lijden. Het is niet alleen zijn eigen pijn die hij meedraagt maar het is de collectieve volkspijn. Kan hij er wat aan doen dat zijn wieg in een Joods huis stond? Heeft hij ervoor gekozen? Nee!
God woont bij de verbrijzelde en nederige van geest… Nu moet Hij daar alleen nog gezien worden… Dat maakt me verdrietig…
Je Hannah