Wat is het toch lastig met die wet, hoe moeten we het nu zien, moeten we deze nu wel of niet houden als gelovigen uit de volkeren? Laten we eens kijken naar de bedoelingen van het woord wet en dan kunnen we zien of de puzzelstukjes op hun plaats vallen… Wij pretenderen niet dat wij het antwoord hebben op een discussie die al tweeduizend jaar gaande is onder theologen, echter, met repetitief Bijbellezen en gezond verstand komen we met elkaar ook een heel eind.
Vaak wordt het woord Torah bedoeld wanneer het woord wet wordt genoemd; torah תורה komt van werkwoord jarah ירה onderwijzen. Torah is Zijn onderwijzing die is afgedaald naar onze wereld. Treffend is dat het werkwoord jarah ירה woordverband heeft met jarad, ירד naar beneden gaan, afdalen. De grote Onderwijzer komt naar beneden om Zijn Richtingaanwijzingen te openbaren aan de mensheid opdat het goed zal gaan met de mensen onderling en met Zijn aarde.
In Romeinen 7:23 zegt Paulus: “maar ik zie een andere wet in mijn leden, welke strijdt tegen de Wet van mijn gemoed en mij gevangen neemt onder de wet der zonde.” Drie keer wordt er gesproken over het Griekse woord nomos (νομος) wet, maar duidelijk is dat Paulus hier de Wet, oftewel de Torah-onderwijzing bedoelt en daarbij spreekt hij over de wet der zonde, amartia (αμαρτια) en dat is een geheel andere wet dan de Torah, deze staat er zelfs geheel tegenover.
“Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods?” Opnieuw maakt hij deze scheiding in wetten; in vers 25: “Zo dan, ik zelf dien wel met het gemoed de Wet Gods (Torah), maar met het vlees de wet der zonde.” Er bestaat dus volgens Paulus de Wet Gods, o nomos tou Theou, (o νομος του θεου), en er bestaat de wet der zonde, o nomos tis amartias, (ο νομος της αμαρτιας).
In hoofdstuk 8:2 gaat hij verder met te zeggen dat de Wet (nomos) van het leven in de Geest van Jehoshua, de Messias hem vrijgemaakt heeft van de wet der zonde. Deze Wet van het leven in de Geest van Jehoshua maakt hem dus niet vrij van de Torah, maar slechts vrij van de wet der zonde! Deze Wet staat dan ook niet tegenover de Torah, zoals de wet der zonde, maar deze helpt ons om ons aan de onderwijzing van de Torah vast te houden!
In vers 3 gaat hij verder: want wat voor de Wet (Torah) onmogelijk was omdat zij door het vlees krachteloos was, heeft God Zijn Zoon gezonden als gelijk aan het zondige vlees, opdat Hij de zonde veroordelen zou.” Hij is dus tot zonde geworden en heeft zo de zonde tenietgedaan aan het kruis, heeft de veroordeling van Zijn Vader over Zich heen gekregen, zo konden wij vrij worden van de zonde en van de wet der zonde. Maar dit kan alleen als wij ook werkelijk in Zijn Geest gaan leven; dicht tegen Hem aanleunen elke dag, “Want de geest bedenkt wat geestelijk is en het vlees bedenkt wat vleselijk is. En indien Jehoshua in u is, zo is dan wel het lichaam dood voor de zonden, maar de geest is leven omwille van de gerechtigheid (vs 10).”
Laten we eens kijken hoeveel uitleggingen we nu hebben voor wet, nomos:
De Wet, Torah, onderwijzing;
De wet der zonde (amartia);
De Wet van het leven in de Geest van de Messias, Jehoshua (Rom.8:2).
De Wet van het leven in de Geest van onze Messias helpt ons om de Torah te houden omdat we dit als vanzelf doen wanneer we in Zijn Geest blijven; tegen Hem aanleunen en Zijn offer aan het kruis volledig met beide handen aangrijpen. In deze hoedanigheid moeten wij zien te blijven, slechts dan kan Hij Zijn genade in ons gieten en zijn we altijd vervuld met Zijn liefde voor Hem; onze naaste en onszelf. Kijk maar naar de volgende Bijbelteksten:
In Romeinen 13:10 zegt Paulus dat de liefde de vervulling der Wet (Torah) is. Dit zegt ook Jehoshua: “Heb God lief boven alles en uw naaste als uzelf want daaraan hangt de Wet (Torah) en de profeten.” Wanneer we God werkelijk liefhebben, dan laten we de dingen die Hem pijn doen uit ons hoofd en zo houden we als vanzelf Zijn Torah. Het is eigenlijk best simpel…
Het is dus wel degelijk de bedoeling om de Torah, Gods onderwijzing te houden, de volgende teksten spreken hier boekdelen over, echter, we kunnen haar niet houden van onszelf, we hebben de redding van Jehoshua nodig om te kunnen leven in Zijn Geest en dus naar Zijn wil, oftewel wij hebben de Wet van het leven in de Geest van onze Messias nodig:
Paulus zegt in 1 Kor. 9:21 uitdrukkelijk: Ik ben voor degenen die zonder wet leven geworden als iemand zonder wet, echter, voor God niet zijnde zonder de Wet (Torah), maar voor Jehoshua juist onder de Wet. Paulus zou zichzelf niet werkelijk zonder Torah gedragen, dat zou zonde zijn. Hij bedoelt hier duidelijk dat hij onder de Wet van de Geest des levens in de Messias is. Maar let wel hierbij: deze Wet heeft tot doel om de Torah te helpen houden in liefde. Altijd moet dit voor ogen gehouden worden. Zonder deze Wet van het leven in de Geest van de Messias kunnen we de Torah niet houden, we kunnen het niet uit onszelf; het zouden frustrerende werken der wet worden.
Dat zien we ook heel goed in Galaten 3, waar Paulus terecht zeer bezorgd is over hen, zeggende: “O jullie uitzinnige Galaten, wie heeft jullie betoverd, dat jullie de waarheid niet gehoorzaam zijn, welke Jehoshua voorgeschilderd heeft? Dit alleen wil ik van u weten: hebt gij de Geest ontvangen uit de werken der wet of door de prediking van het geloof?” Hier staat heel veel, zeker in de Griekse grondtekst, waar letterlijk staat: Hebt gij de Wet van de Geest ontvangen door de werken der wet of door de prediking van het geloof? Paulus spreekt hier duidelijk van de Wet van het leven in de Geest van de Messias, maar die kun je toch helemaal niet ontvangen door werken!? Deze Wet treedt toch pas in werking als we Jehoshua’s offer aan het kruis aanvaard hebben? Die Galaten halen alles door elkaar! Geen wonder dat Paulus zo bezorgd is en zo ernstig tegen hen moet spreken.
Maar goed, waar staat dan dat we wel degelijk ons aan de Torah houden, doch in liefde door de Wet van het leven in de Geest van de Messias? Juist de Nieuwtestamentische teksten doen er hier zo toe: in Lukas 16:17 haalt Jehoshua Zelf aan dat er geen jota of tittel van de Wet (Torah) zal vervallen, zelfs zullen nog eerder hemel en aarde vergaan. Wel, dat is duidelijk! Vooral is het duidelijk omdat Hijzelf het zegt.
De volgende tekst in Handelingen (21:20) is zo mooi: Wanneer Paulus in Jeruzalem komt, wordt hij blij begroet door Jacobus en de oudsten en zij zeggen tegen hem: “Gij ziet, broeder, hoeveel duizenden van Joden er zijn die geloven en zij zijn allen ijveraars van de Wet (Torah). Nergens wordt hier genoemd dat ze nu niet meer ijveraars van de Wet (Torah) zijn, nee, het wordt juist als een grote plus gezien: ze zijn ijveraars voor de Torah, plus ze hebben het geloof in Jeshoshua aanvaard; zijn dus ook nog toegetreden tot de Wet van het leven in Zijn Geest. Geen wonder dat de oudsten met Jacobus zo blij zijn, dat spreekt uit alles in dit vers: ze loven de Heer!
In zijn brief aan de Romeinen (4:31) schrijft Paulus: Doen wij dan de Wet (Torah) teniet door het geloof? Dat zij verre; maar wij bevestigen de Torah. Natuurlijk is dit zo: de Wet van het leven in Zijn Geest helpt om de Torah te houden; leunen tegen Hem, Die Zich liet kruisigen, geeft ons steeds weer Zijn liefde om goed te zijn voor God en elkaar en daaraan hangen de Wet (Torah) en de profeten, dat hadden we al gezien, maar herhaling is nooit weg in zo’n lastige materie. De Torah en haar werking worden bevestigd door de Wet van het leven in de Geest van onze Messias.
In Openbaring 14:12 komt dit gegeven weer helemaal uit: Hier is de lijdzaamheid der heiligen, hier zijn zij die de Geboden Gods (Torah) bewaren en het geloof van Jehoshua. Het staat er klip en klaar.
Wat zegt Hij er opnieuw zelf over in deze ernstig vermanende toon: “Niet ieder die tot Mij zegt: Heere, Heere, zal ingaan in het Koninkrijk der Hemelen, maar die doet de wil Mijns Vaders (Torah) Die in de hemelen is. Velen van u zullen dan tot Mij zeggen: Heere, Heere, hebben wij niet in Uw Naam geprofeteerd en in Uw Naam duivelen uitgeworpen en in Uw Naam vele krachten gedaan? En dan zal Ik hun openlijk aanzeggen: Gaat weg van Mij, gij werkers der wetteloosheid (a-nomian).” Torahloosheid dus.
“Denkt niet dat Ik gekomen ben om de Wet (Torah) en de profeten te ontbinden; Ik ben niet gekomen om die te ontbinden maar te vervullen,” zegt Hij in Mattheus 5:17. Dat klopt: Zijn offer bracht ons de Wet van het leven in Zijn Geest en in die Wet is de Torah wel te doen: niet ontbinden, zegt Hij, want nogmaals: “geen jota of tittel van de Torah zal vervallen,” maar Hij geeft ons de handvatten om de Torah in Zijn liefde te houden, in Zijn Wet van het leven in Zijn Geest als Messias, door te doen wat Hem geen pijn doet, in liefde te wandelen met Hem, Hem daardoor goed te doen plus onze naaste plus onszelf. Ook dit kost al genoeg energie, maar de energie wordt anders gebruikt: om in Hem te blijven, zoals Hij dat ons ook gebiedt, want in Hem valt al het andere op zijn plaats.
Paulus zegt: ik heb besloten om niets anders te weten dat Jehoshua en Hij gekruisigd.” Deze woorden zijn heel belangrijk, zeker uit zijn mond, want Paulus is een Schriftgeleerde, die helemaal thuis is in de Torah en de profeten. Hij echter heeft begrepen dat alleen maar in Hem blijven, Hem zoeken met je gehele hart, de Torah in je hart vervult omdat Hij dat in Zijn offer aan het kruis ook al heeft gedaan.
Het blijft een lastige materie, die we goed dienen te bestuderen, maar het is niet ondoenlijk. Het is gemakkelijker om in liefde en dankbaarheid, voor Zijn offer tot in de dood, in Zijn Geest te leven; tegen Hem aan te leunen, dan dat het is om de 613 geboden en verboden van de Torah in eigen kracht te moeten vervullen…
Hoe dan met degenen die wel Zijn Torah houden, maar die Hem nog niet kennen in de Gestalte van de Gekruisigde? Paulus zegt in Romeinen 11:26 “ En alzo zal geheel Israël gered worden, gelijk geschreven is: de Verlosser zal uit Tsion komen en zal de goddeloosheden afwenden van Jacob.” Er staat ook geschreven dat zij Hem zullen aanschouwen Die zij doorstoken hebben (Zach. 12:10) en daar eindigt het niet mee want direct daarna in Zacharia 13:1 staat er dat “er een fontein geopend zijn voor het huis Davids en voor de inwoners van Jeruzalem, tegen de zonde en tegen de onreinheid.” Paulus zegt dan nog in Romeinen 11:15: “Want indien hun (het volk Israëls) verwerping de verzoening is der wereld, wat zal de aanneming zijn, anders dan het leven uit de doden?”
God heeft Zijn plan met de wereld en met Zijn eigen volkje Israël dat Hij nimmer zal verwerpen.
Maar hoe zit het dan met bijvoorbeeld de besnijdenis? Vaak loopt de discussie over zo’n onderwerp heel hoog op. Waar het Paulus om gaat in de Galatenbrief is het motief waarom men zich zou moeten laten besnijden als gelovigen uit de heidenen. Er is een groep Judaisten gekomen naar de Galaten, nadat Paulus het Evangelie had gebracht. Deze Judaisten wilden de Galaten aan zich binden door hen weer allerlei wetten, zoals het je laten besnijden, op te leggen, zodat ze konden zeggen dat ze de Galaten aan zich gebonden hadden. Dit is waar Paulus zo tegen ageert (Gal. 5:12). U wordt niet gered door u te laten besnijden; u wordt gered door in de wet van de Geest van het leven van onze Messias te gaan staan, oftewel volledig te vertrouwen op wat Hij deed aan het kruis voor uw leven. En daarmee houdt u zich als vanzelf aan de Wet: de Tien Woorden/Geboden en vooral het Eerste Woord: Heb God lief boven alles en je naaste als jezelf (Gal. 5:12-15). Alles, maar dan ook alles is daaraan ondergeschikt…